Banner

Daan

Manhay

Matthieu Van Steenkiste - 27 april 2009

De speeltijd is voorbij: na drie platen vol uitbundige elektronische muziek kiest Daan voor sober zwartwit en een dito geluid. Onvoorspelbaarheid blijft het wezenskenmerk van deze meest interessante Belgische artiest van het moment, en Manhay is opnieuw een knappe aanvulling op een oeuvre dat met de precisie van een Zwitserse klok blijft aangroeien.

"If you try to be an icon, the icon becomes you": Daan Stuyven was de karikatuur Daan beu en besloot met dat witte kostuumimago ("en ik had nochtans al drie jaar geen wit kostuum meer gedragen!") eens radicaal komaf te maken. Manhay vond zijn ontstaan in de nabijheid van het gelijknamige Ardens dorpje en in Ardense dorpjes — zo is algemeen bekend — is er niet genoeg elektriciteit om al de elektronica die Victory en The Player rechthield in gang te houden.

Manhay doet het dan ook een stuk meer organisch, op zijn jaren zeventigs. Hier weerklinken echte instrumenten, bespeeld door echte mensen: usual suspects als drumster Isolde Lasoen, gitarist Steven Jansens en toetsenist Jeroen Swinnen, maar ook Elko Blyweert, Marc Bonne en de onmogelijk genaamde Michel Hatzigeorgeou. Elk om beurten mochten ze bij Daan hun delen gaan inspelen, maar het geheel voelt niettemin verschrikkelijk naturel aan; alsof er gemoedelijk samen in een Ardens huisje wordt gejamd. Zo klinkt single "Exes" bijna als de E Street Band die even in de Belgische bossen moest gaan uitblazen en doet het begin van "Decisions" even heel hard aan Paris 1919 van John Cale denken.

Dat de coverfoto nog geen klein beetje aan het duo Brel-Gainsbourg doet denken, is geen toeval. Met de stem bewust meer op de voorgrond geschoven doet Daan bij momenten geen enkele moeite meer om zijn chansonnierneigingen weg te steken. In "Your Eyes" ligt de schmalz zelfs niet ver om de hoek en je realiseert je dat hij met zo’n nummer in een andere tijd gerust als schlagerzanger had kunnen eindigen.

Slechts één keer krijg je de indruk dat hier de Daan van op The Player aan het roer staat. Het jachtige "Crawling From The Wreck" — een hallucinante weergave van wat een mens door het hoofd schiet terwijl de weg onder hem de verkeerde richting kiest — is bewust groezeliger gemaakt om in deze context te kunnen werken. "Icon" is zowat het tegendeel: een op Cash-leest geschoeide countrysong en in al zijn eenvoud één van de hoogtepunten van Manhay.

Het is nochtans geen gemakkelijke plaat. Het moest er eentje worden die een geheel vormt, en veel singlekandidaten springen er dan ook niet uit. Dat zorgt ervoor dat het bij momenten even wachten is tot parels als "Friendly Fire" of het bijtende "Brand New Truth" zich openbaren ("all these politician arseholes fill my tv / these funny shows that make ’m all look all bright / these Flemish primitives their silly fight). Maar uiteindelijk klopt alles toch als een bus.

"Ik heb al een bepaalde sound in mijn hoofd, een heel precies geluidsmatig idee: ik wil de dramatiek wel behouden, maar dan donkerder en gelaagder", sprak Daan al bij het verschijnen van The Player over de opvolger. Die mission is volledig accomplished; moeten wij daar dan nog veel besluit aan toevoegen?

E-mailadres Afdrukken
 
Daan

Uit ons archief
Banner

TEST