Banner

Swedish Azz

Jazz Pa Svenska

Guy Peters - 05 juli 2010

De eeuwig jonge Zweedse blazer Mats Gustafsson mag z’n wildste jaren dan wel achter de rug hebben, zijn zin voor avontuur is hij nog lang niet kwijtgespeeld. De voorbije jaren heeft de man vooral geïnvesteerd in elektronica, iets dat ook zijn sporen nalaat in de eerste (vinyl-)release van zijn project Swedish Azz.

Op Jazz På Svenska (vrij vertaald: ‘jazz op z’n Zweeds’), vermoedelijk een verwijzing naar de gelijknamige plaat van jazzpianist Jan Johansson, wordt een eerbetoon gebracht aan twee meesters van de Zweedse jazz: pianist Lars Werner en saxofonist Lars Gullin, die vooral actief waren in de jaren vijftig en zestig. Dat gebeurt echter wel op een manier die weinigen hadden zien aankomen, want ouderwetse geluiden en stijlen worden hier gekoppeld aan ingrijpende experimenten en duistere klanken. Het mooie ervan is dat het nog werkt ook. De meest uiteenlopende werelden worden hier samengebracht tot een excentriek geheel, met respect voor het bronmateriaal én de wil om volledig buiten het conventionele kader te treden.

Luister naar de eerste paar minuten van “Drottningholm Ballad” (Werner) en je zou denken dat het opgenomen is begin jaren vijftig, in een classy grootstedelijke nachtclub waar dansende koppels over het geboende parket zweven en een gekostumeerde band muziek speelt die even verfijnd is als de outfits van de edele gasten. Zingende altsax, tuba en vibrafoon spelen zwoele melodieën, tot er plots onraad is. Zoemende, zeurende geluiden duiken op uit de achtergrond en worden steeds prominenter, doen de gestileerde jazz bijna stokken. De tuba ronkt verder, maar de kraak- en piepgeluiden worden prominenter, onder de schurende reutels zit een bonkende bas weggestopt.

Het is een ontmanteling die culmineert in een gitzwarte noisegolf die al het voorgaande van tafel veegt en vervolgens weer met mondjesmaat toelaat. Geen idee hoe ze het klaargespeeld hebben, maar Gustafsson slaagt er met z’n kompanen Per-Åke Holmlander (tuba, cimbasso), Kjell Nordeson (vibrafoon), Erik Carlsson (drums, percussie) en dieb13 (turntables) in om een volstrekt geloofwaardige melange op poten te zetten. Na de tijdelijk ontzetting keren Gustafsson (deze keer op bariton) en Holmlander terug op het voorplan om af te maken waar ze aan begonnen zijn.

De andere twee songs zijn oorspronkelijk van de hand van baritonsaxofonist Lars Gullin (1928-1976), van wie beweerd werd dat hij er in slaagde om iets van de melancholische Zweedse ziel in de jazz te brengen. Zijn grootste klassieker “Danny’s Dream” krijgt hier een behandeling mee die de nazaten en fans niet snelzullen vergeten. Het gaat immers meteen van start vanuit het experiment, met geluidsgolven die dreigen als oorlogsgedonder aan de einder, terwijl analoge en elektronische elementen aftasten. Zo blijft het nummer voortkabbelen, aarzelend tussen radicaal experiment en flarden van traditie, voorzien van een spannende elektrische lading.

De B-kant wordt ingenomen door het vijftien minuten durende “Silhouette”, dat start als een soort van electro-akoestische soundscape, met onidentificeerbare klanken en cimbalengeratel. Opnieuw treden blazers en vibrafoon eerder voorzichtig op de voorgrond, zichzelf haast wegcijferend in pastorale onschuld. Ook hier valt weer op hoe vakkundig er gedoseerd wordt: het is niet de bedoeling om liefhebbers van jazz meteen de gordijnen in te jagen, maar om onverenigbare werelden toch dichterbij te brengen. Enkele momenten vormen een prachtig staaltje van broeierige jazzmelancholie.

Naar industriële noise neigende geluiden nemen dan weer de overhand en hebben het voor het zeggen tot het einde van het nummer, als ‘nieuw’ opnieuw plaats ruimt voor ‘oud’. Het zijn vijftien minuten op de grens tussen herkenning en vervreemding, tussen jazz, improvisatie en avant-garde, tussen planning en instinct. Liefhebbers van klassieke jazz zullen zich misschien bij hun pietje genomen voelen, maar dan gaan ze wel voorbij aan het feit dat de intentie en methode van deze kerels een en ander gemeen heeft met de droomescapades van Gullin.

En dan is er nog een bonus verbonden aan deze release, wat voor sommigen ook het grootste struikelblok zal zijn. De release werd, volledig in de lijn van de oude jazzplaten, uitgebracht met erg mooi artwork, waarbij vooral de achterzijde opvalt met zijn stijlvolle look en liner notes. De release is voorlopig enkel beschikbaar in het ongewone 11” vinyl-formaat en uitgebracht in beperkte oplage. Enerzijds dus een prachtig vormgegeven en vrij exclusief hebbeding met een half uur indringende muziek, anderzijds ligt de kost dan weer iets hoger en heeft de koper enkel de keuze om het vinyl aan te schaffen. Wie twijfelt: de aanschaf is een folieke dat de avontuurlijke muziekliefhebber niet zal betreuren.

E-mailadres Afdrukken