Banner

Michael Chapman

True North

7.5
Bjorn Weynants - foto's: Steve Gunn - 27 februari 2019

Dat Michael Chapman ondertussen een elder statesman van de Britse folkmuziek geworden is, behoeft geen betoog meer. Zeker niet zolang hij albums als True North blijft afleveren.

alt

True North is, na 50 uit 2017, de tweede plaat waarop de ondertussen 78-jarige Engelse folkmuzikant samenwerkt met z’n Amerikaanse acoliet Steve Gunn. Nochtans zijn er duidelijk verschillen tussen beide worpen te merken. Chapman zelf noemde 50 zijn ‘Amerikaans album’. Het werd niet alleen opgenomen in de VS met een keure aan Amerikaanse muzikanten uit de ruimere kring van zijn platenmaatschappij Paradise Of Bachelors (naast Steve Gunn ook (onder anderen) James Elkington en Nathan Bowles), het leunde muzikaal ook dichter aan bij de indie-folk van Steve Gunn dan bij Chapmans vertrouwde geluid.

Dit nieuwe album contrasteert daarentegen in meer dan een opzicht. De opnames vonden plaats in een kleine opnamestudio in het onooglijke dorpje Dolwilym op het platteland van Wales. Steve Gunn is niet alleen van de partij als producer, maar ook als gitarist en verder bestaat de band alleen uit Engelse muzikanten als celliste Sarah Smout, pedal steel gitarist BJ Cole en zangeres Bridget St. John. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat de muziek op dit album veel nauwer aansluit bij dat van Chapmans klassieke platen uit de vroege jaren ‘70. De voornaamste gelijkenis van True North met zijn voorganger is nog dat ook dit album weer bestaat uit een aantal nieuwe songs -- vier deze keer -- gecombineerd met een aantal herwerkingen van oudere nummers.

De albumtitel is een verwijzing naar de roots van Chapman, die afkomstig is uit het Noord-Engelse Leeds en jarenlang in het grensgebied met Schotland woonde. Tegelijk waait er een nostalgische wind doorheen True North. Chapman mijmert over vervlogen tijden, over relaties die op de klippen gelopen zijn, over de dingen die veranderen. Het zijn thema’s die als gegoten zitten bij zijn ingetogen gitaarspel en een sobere muzikale begeleiding waarbij instrumenten alleen maar te horen zijn als ze ook daadwerkelijk iets toevoegen. Tel daarbij nog zijn stem waar het schuren van de tijd een krakend laagje over gelegd heeft en het resultaat is een album dat niet verbleekt naast Chapmans beste werk.

Albumopener “It’s Too Late” is meteen zo’n heerlijk weemoedig nummer dat de toon zet. In het autobiografische “After All This Team” -- een duet met Bridget St. John -- fileert Chapman met een paar eenvoudige observaties een vroeger huwelijk (“Measured words or thoughtless silence / Which can hurt the most?”). Het zijn de kleine dingen die de nummers net dat tikkeltje extra weten te geven: de sobere cello in “Bluesman”, de meanderende pedal steel in “Youth Is Wasted On The Young” of de rauwe, hese zang in “Full Bottle, Empty Heart”. De twee instrumentals verwijzen naar plekken ver verwijderd van Chapmans rots in Yorkshire: een Caraïbisch eiland in “Eleuthera” of een meer op de grens tussen Texas en Louisiana in “Caddo Lake”. Toch zijn het nummers die qua gevoel mooi in het geheel passen en waarin Chapmans gitaarwerk helemaal tot uiting kan komen.

Veel variatie zit er misschien niet in deze langspeler, maar toch stoort dat niet. Een nummer als “Hell To Pay”, dat tegen het einde langskomt, is zo’n beetje de synthese van het album, met zijn rustig tokkelend gitaarspel en de pedal steel die het nummer opentrekt. Vreemde eend in de bijt is slotsong “Bon Ton Rooley”, een vrolijk nummer waarbij je je zo in het French Quarter van New Orleans waant.

Was 50 al een sterke plaat waarmee Chapman toonde dat hij nog altijd niet afgeschreven is, dan is True North juist door zijn naaktere en puurdere aanpak nog net dat tikkeltje beter. Vijf decennia nadat de Brit een handvol klassiekers bij elkaar pende, zit er nog altijd geen sleet op zijn kunsten.

E-mailadres Afdrukken