Banner

Angles

Epileptical West - Live In Coimbra

Guy Peters - 19 juli 2010

De werelden van de jazz en de politiek worden doorgaans ver uit elkaars buurt gesitueerd, maar vaak is niets minder waar. Mooi voorbeeld daarvan is het Zweedse sextet Angles, dat zijn verontwaardiging over een en ander laat blijken op Epileptical West, en dat op een vurige manier die de eenzijdige, verzuurde propaganda moeiteloos overstijgt. Hier heeft de weelderige muziek het eerste en het laatste woord, en die muziek is ronduit indrukwekkend.

Er waren natuurlijk al heel wat uitzonderingen (de Billie Holiday-versie van “Strange Fruit” uit 1939 is een klassiek voorbeeld), maar het politieke klimaat werd pas een halve eeuw geleden op grote schaal opgezocht door de jazzmusici, toen politieke omwentelingen op wereldvlak plaatsvonden, het Amerikaanse vooruitgangsoptimisme een ferme knauw kreeg en de rassenpolitiek de inzet werd van een felbevochten strijd. Terwijl iconen als Coltrane en Rollins eerder impliciet tewerk gingen, zonder een politiek programma naar voren te schuiven, gebeurde dat des te nadrukkelijker bij bewogen artiesten als Max Roach of Charlie Haden, die met z’n Liberation Music Orchestra (1969) tekende voor een ijkpunt van de geëngageerde jazz, en het nog eens overdeed met Not In Our Name (2005).

Angles, het Zweedse sextet rond saxofonist Martin Küchen, doet regelmatig denken aan Hadens orkest. Er is niet enkel het politieke programma, al sterk aanwezig op Angles’ debuut Every Woman Is A Tree (2008), maar ook de vurige free jazz-aanpak en de iets grootschaliger line-up. Alhoewel: waar Haden een dozijn collega’s voor nodig had, heeft Küchen slechts de helft nodig, maar die slagen er dan wel in om een enorme geluidsaanslag op poten te zetten. Epileptical West, opgenomen tijdens het Jazz ao Centro Festival in het Portugese Coimbra in 2009, is een album dat met een verzengende energie aan de man wordt gebracht. De boodschap blijft dan wel beperkt tot de liner notes (Küchen lijkt vooral te verwijzen naar grootschalige corruptie, machtsmisbruik en excessen in het Midden-Oosten), de muziek is er niet minder passioneel om.

Werkelijk alles staat ten dienste van de maximum impact. Het is free jazz, maar dan niet van de introverte of abstracte soort. De inbreng van de muzikanten is soms van een imposante complexiteit en inventiviteit, maar de collectieve inspanning is hier primerend. De meerderheid van de nummers teert dan ook op gestaag doormalende ritmes en stuwende thema’s, waarbij de ritmesectie (drummer Kjell Nordeson en bassist Johan Berthling) doorgaans de richting aangeeft en gevolgd wordt door Küchen op altsax, trombonist Mats Aleklint, trompettist Magnus Broo en vibrafonist Matthias Stahl. Ook zij dragen bij aan de repetitieve vormen, maar dan wel met een constant wisselende beurtrol, waardoor je een voortdenderende machine hebt die constant van samenstelling wisselt. Daardoor is de muziek steeds in beweging en toch toegankelijk en meeslepend.

De meeste songs zijn vrij duidelijk qua structuur -- een paar hoofdsecties die doorgaans teren op steeds weerkerende thema’s en voorafgegaan of aan elkaar geschakeld worden door subtielere passages --, maar gaan nooit vervelen. Dat heeft vooral te maken met het ongewoon intense spel van de zes muzikanten en het feit dat hier niemand het laken naar zich toetrekt. Heb je de eerste twee nummers, “Present Absentees/Pygmi” en “Today Is Better Than Tomorrow” uitgezeten, dan heb je al voldoende bewijs gehoord van de veelzijdigheid en kleurrijke aanpak van de band, van Stahls creatieve spel tot Küchens fenomenale techniek en Broo’s briesende energie. Om nog maar te zwijgen van de woeste tristesse die in het tweede nummer regeert (Küchen zorgt voor een onvergetelijk krop-in-de-keel-moment door het hartverscheurend uit te schreeuwen op z’n sax). Dit is muziek vanuit het hart en de buik, van pijn en energie.

Variatie troef: zo gaat de titeltrack er meteen met een enorme, aan Mingus verwante drive tegenaan om vervolgens in een soulgroove te belanden, zoekt “En Svensk Brownie” de krom scheurende funkjazz (hier geen klef gezever) op en slaat afsluiter “Let’s Tear The Threads Of Trust” een ingetogener richting in. En dan is er nog het aan de voorganger ontleende “Every Woman Is A Tree”, een brok geëmotioneerde passie met een onwaarschijnlijke schwung. Het is duidelijk: we zijn niet een beetje onder de indruk van deze emotionele achtbaanrit. Epileptical West mag dan wel ontstaan zijn uit pijn, verdriet en woede, het resultaat is krachtdadig geweld, massief en hypnotisch, en zo ontroerend én majestueus dat het soms klinkt alsof een twaalfkoppige band alles uit de kast haalt. Een plaat zoals er veel te weinig zijn. Magistraal.

E-mailadres Afdrukken
 
Angles

Uit ons archief
Banner

TEST