Banner

U.S. Christmas

Run Thick In The Night

Guy Peters - 20 december 2010

Consulteer het internet en je zal vaststellen dat Run Thick In The Night van U.S. Christmas (ook bekend als USX) getrakteerd werd op lauwe recensies, die vooral aanstoot nemen aan het al te monotone karakter en de uitzonderlijke duur (bijna 80 minuten) van de plaat. We waren bijna meegegaan in dat verhaal, ware het niet dat we de ideale omstandigheden ontdekten om ons bij de hand te laten nemen door deze psychedelische rootstrip.

Heel simpel: de rit Genk-Geraardsbergen, zo rond middernacht, op een weekdag. Vermoedelijk zal de weg van Neerpelt naar Boom of van Sint-Joris-Winge naar Eeklo ook volstaan, maar de vereisten zijn dat je niet gestoord wordt en je zonder al te veel zorgen kan wegdromen. Het klinkt dan wel niet zo opwindend als pakweg het parcours Albuquerque-Phoenix, maar zoals altijd gezegd wordt tegen kleuters met plastieken pistolen: ’t is het gedacht dat telt. Deze Run Thick In The Night heeft dan ook niks te maken met de snelle consumptie of met stilistische schizofrenie die veel hedendaagse platen voorop lijken te stellen, maar met het variëren op een thema, het werken met schaduwen en het uitpuren van een grauwe vergankelijkheidsesthetiek.

Had het voorheen als iets van de atmosferische doom van Neurosis, dan zet de zevenkoppige band (met drie gitaristen, twee drummers, een bassist en een violiste in de rangen) z’n slenterprocessie nu verder met een grotere nadruk op het folkelement, de confrontatie met de natuurelementen, een Gotische trip waarbij plaatsjes bezichtigd worden die ook bezongen werden in het solowerk van Steve Von Till of de wrange, in blues gedrenkte trailer park sludge van Rwake. Tribale stompers met Deadwoodgestrompel en verzuchtingen die zwaar beïnvloed lijken door de natuurconfrontaties van Jack London en Thoreau. De alledaagse werkelijkheid van gadgets en onnozele zorgen ingeruild voor een innerlijke reis, een confrontatie met diepere intenties tegen een achtergrond van hee-haws.

Dat zorgt ervoor dat hier de tijd genomen wordt om een verhaal te vertellen. Er worden een paar instrumentals ingelasten de helft van de songs zet uit tot vlot boven de zes minuten. De dosering en het gebrek aan bombast dat daarbij aan de dag wordt gelegd, is verrassend. Bovendien valt er, op het machtige “Wolf On Anareta” na, geen enkele track te rapen die je kan omschrijven als een ‘rocker’. Het heeft meer iets van onbewust voortdenderen, alsof de band voor de opnames niets anders beluisterde dan de mid-tempo woestijnrock van Neil Young en de oerfolk van zijn voorouders uit de Appalachen. Het is die spirit, en niet het experimenteren met feedback en spacey geluiden, ook al zijn ze zorgvuldig geïntegreerd, die de kern van Run Thick In The Night bepaalt.

Je krijgt slidesolo’s en klagerige vioolpartijen, al dan niet in combinatie met akoestische gitaar (zoals in “Fire Is Sleeping” en het mooie tweeluik “Devil’s Flower In Mother Winter”/”Mirror Glass”) en voor de rest is het de blik op oneindig en riffs herhalen. En herhalen. Het gitaarwerk is sterk psychedelisch en liet zich ongetwijfeld sterk inspireren door spacerockiconen Hawkwind en (de vroege) Monster Magnet, maar meer dan bij wie ook sluit dit aan bij het heavier Minsk, dat net zo’n vergelijkbare spanning opbouwt tussen kaalgeplukte trancemuziek en sonisch experiment. Run Thick In The Night is daarom geen plaat van individuele statements, laat staan van hitpotentieel, maar van een bij de lurven grijpende luisterervaring met het karakter van een uitgehongerde wilde hond.

Lange intro’s, fade-outs en minutenlange afwezigheid van zang versterken het verweerde effect. En als die zang er dan toch komt, dan klinkt die al even onderhevig aan natuurkrachten: wat klagerig, berustend, met kennis van eeuwenoude geheimen en gebruiken, gevoelloos voor verterende wroeging en de messcherpe wind die door kleding en huid z’n aanval op het bot inzet. Dat maakt van het album een sombere, in gele en bruine tinten gehulde raamvertelling die vooral de onafwendbaarheid van de dood centraal stelt via de almacht van eroderende en vernietigende natuurelementen, dezelfde die ook voor een laatste gevoel van troost kunnen zorgen, als een zonnestraal die nog een keer de kop opsteekt voor z’n winterslaap.

Run Thick In The Night is het soort plaat dat het niet moet hebben van kleurrijke diversiteit en leuke, frisse en kwieke ideeën -- integendeel, de geur van ontbindende kadavers en rottende moerasplanten regeert --, maar het is een werk waarvan je poëtische gewauwel begint uit te kramen, zoals dat ook het geval was met de verroeste folk van Two Gallants. Daar is echter niks verkeerd mee als we de wildgroei aan literaire avonden waar het gezwam welig tiert mogen geloven. U.S. Christmas maakte een liefdesarme omhelzing van een plaat, eentje die deze kutwinter hopelijk wat draaglijker maakt. Desnoods rijden we dagelijks dwars door het land.

E-mailadres Afdrukken