Banner

Easy Star All-Stars

First Light

Freek Lauwers - 22 april 2011

Dat er bij veel melomanen niet veel reggaeplaten op de bovenste plank liggen, is een understatement. Al te vaak moet je je als liefhebber verantwoorden om je voorliefde voor het genre. "Reggae is saai en klinkt altijd hetzelfde", reageren mensen meestal.

Soms is het dan ook wel eens nostalgisch terugdenken aan — nooit gedacht dat we het ooit over de lippen zouden krijgen — de jaren tachtig. Een periode waarover je veel kan zeggen; niet in het minst dat de menselijke geest toen klaarblijkelijk meer openstond voor vreemde en nieuwe impulsen of toch minstens meer zin had in experiment. Reggae werd in die tijd met open armen onthaald, getuige ook het — soms immense — succes van bands als UB40, The Police, Madness of dichter bij huis Doe Maar en The Skyblasters. Jazeker, het is soms moeilijk te geloven, maar reggaebands haalden toen moeiteloos de radio én de hitparade.

Het genre verloor echter al snel zijn nieuwigheid, deemsterde langzaam maar zeker weg en lijkt vandaag verbannen naar een uithoek van het muzieklandschap. Een uithoek die het moet delen met rare rasta’s en andere vreemde vogels. Geen wonder dus dat velen hun vooroordelen moeilijk kunnen laten varen en zich niet verder in het genre verdiepen. Maar op de vraag of ze van Doe Maar of de reggae-exploten van Serge Gainsbourg en Flip Kowlier houden, antwoorden de meesten dan weer met "Ja, best wel. Maar, euhm,… die spelen toch geen echte reggae?" Nou, wel dus.

Net die mensen moeten misschien ook eens luisteren naar de eerste drie platen van Easy Star All-Stars. Daarop coverden ze respectievelijk Pink Floyd (Dub Side Of The Moon), Radioheads OK Computer (Radiodread) en Sgt. Pepper’s van The Beatles (Easy Star’s Lonely Hearts Dub Band). Minutieus doch op Jamaïcaanse wijze speelden ze na wat die legendarische bands hen voordeden. Het lijkt een gimmick, maar hun versie van die drie mijlpalen in de geschiedenis van de popmuziek werkt wel degelijk. De band, een aldoor van samenstelling wisselend collectief met artiesten van het New Yorkse Easy Starlabel, oogstte er ook behoorlijk wat succes mee. En als muziekliefhebber begon je je natuurlijk al af te vragen welk legendarisch album als volgende aan de beurt zou komen.

Het is dan ook een halve verrassing dat de band uit New York nu met een album op de proppen komt dat volledig bestaat uit eigen werk. Wat je mag verwachten is degelijke reggae die erg poppy klinkt en geregeld uitstapjes maakt richting r&b, soul, ragga, dancehall, funk en hiphop. Zo is openingstrack "Don’t Stop The Music" een ouderwetse reggaestomper die meteen ook als een soort intentieverklaring mag beschouwd worden. "Break Of Dawn" en "First Light (Ramblin’ Fever)" klinken erg hedendaags: reggae die naar jazz neigt en door vocalistes Joanne Williams en Kirsty Rock van een soulvolle invloed werd voorzien. "One Likkle Draw" is de onvermijdelijke ode aan marihuana, het elfenbrood van de rasta’s, zeg maar. Zowel Junior Jazz als Daddy Lion Chandell maken er een geslaagde "guest appearance" in. "Easy Now Star" klinkt sloom en dubby. "Take it easy, take it slow" zingen The Meditations en Tony Tuff, waarna Lady Ann, die over een erg mooie en rauwe stem beschikt, even een raggamuffin mag komen bijdragen. Irie!

"Paid My Dues" is de ideale partysong: voortgestuwd door een strak spelende drum, klinkt vooral de baslijn erg aanstekelijk. In "Reggae Pension" mag gitarist Shelton Garner Jr. even de vocalen op zich nemen. "It’s time for my pension, my sweet reggae pension" klinkt het. Nu al? "Universal Law" en "In The Light" zijn laidback soulnummers die even wat ademruimte creëren. Voor "Unbelievable" wisten de Easy Stars zanger/gitarist Cas Haley van de beloftevolle jonge Texaanse band Woodbelly te strikken. De plaat eindigt met een lekker dreunende dubversie van opener "Don’t Stop The Music"

Het moge duidelijk wezen dat Easy Star All-Stars meer is dan een veredelde coverband. Veel meer zelfs: met First Light hebben ze misschien wel dé reggaeplaat van het jaar gemaakt. Het schijfje blaakt werkelijk van levenslust en spelplezier. Misschien is het net daarom dat we er best van houden. In deze barre tijden van oorlog, kernrampen, economische crisis en klimaatsverandering is een beetje tegengewicht in de vorm van zonnige en lichtvoetige reggae immers altijd op zijn plaats. En voor wie toch liever een vierde tribute-album had gehoord: wie zegt de band er voor hun volgende project niet weer een zullen maken? Niets belet u om alvast te beginnen fantaseren over welk album dat dan zou kunnen worden. Als we alvast een paar suggesties mogen doen: misschien Transformer van Lou Reed? Nirvana’s Nevermind? De eerste van The Doors?

E-mailadres Afdrukken