Banner

Mauro

Songs From A Bad Hat

Philip Fonteyn - 01 maart 2002

Het regende wel zeer oude wijven die trieste avond in Brussel toen de Evil Superstars in een Botanische Circustent een laatste snok aan de ketting gaven. Tim Vanhamel beklom de luidsprekers om dichter bij gOD te zijn, "Satan is in my ass" klonk nog even vers als een boterkoek op zondagmorgen en Mauro Pawlowki, Mr. Cool as Fuck, nam zijn zwart regenscherm, groette het publiek en verdween in de spreekwoordelijke nacht. Een exit in stijl.

De Zappa van Heusden-Zolder had geen zin meer om de Opper-Slechte Superster te spelen. Restte: wat vonken leveren aan Kiss My Jazz, verhuizen naar Antwerpen en een sympathiek onhandig solo-optreden op De Nachten geven. Onthaastingsgewijs kon dat tellen. Ook voor Songs From A Bad Hat nam hij zijn tijd. Het is te zeggen: de agenda van Dave Sardy (die ook het flamboyante Boogie Children-R-Us producete) zat propvol. Wat Mauro de tijd gaf om eindelijk die berg afwas een degelijke beurt te geven.

Dat geduld een schone deugd is bewijst Mauro nog maar ’s met zijn eerste soloplaat. Waar hij er met de Superstars nog een duivels genoegen in schepte om zes melodieën samen te smelten in één song, zo stripped down klinken de nummers deze keer. Een enkele keer vervalt de David Niven van de Lage Landen in richtingloos gedram: in "Shot Of Shame" (AC/DC meets The Replacements) vechten de gitaren als een tamme Joaquin Phoenix in "Gladiator". Het is muggenziften, maar anders gaat u ons er van verdenken de legale dosis ruim te overschrijden.

Immers, laten we er niet langer de spanning inhouden: Songs From A Bad Hat is het vroege swingende startschot van de zomer. De arbeidsvreugde sijpelt al snel door in de met glam bespoten single "Let Me Know": een wiegende riff (een verre neef van "Got To Get You Into My Life" van McCartney), een hoog ’ooooh oooh oooh’-gehalte en een duidelijk goedgemutste Mauro. Het handgeklap dient u zelf te verzorgen.

In het dreigende "Finish It All Off (With Love) en het stomende "Can’t Fight It No Longer" (inclusief Tom Waits-ketelgeluiden ) heersen de strakke gitaren. Ook in het erg vettige "Cover Up" is de symbiose tussen Fender en Beach Boys zo dominant dat we er vanzelf onderdanig van worden.

De Will Oldham in Mauro haalt de bovenhand in het erg fragiele "Ballad With No Arm". De koelkast zoemt ook na middernacht, God spreekt bij monde van de toiletbril, het Onbereikbare Meisje heeft het alweer niet zo begrepen, maar hij weet het. Ook "She Sits At Home" is een mooi excuus voor melancholie. Hij alleen in New York, zij in Antwerpen met een reep melkchocolade. In "Everybody’s Friend" (waarin Mauro zijn stem laat wedijveren met Bettie Serveerster Carol Van Dyck, een orgel en een welgemikte viool) is de berusting totaal: "Things won’t get cheaper / And I hope this won’t offend / But you still need to respect The Reaper". Dodelijk Mooi.

We zouden het wel twee keer kunnen zeggen, maar doet u het vooral zelf: Mauro toverde een fijn konijn uit zijn hoed.

E-mailadres Afdrukken
 
Mauro

Uit ons archief
Banner