Banner

Pearl Jam

Benaroya Hall Oct. 22 2003

Matthieu Van Steenkiste - 30 augustus 2004

Wie dacht dat het "theatertournee"-fenomeen iets strikt Belgisch was, mag nog eens denken: na Nederland (The Gathering) duikt het fenomeen nu ook bij Pearl Jam op. Een echte tournee mag het dan niet geworden zijn, dit eenmalig akoestisch theaterconcert in de Benaroya Hall is de meest interessante Pearl Jamrelease van de laatste zes jaar.

Na hun schabouwelijke laatste twee studioplaten hadden we Pearl Jam opgegeven en de B-kantjescompilatie Lost Dogs kon daar vorige herfst geen verandering in brengen. Dat doet Benaroya Hall, October 22nd 2003 nu wel: herleid tot de pure essentie, is er plots die vonk die ons opnieuw doet begrijpen waarom we ooit zo passioneel over deze dinosaurus zijn geweest.

Op 22 oktober 2003 gaf Pearl Jam in de Benaroya Hall in Seattle een exclusief concert om geld bijeen te krijgen voor één van die vele goede doelen die ze steunen. In dit geval YouthCare dat risicojeugd (ja wij tikken dit even snel over van het hoesje) en daklozen opvangt. Dat het hart bij de heren op de juist plaats steekt, wisten we natuurlijk al langer, het is goed dat ze ons er deze keer middels een fijne dubbelaar bij betrekken.

De groep koos voor dit bijzondere akoestische optreden niet voor een greatest hits-set, maar maakte een eigenzinnige selectie uit hun zes studioplaten en vulde deze aan met een reeks opmerkelijke covers en publiekslievelingen. Géén "Alive" dus, géén "Even Flow" of zevenentwintig andere hits, maar wel minder gekende parels als "Low Light", "Thumbing My Way" en "Nothing As It Seems".

"Of The Girl" opent de show alsof het daar altijd al voor bedoeld was, met voornoemde trio wordt daarna meteen eens goed uit de laatste drie platen geput. Het is duidelijk: Eddie Vedder en vrienden zijn niet van plan het publiek te volgen in hun afwijzing van hun recente oeuvre. En dat stoort ook niet: ze weten perfect de beste brokken uit die platen te pikken.

Met "Immortality" krijgen we een eerste hoogtepunt, de rest van cd1 gaat op hetzelfde spoor verder als daarvoor met meer materiaal uit No Code, Binaural en Riot Act. Een "Nothingman", "Betterman" of "Elderly Woman…" hadden hier echter niet misstaan om ons op die eerste helft iets vaker goedkeurend te doen knikken.

Voor kippenvel moeten we op het tweede schijfje zijn, dat na twee nummers op hetzelfde "latere albums"-elan aan de uitgebreide bisnummers begint. En daar flakkert het vuur terug op. Net als Timesbold vond ook Pearl Jam deze duistere tijden gepast om Bob Dylan’s "Masters Of War" boven te halen. Om eerlijk te zijn, wij prefereren de versie van Whip en groep, maar als daarna een sublieme versie van "Black" komt, verstomt ons gemopper. Dit nummer was altijd al één van Pearl Jams fijnste momenten, wanneer in de laatste strofe het publiek de zang overneemt, ontstaat een magisch moment.

Volgen dan nog: een opmerkelijke Johnny Cash-cover ("25 Minutes To Go"), een alweer prachtige versie van "Daughter" (gewoontegetrouw met lang uitgesponnen outtro) en als afsluiter publiekslieveling "Yellow Ledbetter". Na dik twee uur muziek, een mooie afsluiter.

Op de recentste Pukkelpop-editie schalde na het optreden van de Dandy Warhols plots "Once" van Pearl Jam uit de boxen van de marquee. Het scheelde weinig of wij riepen dat uit tot moment van het festival. Dit blijft — akoestisch of niet — een reus van een livegroep. Een Belgisch optreden zou er ondertussen écht wel eens van mogen komen en dient het gezegd waar wij ons dán zullen bevinden?

E-mailadres Afdrukken
 
Pearl Jam

Uit ons archief
Banner

TEST