Banner

Mogwai

Hardcore Will Never Die, But You Will

Vincent Merckx - 14 februari 2011

Dat Hardcore Will Never Die, But You Will een erg divers album is geworden, kon u al lezen in ons interview. Zowel vormelijk als inhoudelijk is het een potpourri van alles wat Mogwai al eens eerder gedaan heeft. Met het nogal voorspelbare gevolg dat Hardcore een echt smoelwerk ontbeert.

Herinnert u zich nog die iconische adelaar die u aanstaarde van op Mogwais vorige, The Hawk Is Howling? De muziek zelf was dan misschien iets minder memorabel dan alles wat ervoor kwam, die adelaar bleef een referentiepunt van jewelste. Maar zelfs de vormgeving van Hardcore, een beeld van de avond die valt over de stad, brengt nu nog weinig teweeg. Niet dat het geen mooie foto is, maar veel maak je er ook niet mee duidelijk. En dat geldt meteen ook voor het hele album: er is geen touw aan vast te knopen.

Nu hoeft een gebrek aan een duidelijk kader op zich natuurlijk geen minpunt te zijn, ware het niet dat het songmateriaal op Hardcore net iets te vaak te vrijblijvend klinkt. Poppy nummers als “George Square Thatcher Death Party” en het instant meefluitbare “San Pedro” verrassen dan wel door hun vorm (het kan aan ons liggen, maar die opgewektheid verwachten we gewoon niet van Mogwai), maar wegen op het einde van de rit niet zwaar genoeg om te blijven plakken. En dat terwijl het erg geslaagde “Mexican Grand Prix”, dat een duistere groove koppelt aan een nerveus voortjakkerend tempo, nochtans bewijst dat er veel meer aan te vangen is met die rechttoe rechtaan aanpak.

Elders grijpt Mogwai dan weer terug naar de treurige elektronica en zacht galmende drums van Happy Songs For Happy People om hier en daar af te wisselen met een verplicht gitaarnummer. Het afsluitende “You’re Lionel Ritchie”, een voltreffer, zit daar ergens tussenin met zijn langzaam openbloeiende structuur en grandioze (zij het voorspelbare) climax.

Het grootste probleem is echter dat Hardcore gewoon te veel ballast torst. “White Noise”, dat als opener een cruciale rol te vervullen heeft, ben je al vergeten nog voor het helemaal gedaan is. Hetzelfde geldt voor “How To Be A Werewolf” -- en eigenlijk zo goed als elk nummer dat we tot nu toe nog niet vernoemd hebben. Misschien komt het doordat de band deze keer uit noodzaak deed aan LAT-componeren, wegens de verhuis van enkele leden, dat te veel songs gewoon prematuur aanvoelen?

Wat er ook van zij, Hardcore slaagt er niet in zijn punt te maken, of om überhaupt een indruk achter te laten. Hadden we niet zo’n foeihekel aan dat soort analyses, we zouden ons bijna afvragen wat de relevantie van dit album is. Feit is dat het album niet veel bijdraagt aan het imposante oeuvre van de Schotten. Daarvoor is het te vaak Mogwai by numbers. Daarvoor mist het een echte ziel.

En dat is erg jammer voor een band die in de loop der jaren hele adrenalinegolven teweeg heeft gebracht met drie simpele noten (“Mogwai Fear Satan”) en ons op andere, meer onbewaakte, momenten heeft geholpen om gebroken harten te verbijten (“Cody”). Mogwai was en is nog steeds emotie, meer dan gewoon muziek. Vaak verstillende emotie ook, zij het dan met de volumeknop op 12.

Maar die kracht, die mist dit album dus. Het gaat overal en nergens tegelijk naartoe. En zo komt het dat Mogwai nog even de band blijft waarbij we vooral blijven teruggrijpen naar dezelfde, eerste vier albums. En het mag het nog zo hard uitschreeuwen als het wil, daar zal deze Hardcore Will Never Die, But You Will helaas niets aan veranderen.

Mogwai speelt op 26 maart een uitverkocht concert in de Ancienne Belgique.
E-mailadres Afdrukken
 
Mogwai

Advertentie

TEST