Banner

Senne Guns

Hoera voor de Eleboe

Vincent Merckx - 13 april 2011

Soms komt muziek precies op tijd. De Beach Boys op een vroege zondagmiddag bijvoorbeeld, bij het bakken van een roerei. Of een dikke streep Death door de koptelefoon bij het huiswaarts marcheren op een donkere winteravond na een te lange werkdag.

Zo is het ook met deze Hoera voor de Eleboe van Senne Guns, die u misschien al kent van z’n andere band Tomàn. In wat misschien een geniale marketingmove was (of anders, en waarschijnlijker, gewoon een erg gelukkig toeval), wachtte Guns tot we met z’n allen de klok teruggedraaid hadden naar het uur van de lange zomeravonden om het album dat hij al van deze winter in de kast staan had, ook daadwerkelijk te releasen. In die sfeer van alles mag en niets moet, gedijt z’n complexloze mix van ongedwongen guitigheid en micromelancholie immers het best.

Die guitigheid, die spat van nummers als “Zovele Mooie Vrouwen”, een ode aan al het werelds schoons dat Guns nooit heeft gehad, en de leutige rocker “In Milaan”. Raymond is er de huisleverancier van zoveel jongensachtige speelsheid, terwijl Hugo Matthysen en z’n excentrieke universum dan weer aankloppen bij de Eleboe van het titelnummer.

Een beetje een vreemd geval trouwens, “Hoera voor de Eleboe”. Of liever, de keuze om het album net naar dat nummer te vernoemen. Z’n absurdistische rijmelarij (“Men zegt weleens dat er niets rijmt op herfst / maar wat dacht je dan van kerfstok / of kippenhok”) is immers ver verwijderd van de nummers waarin de ziel van Hoera voor de Eleboe zich toont.

Dat gebeurt in veelal verstilde luisterliedjes die vaak sterk hinten naar Spinvis, compleet met ineengevlochten laagjes van een drijvende maar sobere ritmegitaar op de achtergrond en enkele spaarzame pianotoetsen die soms openbloeien tot hele orgelpartijen. “De Goudvis”, dat u misschien al gehoord heeft op Radio 1, leverde Guns al de tweede plaats op in de Nekka-talentenwedstrijd. Het is maar een van de nummers waarin de triviale triestheid van het dagelijkse bestaan een lichtverteerbaar (tot soms ongegeneerd vrolijk) jasje aangemeten krijgt. De relatie-observatie van “Helder” had dan weer geschreven kunnen zijn door Hannelore Bedert, al houdt Guns het (goddank) allemaal veel ingetogener. Niet dat we de pit van Hannelore niet kunnen pruimen, maar op dit album had het gevloekt.

U merkt het, mooie referenties genoeg voor deze Hoera voor de Eleboe, en elk van die grote voorbeelden loopt elk om beurt vrij nadrukkelijk in het voetlicht. Storen doet het niet echt, al zijn de beste nummers net die waarin Guns zijn eigen gezicht toont.

“De nagelstudio”, het verhaal van een man van vijfenveertig met vijf kinderen en een vrouw (“velen kunnen daar alleen van dromen”) die plots de liefde vindt bij een ander, is zo’n pareltje. Tegelijk tragisch en vertederend mooi is de manier waarop Guns beschrijft hoe een gezin langzaam uiteenvalt terwijl de man des huizes op wolkjes loopt. In het contrast tussen dat naïeve, kleine geluk en het terloops vermelde verdriet toont Guns waar hij, misschien nog meer dan als muzikant, als verteller tot in staat is.

Hebt u het liever wat lichter, dan is er nog altijd de gewoon mooie ode aan het meisje dat Guns ooit omver fietste (“Rosa, Rosalie, hoe gaat het met je knie? Ik vraag me af wanneer ik je nog eens zie”). Kijk, daar worden wij nu eens blij van: goed gemaakte en eerlijke muziek die verrast over mooie meisjes waarvan we zouden zweren dat we ze zelf ook kennen.

Het moet een hachelijke onderneming geweest zijn om al die verschillende invloeden en gemoedsgesteldheden met elkaar te verzoenen op één album, maar ergens is Guns er toch in geslaagd. Hoera mag dan op inhoudelijk vlak absoluut geen coherent geheel zijn, deze rare vogel stààt er desalniettemin. En net op tijd, met de lente voor de deur. Hoera voor de Eleboe! En hoera voor Senne Guns!

E-mailadres Afdrukken