Banner

Anton Walgrave & The Nephews

Every Night You Pray

Philippe Nuyts - 28 mei 2008

Beweren dat je Anton Walgrave samen met Milow en Tom Helsen de drie koningen (of voor wie wil: de three stooges) van de Belgische pop kunt noemen, is met een paar stuurfouten wel heel kort door de bocht gaan. Anton Walgrave hoort niet helemaal in dat rijtje thuis, zowel in positieve als in negatieve zin.

In negatieve zin, omdat Helsen en vooral Milow qua airplay, verkoop en gevulde zalen hoge toppen scheren, waar Walgrave grof gesteld tot nog toe slechts op die ene succesvolle en mooie "Parelvisserssong" "Lost Soul" kan buigen. Dat succes echt verzilveren kon hij vooralsnog niet. Helaas baadt de muziek van Helsen de laatste jaren — en Milow tout court — in oppervlakkige, soms irritante middelmaat. Hun "leuke deuntjes" (want meer is het nooit) geven de kamer de kleur van grijs geluidsbehang, waarna je ze meteen vergeet zoals de lucht die je uitademt. En dat is het positieve: op zijn best overklast Walgrave die twee anderen op alle fronten met charmante, puik opgebouwde popnummers met een melancholische lichtinval.

We horen Walgrave een paar keer op zijn best op deze Every Night You Pray. Die is sterker dan de wat makke voorganger Shine, maar toch nog te wisselvallig om van een echt sterke plaat te spreken. Ze begint wel knap met het mooi openvouwende "The One You Need", dat de belofte inhoudt dat Walgrave tien nummers lang weer gewoon "mooie melodieën" wil laten horen. Vaak slaagt hij ook in dat opzet, zoals in dat openingsnummer, dat van de Zweed Christian Kjellvander had kunnen zijn met een heel mooi, naar americana lonkend tussenstuk dat mee van het beste is dat Walgrave ooit op plaat heeft gezet.

Meteen daarna gaat het echter een eerste keer mis, met het te flauwe en vluchtige "When She Calls", waarin nog wel de klanken van een operazangeres binnengesmokkeld worden, zoals Damien Rice dat al deed in "Eskimo". Het is niet de enige keer dat Walgrave (niet toevallig) bij Rice aanleunt: het te melig-gladde "Roll Me Over" laat hij eindigen à la Rices "Elephant", waarbij hij zelfs het accent van Rice overneemt.

Uit deze plaat zijn al twee sterke singles getrokken, die we veel te weinig op de radio gehoord hebben: onlangs nog het fijne "Ready When You Are", dat met zijn mooie piano an sich een radiopopsong uit het boekje is. Maar vooral was er afgelopen winter al het prachtige "Don’t Let Me Go", het Belgische antwoord op Snow Patrols "Chasing Cars" — Jacknife Lee had met deze song ongetwijfeld ook geweten wat te doen. Walgrave bouwt het nummer sterk op, en remt net af wanneer hij buiten de lijntjes van het pathos dreigt te kleuren. Een fraai bewijs dat "Lost Soul" geen toevalstreffer was en dat de man songs kàn schrijven, waarin hij op de juiste momenten op de juiste hogere of lagere trede van de toonladder gaat staan.

Tussendoor krijgen we nog het best mooie en zeer aanstekelijke "When You Walk Away" en het al even aangename en gejaagde "Since You’ve Been Gone" waarin Walgraves tweekoppige begeleidingsgroep The Nephews feilloos en aan het einde van "When You Walk Away" voor Walgraves doen zelfs fel staat te musiceren. Jelle Van den Bergh (bas) en David Vertongen (drums) geven de songs de dynamiek mee die ze op de vorige plaat ontbeerden.

Maar het slot van de plaat is minder overtuigend: "No One But You" krijgt een finale mee die heel hard doet denken aan (het heeft lang geduurd) Coldplays "The Scientist", terwijl"Fall Down" te hard op een demo van "Lost Soul" gelijkt. En dat is jammer: in de iets rauwere titelsong en op de plaat als geheel bewijst Walgrave immers dat hij schuifelend nieuwe horizonten aan het ontdekken is, en dat hij grotendeels de songs en de begeleidingsband heeft om te doen waar hij goed in is, en vooral om te groeien.

Every Night You Pray maakt van voorganger Shine een overgangsplaat, al hopen we stiekem dat Walgrave rustig de tijd neemt om zijn volgende plaat sterker en completer te maken dan deze, zodat we over Every Night You Pray binnen enkele jaren hetzelfde kunnen zeggen. Walgrave heeft nog een ruime groeimarge en kan bloedmooie songs schrijven. Het zou niet meer dan terecht zijn en evenmin storen om twee derde van deze plaat geregeld op de radio te horen. Dat kunnen we van veel van zijn naaste collega’s niet zeggen.

E-mailadres Afdrukken