Banner

Blackie & The Oohoos

Blackie & The Oohoos

Kim Timperman - 25 oktober 2010

Bij sommige platen zou een bijsluiter moeten zitten met informatie over het tijdstip waarop ze best beluisterd worden. Blackie & The Oohoos bereikt zijn optimale effect als het hele huis slaapt en er ergens in een uithoek van het huis enkel nog één kaal peertje brandt dat in een hopeloos gevecht probeert de duisternis te verdrijven.

In de bevreemdende en sprookjesachtige wereld van Blackie & The Oohoos is niets wat het lijkt. Met hun bezwerende samenzang lijken de zusjes Mahieu de onschuld zelf, maar in wezen houden ze een misleidende spreidstand aan tussen kinderlijke naïviteit en duivelse geslepenheid. De plaat had dan ook niet toepasselijker kunnen openen dan met het geluid van de mythische sirenes die met hun verleidelijke gezangen nietsvermoedende schippers naar de kust lokken en ze te pletter laten slaan tegen de rotsen.

Die spreidstand is waarschijnlijk nergens duidelijker dan in "Lovebirds": zonder het te willen beseffen heb je je met een lieflijk "lovebirds that what we are" laten verleiden om steeds verder af te dwalen in een bos waar het avondlicht langzaam gewurgd door verstrengelde takken. Ook elders lijkt Blackie & The Oohoos erop gebeten om het zonlicht zo veel mogelijk buiten te sluiten. In het beste geval is er het gore neonlicht van de grootstad in "You" (met de hypnotiserende mantra "You’re the finger on the trigger / and you never let me go") of de nacht die weigerachtig maar onverbiddelijk plaats moet ruimen voor de ochtend. En als het zonlicht dan uiteindelijk doorbreekt, is dat alleen maar om verraad en lelijkheid te onthullen: "So how do you feel / When the moon gets dark / And the sun comes around / And shows all your scars".

Binnen dat grauwe kleurenpallet slaagt Blackie & The Oohoos er schijnbaar moeiteloos in om voortdurend nieuwe schakeringen te vinden. Aan de lopende band wordt er van instrument gewisseld; hier een tango, daar wat duistere sixtiespop à la The Doors (dat orgeltje op "Charlie" of de slidegitaar op "You") en dan weer wat cabaret noir. Maar ondanks alle schijnbewegingen krijgen de songs de tijd om langzaam open te bloeien zonder eindeloos te worden gerokken. "Alone Again" gaat van nerveuze ingetogenheid naar een dreigend voortschrijden en terug om uiteindelijk Beth Gibbonsgewijs de demonen uit te drijven: "Always on the run / Hunting on the one / It’s never never good enough you’ll see / Baby take this gun and shoot me".

De donkere toonzetting verhult het, maar van de eerste schuchtere toenaderingspogingen die onopgemerkt blijven en dreigen af te glijden naar stalken ("I can’t hide that I’m waiting for the moment you’ll realise that I’m watching you") tot het besef dat het allemaal is fout gegaan, is Blackie & The Oohoos een kroniek van die eerste grote liefde, zonder te vervallen in bakvissenpoëzie. Dat de regels van de grammatica daarbij soms vrijelijk geïnterpreteerd worden, is een schoonheidsfoutje dat gelukkig amper opvalt.

Debuutplaten krijgen vaak het predikaat "verdienstelijk" opgespeld, maar Blackie & The Oohoos is veel meer dan dat. Blackie & The Oohoos is gewoon af. Uw nieuwste favoriete nachtplaat ligt nu bij de platenboer.

E-mailadres Afdrukken