Banner

Enola's enige vijftig 20-11

de beste platen aller tijden

(gp), (gv), (hh), (jbo), (kbe), (kvv), (lm), (lt), (jp), (mba), (mvm), (mvs), (pn), (qc), (sve), (svh), (th), (vvp), - 07 juni 2012

Een nieuwe website, zoiets komt met een nieuwe beginselverklaring. En wat maakt duidelijker waar enola.be voor zal staan, dan de beste platen aller tijden volgens onze medewerkers. Van nu tot vrijdag stellen we u de muziekgeschiedenis voor, handig gebundeld in vijftig onvergetelijke platen.

20. Beach Boys :: Pet Sounds

Voor degenen wiens kennis van de muziekgeschiedenis slechts teruggaat tot aan de ultratop van afgelopen weekend, is het wellicht nieuws, maar wij en u weten het: zeggen dat 1966 een tamelijk straf muziekjaar was, is zo’n beetje als beweren dat Whitney Houston er de laatste tijd toch wat plattekes uitziet. Werden toen onder meer op de wereld losgelaten: Sounds of Silence, If You Can Believe Your Eyes And Ears, Aftermath, The Soul Album, Black Monk Time, Blonde On Blonde en Face To Face. De béste plaat van dat jaar? Pet Sounds van de Beach Boys, hands down.

Behoeft dat echt nog veel uitleg? Moet u echt nog maar eens horen dat Brian Wilson en de zijnen de vocale harmonieën die vandaag de dag zo populair zijn (je hoort ze bij Fleet Foxes en klonen, maar ook bij Animal Collective) hier tot op het pijnlijk mooie af geperfectioneerd hebben? Dat ze met "God Only Knows" een van de beste nummers aller tijden hebben gepend? Dat psychedelica en experimentalisme (die weird-ass instrumenten alleen al!) zelden met zoveel goesting op elkaar zijn gevlogen als hier?

Hoogtepunt: de eerste tonen van "God Only Knows", ofte popgeschiedenis samengebald in luttele seconden.


19. Bob Dylan :: Highway 61 Revisited

De kenners zweren doorgaans bij Blonde On Blonde en Blood On The Tracks, maar wij houden het meest van deze taaie, vanuit de garage en scheve heup afgevuurde bluesrock. Het was eigenlijk de eerste complete rock-‘n-rollplaat van Dylan en meteen ook een tour de force zonder weerga. Van “Like A Rolling Stone” tot de verlammende, akoestische afsluiter “Desolation Row” niets dan hoogtepunten van een songschrijver op z’n creatieve piek en geruggensteund door een legertje muzikanten (gitarist Mike Bloomfield is er slechts een van) die op dat ogenblik gewoonweg niet te kloppen waren. Het was 30 augustus 1965, en de rockmuziek was definitief volwassen geworden.

Hoogtepunt: “Ballad Of A Thin Man”.


18. Joy Division :: Unknown Pleasures

Elke geniale muzikant moet per definitie uit eigen hand sterven op jonge leeftijd, al dan niet "per ongeluk". Eén van zij die deze regel mee bevestigden, is Ian Curtis, de enigmatische Joy Division frontman, die het echte alledaagse leven maar een behoorlijk saai boeltje vond, en zich hoe langer hoe dieper begon te verliezen in zijn eigen schrijfsels (met bijbehorend schrijfritueel), waarin hij de maatschappij, de mensheid, en zichzelf op poëtische, doch hardhandige wijze op de korrel nam.

Eerste exponent van dit merkwaardige brein, omhuld door de juiste, claustrofobische, verstikkende muzikale omkadering: Unknown Pleasures. Er gaat een hele geschiedenis achter die album schuil, maar laat ons gewoon de conclusie vermelden: als u dit afspeelt in uw woonkamer gaan de deuren vanzelf op slot, sluiten de rolluiken en gordijnen zich, dooft het licht spontaan, en begint het behangpapier vanzelf te krullen. Het enige wat opvolger Closer nog restte, was om de doodskist op een gouden plateau te serveren, wat het ook met verve deed. The rest, as they say, is history.

Hoogtepunt: Curtis die tijdens "Candidate" op 1:50 "I tried to get to you, you treat me like this" zingt. Ijskoud.


17. Jeff Buckley :: Grace

Een van de meest gestelde Wat Als-vragen in de muziek: Wat als Buckley vandaag nog had geleefd? Had hij een oeuvre als pakweg Leonard Cohen bij elkaar geschreven, “Hallelujah” indachtig -- een van die uiterst zeldzame covers die het origineel overbodig maken? Of was hij weggedeemsterd met steeds zwakkere albums zoals talloze one-album-wonders uit de jaren negentig? Op basis van de emotionele kopstoot, stomp in de maag en trap in de ballen na elkaar die Grace was in 1994, valt nog steeds het eerste te denken. Geef maar toe: ook u heeft liggen janken op de tonen van “Last Goodbye” op die eerste en bijlange niet laatste onmogelijke of gedane liefde.

