Banner

Ian Brown

Ripples

7.0
Marc Goossens - 11 februari 2019

Wat doe je als de kids te groot zijn geworden voor pony’s, ballet of Plopsaland? Dan ga je op zoek naar een nieuwe uitdaging om je quality time in te vullen. Samen musiceren en een plaat opnemen bijvoorbeeld, zoals Ian Brown deed met zijn zoons. Op zijn zevende soloplaat verstopt hij zich niet langer achter gastmuzikanten, producers, samples of effecten, en dat maakt van Ripples een frisse, leuke en vooral eerlijke plaat met aanstekelijke deunen.

Na de pijnlijke split van de Stone Roses in 1996 was het voor veel fans duidelijk: gitarist John Squire, bassist Mani en drummer Reni zouden het ook zonder hun legendarische band wel rooien in de muziek. Ironisch genoeg was uitgerekend Brown, volgens sommigen de minst getalenteerde van de vier, de enige die sindsdien een noemenswaardige solocarrière uitbouwde. Als die reünie van 2011 voor iemand niet echt had gemoeten, dan was hij het wel.

Ondanks de opwinding die de hereniging van de Roses met zich meebracht, vonden we het ook best sneu dat er – weliswaar tijdelijk - een einde kwam aan een rij sterke soloplaten waarop Brown een eigengereide mix brouwde van alternatieve pop, rock en dance. Bovendien konden songs als “Golden Gaze”, “Dolphins Were Monkeys”, “F.E.A.R.” en “Stellify” (om er maar enkele te noemen) gerust hun voet naast het betere werk van de Stone Roses zetten.

Vandaag, eenentwintig jaar na Unfinished Monkey Business, begint Brown dus aan zijn tweede solocarrière. Voor Ripples besloot hij zelfs een stap verder te gaan dan in ’98 en nagenoeg alles zelf te doen: schrijven, inspelen en produceren. De andere namen in de hoesnota’s zijn die van zijn zonen Casey en Frankie - als medecomponist of als ‘gastmuzikant’. Dat de plaat is opgedragen aan Browns overleden zus, maakt er helemaal een familieaffaire van.

Technisch gezien zijn de Browns niet de meest onderlegde muzikanten van Greater Manchester, een neus voor simpele, doeltreffende nummers hebben ze wel. De liedjes op Ripples klinken heel eenvoudig en uitgekristalliseerd, zo zonder de bliepjes, de laagjes, de strijkerssamples en de effecten van de vroegere soloalbums. Als de productie niet zo zuiver was geweest, dan zou je zelfs kunnen denken dat dit gewoon demo’s zijn die nog verder moeten uitgewerkt worden.

Maar het nieuwe materiaal is wel degelijk sterk en effectief genoeg om de luisteraar na de eerste draaibeurten niet meer los te laten. Bovendien is de essentie gebleven: de sociaal bewogen teksten, de mix van stijlen, de hommages aan de rijke muziekgeschiedenis van thuisstad Manchester, zijn eigen muzikale verleden en zijn helden (met “Black Roses” en het charmante “Break Down The Walls” staan er twee covers op van reggaeartiesten).

Ondanks de opvallend sobere arrangementen is er genoeg variatie op Ripples. Van oorwurm ”First World Problems”, de eerste single die in oktober verscheen, wordt gezegd dat hij te veel ruikt naar “Loaded” van generatiegenoten Primal Scream, maar wat zou het? Zij gingen in ’96 zelfs aan de haal met zijn bassist. Ook het titelnummer – stuwende bas, catchy clavinet – is pure Brown zoals we hem leerden kennen en appreciëren na de eerste Stone Roses-episode.

Behalve echo’s van zijn Madchester-jaren, bespeuren we hier en daar ook een scheutje psychedelica (“It’s Raining Diamonds”), soul en funk (“The Dream And The Dreamer”, “Soul Satisfaction”). Maar ook hier geldt: minder is meer. Die lijn wordt doorgetrokken naar de soberder-dan-sobere rockballad “From Chaos To Harmony” en naar “Blue Sky Day”, als je het ons vraagt het beste nummer van het album.

In het kale “Breathe And Breath Easy (The Everness Of Now)” – onvervormde stem + akoestische gitaar – verstopt Brown zich niet langer achter effecten en een wall of sound, en levert hij zowaar zijn meest opvallende vocale prestatie ooit af. Voor een keer bedoelen we dat niet pejoratief; Brown is gestopt met blowen en dat komt zijn stem duidelijk ten goede. In het verleden kreeg hij vaak kritiek voor zijn zogezegd zwakke, eentonige zang, maar in “Blue Sky Day” en “Break Down The Walls” zingt hij gewoon érg goed.

In eigen land werd zo hard uitgekeken naar Ripples dat de release met een maand werd vervroegd. Misschien lagen de verwachtingen zelfs té hoog, want de eerste reacties en recensies waren eerder negatief. De plaat zou te simpel, te rudimentair, te plat zijn. Al snel werd dat negativisme echter gecounterd door andere critici en fans die Ripples uitriepen tot het beste wat de man ooit maakte. Zoals zo vaak ligt de waarheid ook hier ergens tussenin.

King Monkey heeft er alleszins goed aan gedaan zijn oude sound helemaal te ontmantelen en zo uit te komen bij de essentie van wat een volbloed Brown-nummer is. Hij bewijst zelfs meer in zijn mars te hebben dan altijd werd gedacht. Een meesterwerk is Ripples niet, maar dat hadden we ook niet verlangd. Wel is het een plaat waar we nog lang plezier aan zullen beleven, want er staan voldoende sterke nummers op die we graag een permanente verblijfsvergunning verlenen in onze playlists.

E-mailadres Afdrukken