FM Einheit / Massimo Pupillo

EVOL/VE

Guy Peters - 10 januari 2011

De originele percussionist van Einstürzende Neubauten bij de bassist van Zu plaatsen, dat creëert bepaalde verwachtingen. ‘Kabaal’ en ‘schroot’ en ‘moeilijkdoenerij’, dat soort sleutelbegrippen. En voor één keer worden ze volledig ingelost. Of toch ongeveer.

Frank Martin Strau? leverde een cruciale bijdrage aan essentiële 80’s platen zoals Kollaps en Zeichnungen des Patienten O.T., weerbarstige statements die het Duitse collectief voor eens en altijd op de kaart van de avant-garderock plaatsten en de dag van vandaag nog steeds overeind staan als ongewenste oprispingen van compromisloze expressie die voorbijgingen aan de conventies van de rock-‘n-roll en de underground voor eens en altijd wisten te veranderen (of een extra dimensie te geven). ’s Mans gebruik van oud ijzer, industrieel gereedschap, zelfgebouwde installaties en elektronica blijft invloedrijk in kringen waar een tabula rasa tot de mogelijkheden behoort en is intussen zelfs uitgegroeid tot een van de grote clichés van de laatste decennia: Neubauten, het schrootorkest.

Pupillo is sinds jaar en dag de bassist bij het Italiaanse Zu, een jazzpunknoisetrio dat altijd al affiniteiten had met de avant-garde, iets dat vooral bij Pupillo tot uiting kwam. Die dook op aan de zijde van onder meer Thurston Moore en Jim O’Rourke (bij Original Silence), ging hoekig jammen bij The Ex en speelt in Brötzmanns furiejazzkwartet Hairy Bones, waarmee hij ook niet bepaald muziek voor de massa maakt. Twee knapen met een aardig cv in de ketelherriesector dus, een combinatie die vuurwerk kon opleveren en hier resulteert in obscure improvisatie die voorbijgaat aan de traditionele lineaire aanpak van musiceren. Alles vloeit mooi in elkaar over zonder terug te vallen op vooraf vastgelegde structuren.

Pupillo staat in voor electric bass, effects. FM Einheits lijstje oogt boeiender: spring, drills, metal sheet, bricks, laptop. Inderdaad, in de voorbije drie decennia lijkt er weinig veranderd. Op YouTube is een promofilmpje beschikbaar dat de twee in actie laat zien, en de Duitser gaat er een kolossale springveer van anderhalve meter te lijf met een drilboor, hamert op een stuk plaatijzer dat een hele tafel bedekt en zit te spelen met bakstenen, die in stukken worden geklopt, in het rond gegooid en tegen de stalen voorwerpen gerammeld. Het heeft iets willekeurigs en provocerends, iets van de willekeur van fluxus en een Yoko Ono die on stage haar kledij in flarden knipt, maar het is dan ook geen muziek die bestemd is voor de gangbare rockclubs. ’t Is eerder een linkse hobby voor muzikale perverten.

Bovenal is dit, hoe onnozel het ook moge klinken in de oren van de gemiddelde popliefhebber, een lesje in textuur, in improvisatie waarbij het karakter van de bestanddelen volledig het verloop bepaalt. Het resultaat is een soundscape die minimalisme koppelt aan pure industrial, gevonden voorwerpen aan manipulatie. Van melodie, laat staan van schoonheid, is hier geen sprake. Toch niet van schoonheid in de conventionele (noten)zin. Pupillo pakt nu en dan wel uit met terugkerende motieven, maar bovenal is dit een haast machinaal schimmenspel waarbij effecten aangezet en vermengd worden, metaal galmend in aanvaring komt met nog meer metaal en nu en dan zeurend gesis, geschuifel en gerammel opduikt, alsof gevonden geluiden in patroontjes uitgestoten worden, nu eens versneld, dan weer vertraagd, en telkens weer anders. Tenzij in het negende (en laatste) titelloze stuk, waar zowaar een soort repetitieve groove aangehouden wordt.

In z’n rustigste momenten heeft het iets van een nachtelijke boswandeling in een omgeving waar al het levende vervangen werd door het artificiële, door mensen gemaakt. Het zijn bouwstenen waarmee muziek gemaakt wordt die enkel nog betrekking lijkt te hebben op zichzelf, z’n eigen bezwerende afbraakpoging voortdurend becommentariërend en bijstellend. Het heeft dan ook geen zin om dit spul te beoordelen aan de hand van de klassieke criteria. Het is wat het is en de enige vraag die resteert is: zorgt het voor een luisterervaring die de moeite is? Dat wel, want het is een coherent staaltje artsy gerotzooi, een oorlogsverklaring aan het adres van de drie akkoordensong, een veelheid aan indrukken die een imposante materiaalbeheersing blootgeeft en een experimenteel, interactief uurtje dat uitgelezen kost is voor wie z’n muziek graag zo abstract mogelijk heeft.

E-mailadres Afdrukken