Maar Grace was ook veel meer dan dat. Een emotioneel kruitvat met een lont die uw onervaren liefdesexploten in uw puberteit maar al te snel vuur deden vatten. Een album dat tussen het schip van een ter zielen gaande grunge en de wal van een z’n hoogdagen belevende britpop viel. Cobain was ons net ontvallen, wisten wij veel dat het verlies van Buckley drie jaar later een even gapende leegte zou achterlaten.

Hoogtepunt: 4’06” in “Lover, You Should’ve Come Over. “My kingdom for a kiss upon her shoulder”. Het bestaansrecht van de plaat wordt na “Grace” en “Last Goodbye” helemaal bevestigd. Romantischer dan dit werden de jaren negentig niet. De jaren ’00 ook niet trouwens, toch?


16. Portishead :: Dummy

Het was een zegevieren van de melancholie. De troosteloze stem van Beth Gibbons op moderne elektronische beats, ingebed in een onheilspellende, nachtelijke sfeer. Samen met Massive Attack zou Portishead de triphop in de vroege jaren negentig domineren. De groep zag in 1994 met Dummy zijn grote doorbraak en effende tegelijk voor de triphop de weg naar het grote publiek. Het zou een van de meest typerende geluiden van die periode worden. Want Portishead had iets in zijn bezit wat bijna nergens anders te horen was: een kruisbestuiving van hiphop, acid, jazz, soul en rock met een overheersende sinistere gloed.

Na zo veel jaar zouden we alleen al de feiten voor zich kunnen laten spreken. Winnaar van de Mercury Music Prize in 1995 en daarmee tijdgenoten als Oasis, Tricky en PJ Harvey op hun plaats gezet. In 1997 was Dummy al meer dan twee miljoen keer over de toonbank gegaan. En toch kunnen die feiten nauwelijks de intensiteit en sinistere spanning op het album bevatten. De weemoedige klaagzang van Gibbons en de ritmische experimenten van Barrow kunnen enkel aan den lijve ondervonden worden.

Hoogtepunt: 00'55” in “Glory Box”. Het moment waarop een elektrische gitaar voor het eerst zijn intrede doet. Niet enkel het snareninstrument maar tevens de stem van Gibbons klinkt zo gepijnigd en doorleefd dat beide timbres perfect samenvallen. Een heerlijk slotstuk.


15. Massive Attack :: Mezzanine

Na het soulvolle Blue Lines (1991) en het verliefde Protection (1994), maakte Mezzanine in 1998 het drieluik absolute klassiekers voor Massive Attack compleet. Met deze plaat vond de groep zichzelf opnieuw uit, wat resulteerde in een aardedonker album waarop ieder detail klopt. Toeval wil dat het bekendste nummer “Teardrop” helemaal niet representatief is voor deze meedogenloze granaat waar post-punk en trip-hop op sublieme wijze samenkomen.

Mezzanine is eveneens het album waarop Massive Attack de samples steeds vaker inruilde voor echte instrumenten. Vandaag klinken de songs uit dit album op het podium nog steeds het krachtigst. Voor bandlid Mushroom werd het allemaal wat te agressief en hij verliet de band. Zodoende werd Mezzanine de laatste grote tour de force van dit collectief. Nadien volgden nog twee goede platen, maar de angel was eruit, en dit torenhoge niveau werd nooit meer geëvenaard.

Hoogtepunt: Opener "Angel" na 00’25”. De gierende gitaar rijt het nummer open, Massive Attack laat horen dat het hen menens is. Alles wijkt voor puurheid en diepgang. Mezzanine moét en zal je raken, door merg en been snijden, totdat je enkel verweesd kan achterblijven.


14. Tool:: Lateralus

Een conceptalbum over zelfkritiek, grenzen verleggen en jezelf overstijgen, waar geen speld tussen te krijgen is. Lateralus is Tool op zijn zwaarst, meest doorwrocht en meest virtuoos. Niet dat de andere output van deze metalband voor metalhaters zo vrolijk en luchtig is, maar dit album doet er op alle vlakken nog een schep of vijf bovenop. Qua lengte bijvoorbeeld: de kortste song duurt bijna 7 minuten en twee songs werden in stukjes geknipt zodat het wat verteerbaarder leek.

