Banner

James Blackshaw

Holly EP

Gowaart Van Den Bossche - 14 november 2011

Je kan James Blackshaw van veel beschuldigen, maar niet van nalatigheid of een gebrek aan ijver. Sinds 2004 bracht de man reeds negen platen uit, naast nog enkele samenwerkingen, en een druk tourschema dat hem al meerdere keren doorheen geheel West-Europa en de VS bracht. We kunnen het hem dan ook niet kwalijk nemen dat hij zich dit jaar eerder vrijblijvend beperkte tot touren als voorprogramma van Swans en het uitbrengen van een bescheiden ep.

Het intensieve concerteren en de tour de force die de compositie en opname van vorige plaat All Is Falling moet geweest zijn, verklaren waarom Blackshaw het dit jaar wat rustiger aan deed. Toch wist hij een tweetal lange composities af te werken. Die liggen grotendeels in dezelfde lijn als het voorgaande werk, al wordt niet zozeer de vernieuwende lijn van All Is Falling doorgezet, waarbij Blackshaw zichzelf minder centraal plaatste, door sterk te gaan arrangeren en bovendien te componeren met een groter compositorisch geheel in gedachten. Op Holly horen we vooral weer het soort lineaire, maar wel op zichzelf staande mantra-composities waar de man zo langzamerhand een patent op kan nemen.

Toch één bescheiden vernieuwing hier: in titeltrack “Holly” bespeelt Blackshaw geen twaalfsnarige, maar een klassieke gitaar met nylonsnaren. Hoewel deze productioneel nog steeds onder een royale dosis galm wordt bedolven, is de klankverbreding toch opvallend. Dat kunnen we overigens enkel maar toejuichen, en vooral in de intro en outro van het stuk weet Blackshaw de warme klank van het instrument goed aan te wenden met kort aangeslagen akkoorden. Elders doet hij dat dan weer wat teniet door sneller te gaan spelen en resonanties minder de kans te geven, maar compenseert hij wel ruimschoots door het te kaderen in prachtige melodieën. “Holly” gedraagt zich als een soort pendule, waarbij steeds teruggekeerd wordt naar het hoofdthema na relatief korte uitstappen naar andere melodieën. Hoewel Blackshaw zich hier weer een begenadigd componist betoont, met onder meer een bijzonder mooi blazerarrangement in de vijfde minuut van het stuk, valt tegelijkertijd een zekere ideeënarmoede op, aangezien het nummer bijna dertien minuten doorgaat terwijl het perfect het noodzakelijke had kunnen zeggen in een tijdspanne van pakweg negen minuten.

Het andere nummer “Boo, Forever” is dan weer Blackshaw ten voeten uit, op twaalfsnarige gitaar, met getokkel aan het tempo van een kleine wervelwind. Sterk beïnvloed door het folky getokkel van John Fahey, Bert Jansch, Jack Rose en dergelijke meer, maar tegelijkertijd met die diepere, haast spirituele lading die enkel Blackshaw van al die gitaristen aan zijn muziek lijkt mee te geven. De 12-string klinkt hier weer alsof hij opgenomen werd in een leegstaande kathedraal, en de resonanties verspreiden zich dan ook naar hartenlust. Enige minpuntje hier: het eerste folky en tweede erg klassiek gearrangeerde deel van de compositie sluiten niet naadloos aan, al is dat euvel snel vergeten wanneer gekeken wordt naar de individuele kwaliteiten van de delen.

Holly is een vreemd geval in de discografie van Blackshaw, net zoals ep’s dat meestal zijn. Enerzijds is het vooral voer voor toegewijde fans van Blackshaw, de man doet immers niets opvallend nieuws en borduurt verder op gekende elementen, maar anderzijds is het ook een degelijke instapplaat voor nieuwe luisteraars door de beperkte lengte en de relatief rechttoe rechtaan composities (al bevelen wij liever The Cloud Of Unknowing aan als instap). Geen essentiële plaat dus, deze ep. Beide composities behoren niet tot Blackshaws allerbeste werk, maar tonen wel een artiest met een constante profileringsdrang die daarbij dan ook nog eens steeds op z’n minst uitstekend materiaal weet af te leveren. Wij blijven alvast fan.

E-mailadres Afdrukken