Banner

Farmers By Nature

Out Of This World’s Distortions

Guy Peters - 29 augustus 2011

Out Of This World’s Distortions werd de dag na het overlijden van Fred Anderson opgenomen en is ook aan de saxofonist opgedragen. Anderson was een echte musician’s musician, over het hoofd gezien door een breed publiek en afwezig in vele anthologieën, maar op handen gedragen door de gemeenschap van muzikanten die hij zelf mee hielp opbouwen. Het is te vroeg om na te gaan of dit trio ook zo’n lot te beurt zal vallen, maar feit is dat hun muziek al even uniek en vanzelfsprekend klinkt als die van de meester.

Je hebt dan ook drie knallers in huis die behoren tot de meest ervaren en veelzijdige muzikanten van de hedendaagse free jazz en geïmproviseerde muziek. De status van William Parker als een van de bepalende bassisten van de voorbije decennia blijft maar groeien, en met de tandem Craig Taborn (piano) en Gerald Cleaver (drums) wordt hij ondersteund door twee virtuozen die niet meer weg te denken zijn van de hedendaagse scene. Hun machtige eenheid werd al tentoongespreid op het titelloze debuut uit 2009, dat een registratie was van hun derde gezamenlijke concert (al waren ze het jaar ervoor al te vinden binnen het Rob Brown Ensemble).

Natuurlijk kunnen Taborn en Cleaver ook terugvallen op een voorsprong die weinig anderen gegund is. Intussen zijn ze al zo’n twintig jaar vaste speelpartners, die elkaar in allerlei contexten blijven tegenkomen. Bovendien zijn het virtuozen die niet steeds de nood voelen om hun talent tentoon te spreiden op al te doorzichtige manieren. Hun spel aan de zijde van de Deense saxofoniste Lotte Anker, zoals vastgelegd op o.m. Floating Islands (een modern meesterwerk!), laat een duo horen dat kiest voor impact door coherentie en communicatie, niet door individuele notenneukerij. Het is vaak in de dosering dat deze twee het onderscheid maken.

Ook op Out Of This World’s Distortions word je weer getrakteerd op vaak hypnotiserende grooves die het niet moeten hebben van duidelijke meetelritmes, maar van een steeds weerlegde puls, een weggemoffelde hartslag die je niet hoort, maar die wel de muziek leidt of als een estafettestokje doorgegeven wordt van de ene muzikant naar de andere. In “Cutting’s Gait” heb je eerst te maken met een schijnbaar warrig samenspel, tot je opeens, en zonder te beseffen hoe het had kunnen gebeuren, terechtgekomen bent in een meeslepende drive die je normaal enkel krijgt van muziek die kiest voor meer transparante tactieken.

De drie geven een geheel eigen invulling aan collectieve improvisatie en zijn dan ook herkenbaar uit de duizenden. Zo ook al in opener “For Fred Anderson”, dat aanvankelijk haast gebaseerd lijkt op een pianosonate van Beethoven, met z’n ingetogen, melodieuze lijnen en de delicate toets van Taborn. Maar dan zijn er ook die zingende gestreken bas en het slinks opduikende percussiewerk van Cleaver en dan besef je dat er een andere vorm van communicatie aan de gang is. Het is diep geconcentreerde, zelfs elegische muziek met een enorm soortelijk gewicht en een diepgang die zowel intimistisch als expansief is, met de nadruk op geïsoleerde aanslagen van Taborn en nazinderende stiltes. Een machtig beginhoofdstuk.

Met z’n achttien minuten is tongbreker “Tait’s Traced Traits” het onvermijdelijke epos van de plaat. Het laat ook een heel ander geluid horen: woelig, hoekig en nerveus verspringend, met nukkige, in zichzelf gekeerde passages en opnieuw die momenten van plagerigheid, waarbij je even het idee krijgt greep te hebben op het recept. Het is een tour-de-force voor de drie betrokkenen, maar meest van al misschien nog voor Cleaver, die ritmes laat versnellen en vertragen, in- en bijkleurt met roffels, subtiele cimbaalstrelingen en krachtiger uitbarstingen. Dit is niet minder dan schilderen met geluid en een enorme verbeeldingskracht.

Al even opmerkelijk zijn de andere tracks, waarbij “Sir Snacktray Speaks” voortgedreven wordt door een modern aandoende, struikelende beat en Parker prachtige dingen doet met de strijkstok. Afsluiter “Mud, Mapped” doet met z’n gedempte start, met Cleaver prominent maar ingehouden op toms, dan weer denken aan het exorcisme bij Lotte Anker. Het is een duister minimalisme dat ondanks z’n redelijke eenvoud toch een enorme raadselachtigheid uitstraalt, een elegante ongrijpbaarheid die je opnieuw opslorpt in die telepathische communicatie die voorbij de bekende basisingrediënten van muziek gaat. Out Of This World’s Distortion is dan ook een zoveelste straffe toevoeging aan het oeuvre van de betrokkenen.

Taborn en Cleaver spelen op de openingsdag van het Follow The Sound festival (10/11, in De Singel) met Lotte Anker en bassist Thomas Morgan. Niet te missen.

E-mailadres Afdrukken
 
Farmers By Nature

Advertentie

TEST