Bizar genoeg klonk Tool (met dank aan Maynard James Keenans andermaal virtuoze zang en intelligente teksten) te midden exotische tijdsignaturen en indrukwekkend drum-, bas- en gitaarwerk nooit menselijker of zelfs spiritueler. Een album als een reinigingsritueel en wellicht hun meesterwerk.

Hoogtepunt: 7’30'' in "Lateralus". De finale wordt ingezet: een tandje erbij, na een al imponerend instrumentaal stuk. “With my feet upon the ground / I lose myself between the sounds / and open wide to suck it in / I feel it move across my skin” zingt Keenan, plots zijn eigen album recenserend.


13. The Smiths :: The Queen Is Dead

De samenwerking tussen popvirtuoos Johnny Marr en tekstuele dramaqueen Morrissey kende op The Queen Is Dead haar orgelpunt. De interne strubbelingen binnen The Smiths kwamen voor de release van de plaat in juni 1986 helaas ook tot een hoogtepunt, maar gelukkig wachtten de heren nog een jaartje om te splitten.

Zelden vonden losers en door Cupido gedwarsboomde misfits een betere zielsverwant dan Morrissey, de man die pathetiek en zelfmedelijden tot kunst verhief. Verzuchtingen als "Life is very long when you're lonely", die bij vele anderen cliché zouden klinken, worden dankzij de arrangementen van Johnny Marr gebalde popsongs met flair. Met afwisselend sombere bespiegelingen en subtiele humor toonden The Smiths op The Queen Is Dead hun vakmanschap.

Hoogtepunt: 2'02” ver in “Bigmouth Strikes Again” krijgen drums en gitaar hun gloriemoment, waarna ook Morrissey, bijgestaan door vervormde backing vocals, zijn meest dramatische uithalen mag maken.


12. My Bloody Valentine :: Loveless

Je zal maar een plaat uitbrengen in 1991, het jaar waarin onder meer Nevermind en Ten het licht zagen. Toch is My Bloody Valentines Loveless het album met de hoogste notering uit dat gezegende jaar. Herkenbaar, uniek door zijn doorgedreven dissonantie, ingehouden spanningsvelden en zijn begraven vocalen, maar vooral door de emotie en de talloze schakeringen die diep in luide (gitaar)muziek verscholen zitten. Een nieuw genre, shoegaze, werd geboren.

Het is moeilijk te geloven dat dit album inmiddels meer dan twintig jaar oud is. Niet alleen de aanpak -- de broekies van Pains Of Being Pure At Heart zouden hun maagdelijkheid over hebben voor een song als “Loomer” -- maar ook de productie is nog steeds fris en actueel. Door de ongeziene drang naar perfectie van bandleider Kevin Shields is er nooit een opvolger voor dit album gekomen, ook al toonde de dansbare afsluiter “Soon” de weg naar een nieuwe speelsere richting, zeg maar een New Order na de Joy Division. Maar tegelijk legde My Bloody Valentine de lat hier zodanig hoog, dat een opvolger enkel kon teleurstellen.

Hoogtepunt: 00’38” in "Loomer". Onder de opeengepakte ruis zit een pracht van een melodie verscholen. Schoonheid is nog mooier als je er een beetje voor moet afzien.


11. Arcade Fire :: Funeral

Het gebeurt zoals altijd ergens waar je net niet zit te kijken, en dus was het vanuit een winters Montréal dat hét plots gebeurde. Zonder aankondiging was daar dat uniek geluid, dat het hoekige van Talking Heads combineerde met een gezonde hang naar pathos, en het enthousiasme van een op hol geslagen fanfare. Toen klonk het nog gek als bandnaam, "Arcade Fire". Zes maand later zou het zo vertrouwd zijn als het ademen van uw lief als ze slaapt.

De reden: Funeral, een bommetje van een plaat die daar plots een zenuw raakte waarvan je niet wist dat ze open lag. Die van rauw en ongepolijst -- dit was voor de major label deal, voor de eigen studio -- in "Neighbourhood #2 (Laïka)" naar elegisch kon gaan in "Crown Of Love", en dat vervolgens kon doen ontsporen in een naar disco neigende finale zodat het ook nog eens een tikje prog werd. Een jonge generatie spitste de oren, en nam ijverig nota. Het zou geen half jaar duren of de eerste klonen doken op. Maar geen zou de intensiteit van Funeral benaderen.

Hoogtepunt: 00'00'' in "Neighbourhood #3 (Power Out)". Als het koffiekopje op het einde van The Usual Suspects spat dit nummer op de vloer uiteen om rimpels te blijven maken. Dié pompende opbouw, waar telkens als je denkt dat het niet meer kan, toch nog weer een tikje harder wordt gedaverd: onverslijtbaar.

E-mailadres Afdrukken