Banner

Millencolin

SOS

7.0
Evert Peirens - 05 april 2019

Theorie: de teloorgang van punkrock en de opkomst van alt-right gaan hand in hand. Wacht eens, teloorgang? Met SOS, zijn negende plaat alweer, toont de Zweedse punkrocklegende Millencolin alvast dat ze er nog in gelooft.

alt

Kenners zullen Millencolins grote doorbraak en meesterwerk Pennybridge Pioneers uit 2000 nog altijd steevast als een van de hoogtepunten van de melodische punkrock bestempelen, maar daarnaast deed Millencolin met albums die telkens wel het gemiddelde haalden eigenlijk niets meer dan gewoon meedraaien in een neerwaartse spiraal. Maar opgeven? Nah. Met SOS malen de midlife-Zweden rustig verder met meer van hetzelfde. Wat een heerlijke paradox is dat trouwens toch, dat net punkrock zo’n genre is waarin bands zich niet gedwongen voelen om tegen hun stroom in te zwemmen. SOS heeft twaalf songs, en misschien – wat – drieënhalf drumpatronen en evenveel riffvariaties? En wat dan nog, een tunnel graaf je toch ook niet met theelepel en tandenborstel? Nee, daar heb je grof, repetitief gedram voor nodig, in elk aspect van de muziek.

SOS heeft dat, in zijn nodige proporties, met songs die schipperen tussen luchtige moshpitfeestjes (“Do You Want War”), zware splinterbommen met emotionele impact (“Nothing”), of obligate liefdespunkrock (“Reach You”). Vaak levert dat vintage Millencolin op: “Nothing” is bijvoorbeeld al snel een absoluut hoogtepunt, en toont wat de band nog in zich heeft op zijn scherpst. Niet toevallig heeft zanger-bassist Nikola Šarčevič’ het over “iemand die het niet meer ziet zitten”, om het simplistisch te stellen (het blijft punkrock), en knoopt daar op het eind een positieve twist aan. “And as I hear your song play on the radio / A certain sadness in me always starts to grow / Will I ever understand the reason why / The melody makes me both wanna smile and cry / And all the things you make me feel inside / Are anything but nothing”: de woorden hadden van een fan aan Šarčevič zelf kunnen zijn.

Dat soort maakt nog altijd zijn favoriete onderwerp van de Zweed met Servische roots uit, maar noem het evenwel geen emo, daarvoor heeft Millencolin nog altijd een hekel aan defaitisme. Een zekere woede, ook, en bijtend sarcasme (“Sour Days”, “Carry On”). Toch staat er net zo goed een sof of twee op SOS. “For Yesterday” mist zijn punt compleet, maakt kapot wat opener en titelsong “SOS” opbouwde, en had gerust mogen sneuvelen in het productieproces. “Do You Want War” begint nog met een refrein dat iets leuk van plan is, maar wat verder gooit de band alle vaart uit de song, waardoor Šarčevič’ slappe, irrelevante tekst des te meer opvalt.

Nu al negen albums lang zingt Šarčevič in het soort Engels dat een derde taal vormt in het leven van een Slavisch kind dat een Zweedse tiener werd. Trek die lijn gerust door naar de teksten: soms hilarische gedrochten, en memorabel als die kunnen zijn, dat kan niet de bedoeling geweest zijn. Als elk stukje goed valt, zoals op – we zullen het maar zeggen: wellicht de beste song in zijn genre in lange tijd – “Nothing”, bijvoorbeeld, dan is dat Engels bijna een kwaliteitskeurmerk. “Yanny & Laurel” (ja hoor), “Trumpets & Poutine”, “Caveman’s Land”: het zijn stuk voor stuk oerdegelijke songs die de fans na enkele mindere platen opnieuw enthousiast kunnen maken.

SOS zal het tij niet eigenhandig keren, noch wat wereldverbetering betreft, noch wat een uitbreiding van de fanbase betreft, maar het is zeker een bemoedigende aanzet. Onze interesse in het genre is alvast opnieuw gewekt. Bedankt, Millencolin, dat was even geleden.

Millencolin staat met een resem oude bekenden uit hun genre op Groezrock (26 en 27 april).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Millencolin