Banner

The Undertones

Dig Yourself Deep

Guy Peters - 07 januari 2008

Het is algemeen geweten dat wijlen John Peel, de legendarische DJ die in zijn hoogdagen ei zo na het respect afdwong dat onze hoofdredacteur dagelijks te beurt valt, de grootst levende fan van The Fall was. Wat minder bekend is, maar voor ons een pak belangrijker: Peel riep de eerste single van de Noord-Ierse Undertones uit tot zijn favoriete song aller tijden.

“Teenage Kicks” heetten de song en de gelijknamige debuut-e.p., een onverwoestbaar niemendalletje dat bijna dertig jaar na release nog steeds overeind staat als een fier monument van de Europese punk. The Undertones beheersten hun kunst perfect: aanstekelijke punkpopriedels van tweeëneenhalve minuut met maximale impact en soms puberale invalshoeken (kent u veel artiesten die zingen over Marsrepen en ermee weg geraken?). Meer nog dan The Buzzocks waren ze de stiff upper lip-versie van The Ramones, al zouden ze niet zo lang vasthouden aan dezelfde snelsnelsnel-formule. Ze gingen, net als The Jam, steeds meer energie inruilen voor softere pop die hen uiteindelijk op een dood spoor bracht.

Enkele jaren geleden sloeg de band terug met Get What You Need, een prima plaatje met nostalgische inslag dat haast deed vergeten dat de originele zanger, Feargal Sharkey (u kent ‘m mischien nog, de lelijkaard die midden jaren tachtig scoorde met “A Good Heart”), was vervangen door de tien jaar jongere Paul McLoone. Die miste de meteen herkenbare beefstem van zijn voorganger maar kweet zich uitstekend van zijn taak. Album nummer zes, Dig Yourself Deep, is opnieuw een plaat geworden die het midden vindt tussen de rauwheid van de eerste opnames en de verfijndere uitstapjes van Positive Touch (1981) en The Sin Of Pride (1983).

De openende titelsong laat meteen horen dat alles bij het oude gebleven is. Gitaristen John en Damian O’Neill verstaan de kunst om met niet meer dan rudimentaire riffs, trefzekere hooks en simpele melodieën een puntgave song op poten te zetten die zonder blozen naast het oude werk mag staan. Zo zijn er nog wel een paar: het stampende “So Close” en de pubrockpop van “Easy Way Out” zijn catchy op een manier zoals het beste van The Ramones en de surfsongs van The Beach Boys dat waren: ze balanceren op de grens van luchtigheid en silliness met achtergrondstemmetjes en een attitude die de vloer aanveegt met het gros van de hedendaagse poppunkafkooksels.

Het valt er wel aan te horen dat de heren de adolescentie intussen achter zich hebben gelaten, maar het rammelende “Him Not Me” roept toch de geweldige uitgestoken tong van “Smarter Than U” uit die eerste e.p. op. Elders wordt gas teruggenomen: “Fight My Corner” is een luie shuffle, “Tomorrow’s Tears” is indiepop zoals die ook gemaakt werd door The House Of Love en That Petrol Emotion (het eighties-vervolg op The Undertones met de O’Neill-broertjes). “Move Right In” is met z’n kerstambiance en rinkelende belletjes té onnozel om de bullshit detector te kunnen passeren en het wordt duidelijk dat de plaat z’n punch verliest in de tweede helft, maar Dig Yourself Deep is sympathiek genoeg om een paar luisterbeurten te verdragen.

Veertien songs passeren zo de revue op een goed half uur. Het klinkt dan wel allemaal wat minder lean en mean dan vroeger, en de oude zakken van The Buzzcocks geven hen wat ons betreft nu nog steeds het nakijken, maar Dig Yourself Deep is niettemin een fijn plaatje dat nu en dan herinnert aan wat ooit was.

E-mailadres Afdrukken