Banner

Colin Stetson

New History Warfare Vol. 2

Judges

Guy Peters - 14 maart 2011

Begin maart 2011. Verbluft, dat waren we. Zijn we nog steeds. Daar was geen volledige beluistering voor nodig, geen albumhelft. Een intro en een halve song, dat volstond. We hadden het kunnen zien aankomen, maar Stetsons tweede soloalbum zorgt voor een van de meest overrompelende luisterervaringen van 2011. Nu al.

25 maart 2010. Stetson verschijnt in de Domzaal van de Vooruit. Hij is de eerste artiest op het Jazz & Sounds festival. Anticipatie weegt op de sfeer. Hij werd “de Roger Federer van de saxofoon” genoemd. Anderen hoorden hem al met Arcade Fire of kennen hem van Tom Waits’ tweeluik Alice/Blood Money en een resem andere releases. De kloeke Canadees schudt de polsen los en haalt een paar keer diep adem. Je weet dat er iets bijzonders gaat komen. En dan, met die kolossale bassax om z’n lijf gegespt, vat hij “Judges” aan, een donkere, woelige trip die meteen elk besef van plaats en tijd doet vergeten. Monden vallen open en mensen stoten elkaar aan. Worden we hier in de zeik gezet of komt die complexe klankenwereld echt van dat podium? Zelfs fanatieke improvisatiefanaten weten het niet meer. Datzelfde “Judges” is nu het sleutelstuk geworden van een album dat virtuoos genregrenzen sloopt en werelden van avant-garde en rockmuziek op een onwaarschijnlijke manier bij elkaar brengt. Dat eerste volume was een imposante introductie. Dit tweede deel van wat uiteindelijk een trilogie zou moeten worden, maakt het werk af.

De hele clou van het verhaal is dat Stetson een eenmansorkest is, een hypergetalenteerde muzikant die van de circulaire ademhaling (een ademhalingstechniek waardoor de muzikant ononderbroken kan blijven spelen) zijn handelsmerk gemaakt heeft. Maar er is nog meer dan dat aan de hand, veel meer. Meer dan eender welke artiest die we kennen, weet Stetson een harmonische rijkdom in zijn bezwerende solostukken te steken. Dat door in de stukken volop de kaart van de multiphonics te trekken: door inventieve blaastechnieken die je ook kan horen in het (solo-) werk van Evan Parker, John Butcher, Anthony Braxton en John Zorn, krijg je gespleten tonen en rijke harmonieën te horen. Een begenadigd muzikant kan die creëren. Stetson kan die nog eens afzonderlijk manipuleren, waardoor je een steeds in beweging blijvende wisselwerking krijgt, waarbij boventonen verschuiven, verschijnen en verdwijnen en lome basfiguren nog eens verrijkt worden door het gebruik van de stem.

“Judges” is ongetwijfeld het meest opvallende stuk op deze plaat, omdat het eigenlijk helemaal niet ver van de rocktraditie staat. Met z’n nadruk op de bastonen en donkere klankkleur is het zelfs vaag verwant aan koortsige sfeer van pakweg Massive Attack. Minstens even mooi is vervolg “The Stars In His Head (Dark Light Remix)”, dat een en ander gemeen heeft met minimalistische, pulserende elektro. De manier waarop hier met dreiging en dynamiek gespeeld wordt, is meesterlijk: ritmische elementen steken de kop op, de stem en gierende en staccato uithalen werken aan een verschroeiende intensiteit. Het is muziek die al snel boven zichzelf en beperkingen uitstijgt. Veel heeft daarbij ook te maken met de erg inventieve productie van Efrim Menuck, die tijdens de opnames niet minder dan twintig microfoons gebruikte en die dan nog eens strategisch plaatste: voor, in en rond het instrument, doorheen de ruimte, op Stetsons keel, vlak bij zijn handen. Op die manier kan er dan toch gemanipuleerd worden.

Je krijgt dan niet enkel de interne werking van zo’n instrument te horen, maar ook het indrukken van de kleppen, die soms een uitgesproken (“Judges”) of grotesk uitvergrote (“Home” of “Fear Of The Unknown And The Blazing Sun”) percussieve impact hebben. Het zijn technieken die rechtstreeks uit de wereld van het experiment en de sound art komen, maar hier gegoten worden in stukken met poplengtes en –melodieën, die zo hedendaags klinken als bands zoals Radiohead en Flying Lotus. Stetson heeft het vermogen om werelden te verenigen. Los van die opvallende experimenten levert het soms ook gewoonweg bloedmooie muziek op: het ononderbroken blaasgedicht “From No Part Of Me Could I Summon A Voice” op altsax is door z’n galmende rijkheid gestroomlijnd met een haast religieuze intensiteit, wat nog eens over wordt gedaan op “A Dream Of Water” en “The Righteous Wrath Of An Honorable Man”. Dat al die songs werden opgenomen in één take, zonder overdubs of loops (met uitzondering van het hoornstukje “All The Days I’ve Missed You”), is verbijsterend.

Een paar composities werden voorzien van spoken word-stukjes van avant-garde icoon Laurie Anderson, maar de gast die gaat lopen met de vocale eer is Shara Worden (My Brightest Diamond), die bluestraditional “Lord I Just Can’t Keep From Crying Sometimes”, met een ronkende Stetson op de achtergrond, volledig naar haar hand zet. Luister ook hoe Stetsons ademhaling gebruikt wordt als percussieve inkleuring. Het bewijst nog maar eens dat New History Warfare Vol. 2 niet voor een gat te vangen is. Ja, dit is avant-garde (én drone, én minimalisme), maar het is ook zoveel meer dan dat. De man is er in geslaagd om een fenomenale virtuositeit om te zetten in een album met een -- dit is het moment om dat adjectief nog eens uit de kast te halen -- wonderbaarlijke intensiteit, schoonheid en emotionele spankracht. Het is een album dat nergens mee te vergelijken valt. Vroeger niet, dit jaar niet, volgend jaar niet. De lat voor solo saxalbums ligt hoog in 2011. Die voor albums tout court ook.

E-mailadres Afdrukken
 
Colin Stetson :: New History Warfare Vol. 2

Uit ons archief
Banner

TEST