Banner

Dead Man Ray

Cago

Jan Bleyen - 18 november 2002

Met de nieuwste cd van Dead Man Ray is de Belgische muziekwereld weer een fantastisch album rijker: Cago, of wat er gebeurt wanneer je een groep met een aparte kijk op muziek in de studio zet met een cultproducer die op zijn beurt zijn eigen visie heeft op hoe een album moet klinken.

Jawel, voor de productie van Cago wist Dead Man Ray niemand minder dan Steve Albini te strikken, bekend van zijn zowel geprezen als verguisde werk met de Smashing Pumkins, de Pixies, Nirvana, de Breeders en andere grootheden. Voor het eerst lieten Rudy Trouvé, Elko Blijweert, Wouter van Belle, Karel de Backer, en Daan Stuyven de thuisstudio achter zich en trokken ze naar Chicago voor de opnames van hun nieuwe album.

Cago voelt aan als een rondleiding doorheen een enigszins vervallen appartementsgebouw. Dead Man Ray maakt heel ruimtelijke, filmische muziek, de nummers trekken stuk voor stuk een kamer open, laten je heel even rondkijken, en slepen je weer verder naar een volgende kamer voordat je alles gezien kan hebben. Net alsof (Chi)cago in de muziek binnengedrongen is en het album niet meer is dan een documentaire van die ervaring.

Wie Berchem en Trap al eens beluisterd heeft, weet dat Dead Man Ray niet bepaald voor gemakkelijke popdeuntjes staat. Hoewel het zonder enige twijfel hun meest toegankelijke album tot op heden is, bestaat ook Cago uit nummers die enige inspanning en gewenning vereisen voor je ze goed kan vinden.

Eerste single en opener "Landslide" is veruit nog het minst claustrofobische nummer van het album, maar zet tegelijkertijd ook wel gepast de toon voor wat volgt. Het haakse gitaarspel van Trouvé doet bij momenten aan de tegendraadsheid van Pavement denken. De gebruikelijke noise-art die de typische Dead Man Ray-stijl bepaalt, trekt de kronkels zo veel mogelijk recht, maar dan wel niet zonder af en toe zelf een geplaatste scheve schaats te rijden.

Na het horen van "Centrifugitives" en "Crossfades" besef je welke invloed de droge opnamemethode van Albini op de sound van Cago heeft: in vergelijking met de vorige platen klinken de nummers veel transparanter, strakker, soms zelfs ijzig koel, evenwel zonder hun berekende chaos en eigen klankwarmte te verliezen. "A single thing" is het eerste echte hoogtepunt van het album, het komt als het ware uit het niets en eindigt elke keer weer veel te vroeg.

"Short time investments" wordt door die strakke aanpak betrekkelijk meezingbaar en "Authentic", nog een hoogtepunt, klinkt zelfs gezellig, met een zomers lachje terwijl Daan nog snel een glas ingiet en een sigaret opsteekt voor hij aan de openingszin begint. In short: het soort nummers dat je stapje per stapje verliefd maakt op een plaat.

De tekst van "Blue Volkswagen 10.10 am" is een collage van grappige en minder grappige slagzinnen, bijna gerecycleerde reclame. De "offscreen-stem" van Ken Nordine, een plaatselijke beatnik die de tekst samen met Daan schreef, slaat je met zinnen als "it’s 10 after 10, good morning, it’s you, you’re doing it alive" en "you become what you are, it’s all DNA" rond de oren en je kan daarbij niet veel anders doen dan flink grijnzen.

"Things that will happen again", misschien wel het beste nummer van Cago, start bijzonder paranoïde met "I made a big mistake but I’m happy that I did. I got it all on tape and now I’m learning it by heart", om even daarna te vertragen voor een adempauze, waarna de achtervolging zich genadeloos verder zet. "Need" en "Losing the lost" vervolledigen stijlvol het album, en ineens besef je dat je op Cago geen enkele beat gehoord hebt, en daarvoor verdienen zowel Dead Man Ray als Steve Albini een welgemeende dank u. Prima album!

E-mailadres Afdrukken
 
Dead Man Ray

Uit ons archief
Banner

TEST