Banner

Underworld

Oblivion With Bells

Mattias Baertsoen - 29 oktober 2007

De Britse danceveteranen van Underworld vieren hun twintigste verjaardag met Oblivion With Bells; een nieuwe plaat die nadrukkelijk refereert aan de hoogdagen van de groep, midden jaren negentig. Een gelijkaardige impact is daarom nog niet gewaarborgd.

Toen elektronische dansmuziek nog voor verderfelijk en te verwaarlozen aangezien werd, waren de Londense vrienden Karl Hyde en Rick Smith bij de eersten om hun gitaren aan de wilgen te hangen en zich onder het pseudoniem Underworld volop op de nieuwe technologieën te storten. Niet veel later zouden ook de heren achter Chemical Brothers en Daft Punk dat voorbeeld volgen en samen uitgroeien tot de meest invloedrijke dancegroepen van de jaren negentig. Toch was Underworlds Dubnobasswithmyheadman de eerste technoplaat die serieus genomen werd door de muziekcritici, een album met een functie en een hart.

Oblivion With Bells grijpt terug naar de bloeiperiode na die klassieker. De hoes van de plaat heeft dezelfde amorfe patronen en is even kleurloos als die van Dubnobasswithmyheadman. Underworld wil de muziek opnieuw voor zich laten spreken. Het album begint vrij onopvallend met "Crocodile", waarvan de clip doet denken aan die van "Cowgirl/Rez". Ook hier weer diezelfde vormeloze beelden die de nadruk op het muzikale leggen. In de opener ontbreekt echter de spankracht van vijftien jaar geleden; de climax waar je minutenlang op wacht en waardoor je achteraf het zweet uit je shirt kan wringen, blijft uit.

Dat in tegenstelling tot "Beautiful Burnout", dat de essentie van twintig jaar Underworld in acht stomende minuten samenvat. Het nummer zet in met een doortimmerde beat waar zich allerhande hypnotiserende geluiden aan vasthechten, tot Karl Hyde tijdens de break zijn associatieve woordenstroom op een haast profetische manier debiteert: "Blood on a tissue on the floor of the train/ Sun goes down, temperature drops/ Beautiful burnout." Waarna de track zich opnieuw op gang trekt door middel van hardvochtige percussie en opzwepende synthesizers. Werkelijk adembenemend en ongetwijfeld het moment waarop de Underworld-fans al heel het millennium zitten te wachten.

Helaas kent Oblivion With Bells hierna een letterlijke totale inzinking. De overige nummers zijn comateuze kamerplantjes in vergelijking met het vleesetende "Beautiful Burnout", dat je stukje bij beetje tussen zijn dichtgeklapte bladeren verteert. Met "To Heal" vist het duo een doorsnee niemendalletje uit hun soundtrack voor Danny Boyles Sunshine op en ook "Cuddle Bunny Vs The Celtic Villages" blijkt, ondanks de fascinerende titel, een nietszeggend streepje slaapkamermuziek.

Veel verder dan ’goed geprobeerd’ geraken we ook niet bij de hiphoppoging "Ring Road", die duidelijk knipoogt naar de brutale grootstadsrap van Mike Skinner. Het nummer valt te primitief uit, net als "Glam Bucket", waarop minimale melodieuze klankensymfonieën verkracht worden door te drukke synths. Afsluiter "Best Mamgu Ever" doet nog iets leuks met stemflarden en mediterende pianotoetsen, maar tegen dan is het kalf al lang verdronken.

Binnenkort mogen Rick Smith en Karl Hyde twintig kaarsjes uitblazen. Voor het vuur op de dansvloer achteraf vallen de heren evenwel het best terug op andermans platen. Want met Oblivion With Bells door de boxen bestaat de kans dat de gasten al na het tweede nummer verveeld op hun horloge kijken of haastig beginnen te zoeken naar de dichtstbijzijnde uitgang.

E-mailadres Afdrukken