Banner

Anna Calvi

Anna Calvi

Philippe Nuyts - 28 januari 2011

Ze klinkt alsof ze in de club Silencio uit Mulholland Drive een platencontract heeft versierd, nog voor de rode gordijnen weer sloten. Als een femme fatale die u met een valse lach om de met felrode lippenstift beschilderde mond drie kwartier lang in een zinderende spanning tussen verlangen en venijn, tussen verleiden en vermoorden houdt. Dit is — sorry, het moet eruit — de eerste "Plaat van het Jaar".

Wie dat uitroept, moet bij goddeau vijf euro afdokken in het potje (eigenlijk tien als we ons in januari al niet kunnen inhouden), maar dat ze het waard is, die bloedmooie, Anglo-Italiaanse Anna Calvi. Ze maakt een eigengereide samenvatting van het hele oeuvre van Scott Walker, flirt met Morricone en Phil Spector en tientallen anderen, allemaal dankzij de brede muziekcollectie van de papa. Een schrijn voor die man. Op "The Devil" klinkt ze als de dochter die Nick Cave (Tender Prey) en PJ Harvey (White Chalk) nooit hebben gehad en die met een ongezonde grijns op haar donkere kamer naar breed gearrangeerde chansons heeft geluisterd. Calvi kronkelt tussen rauw en orkestraal. Geen wonder dat Cave haar mee op tournee nam met Grinderman.

Allemaal ook geen wonder aangezien Rob Ellis (de enige constante op PJ Harvey’s platen) Calvi’s stuiptrekkingen in uitstekende dwangbuizen van songs heeft gestoken. We mogen er niet aan denken hoe haar debuut had kunnen klinken in minder begaafde handen en oren. Ze speelt gitaar op een manier alsof ze er een heel strijkorkest mee wil vertolken, soms zweemt ze naar flamenco. Ze verzoent vervolgens gitaargepingel in de woestijn met orkestrale bombast; zingt soms als de zanglerares van La Esterella maar krult zich een minuut later rond uw oorschelp als die danseres van vrijdagavond laat op uw schoot (ook tien euro in ’t potje?); lonkt met pakweg "Blackout" aanvankelijk naar een hoge iTunes-notering door een uitstekende popsong te beloven en met "First We Kiss" naar een plaats op de volgende Edith Piaf-tribute, maar ontbindt in beide songs na enkele boem-paukenslagen een paar demonen waarmee ze haar apotheker glazige ogen bezorgt.

"I’ll Be Your Man" begint als Chris Isaak die "Red Right Hand" covert, terwijl enkele spoken rond de microfoon zweven. Een piano komt af en toe sussen en ontroeren tot die een paar keer in de hens vliegt, u hoort de vlammen likken. "Morning Light" is dan weer bloedmooie (betrekkelijke) soberheid, "No More Words" is aan het begin van de plaat pure verleiding waarin Calvi, "Oh My Love" kreunend, haar handpalm op uw rechterwang legt, haar mond heel dicht naar de uwe brengt waarna ze het, opgejut door een feller gespeelde riff, afbolt en putten in het parket stampt met haar hoge hakken — is dat geen ladder in die netkous? Ze draait zich glimlachend naar u om, legt haar wijsvinger op haar mond en u zit daar nog alleen, beseffend dat u deze plaat no matter what wilt uitzitten. Steeds weer.

Anna Calvi’s debuut is immers, ondanks alle barok, een feest van subtiliteit en gelaagdheid, tjokvol songs wier talrijke wendingen pas na enkele luisterbeurten hun hoe, wat en waarom prijsgeven — "Desire" en "First We Kiss" zijn op dat vlak pareltjes. Tien euro in ’t potje als u strijkers vindt die op een verkeerd of overbodig moment invallen, of een zanglijn die de song de verkeerde richting uitstuurt. Haar talloze invloeden zijn onmiskenbaar (ieder van u zal wel op andere momenten z’n vingertje opsteken), maar Calvi sleurt ze allemaal bij de kraag haar eigen universum in, waarin geen ruimte is voor pastische noch voor pathetiek.

Zo verlegen ze tot voor enkele jaren op haar kamertje zat ("Ga heen daglicht!"), zo’n moordwijf is ze nu. Ze ziet muziek als iets seksueels, en zoekt vooral de spanning op waar we iemand zo graag zien dat we haar of hem wel kunnen vermoorden. Geen wonder dat orkestraal orgelpunt "Love Won’t Be Leaving" eindigt met een doordringend kloppend hart dat het, opgelucht, heeft overleefd — al scheelde het soms niet veel. "It’s just the devil in me" mag ze dan wel prediken ergens tussen vos en passie in, geruststellend klinkt het nimmer. Verslavend des te meer. De magnetische aantrekkingskracht van een verboden vrucht.

Dat Brian Eno haar de boeiendste muzikante noemt sinds Patti Smith, zal wellicht alleen een grootsprakerige Bono op diens facebook met een "Vind ik leuk" begroeten. Maar dit is wel zo’n debuut zoals er elk jaar geen vijf (soms zelfs gewoon geen) verschijnen. Dit is passioneel, sensueel, mysterieus, gotisch, groots en nooit grotesk, sober én erover. Anna Calvi wordt hot. In alle betekenissen van het woord. Een Plaat van het Jaar. Hopla, nog vijf euro. I don’t care.

Anna Calvi speelt op 9 februari in de Botanique.

E-mailadres Afdrukken
 
Anna Calvi

Advertentie

TEST