Banner

Distance, Light & Sky

Gold Coast

Guy Peters - 02 januari 2019

“De optimist in ons leest tussen de regels dat een tweede plaat tot de mogelijkheden behoort.” Een kleine vier jaar later proberen we op kerstdag, want welke dag is beter, gedachten over de opvolger van Casting Nets te ordenen. Een uitdaging bij een album dat zo hard inspeelt op het hart.

Oppervlakkig gezien bleef alles bij het oude. Distance, Light & Sky bestaat nog altijd uit Chris Eckman, Chantal Acda en Eric Thielemans. Ook producer Phill Brown is opnieuw van de partij, net als die schijnbaar monochrome songs. Er springt niks uit de band op Gold Coast, er wordt niet van koers gewijzigd, niet aan grootspraak gedaan. Dit is niet zo’n soort plaat. Wel present: negen songs die sober maar liefdevol in elkaar gezet werden, negen structuren waar hier en daar een likje verf op aangebracht werd, of een takje weggesneden. Bij dit tweede album werd zo omzichtig tewerk gegaan en de bombast gemeden, dat elk detail van tel is.

Ook nu weer balanceert deze tweede plaat tussen herkenbaarheid en openheid. De suggestieve beeldspraak (“Connecting all the wires, then tearin’ them apart”) is algemeen, maar treffend in songs die door hun woordkeuze, teneur, akkoorden en melodieën een sfeer van dromerig gemijmer creëren, maar tegelijk de luisteraar aansporen om er zijn eigen invulling aan te geven. Deze veteranen hebben lang geleden al begrepen dat je niet alles moet spellen voor een toehoorder. Geef die een zetje zodat afscheid genomen wordt van de kade en het schip een persoonlijke route kan volgen.

Gitaren, drums en stemmen vormen de ruggengraat, terwijl toetsen en percussie voor extra inkleuring zorgen. Al vanaf opener “The Lifer” bevindt Eckman zich ergens tussen spreken en fluisteren, inspelend op vertrouwen en gecraqueleerde wijsheid die voortvloeit uit ouderdom. Ook Acda, met een amper onder controle gehouden emotionele fragiliteit, doet weer haar ding. Haar kwetsbaarheid is niet die van het gewonde dier dat het genadeschot afwacht, maar van de gelovige die ondanks alles bereid is om hart en geest te delen met een gelijkgezinde. Dat maakt van Gold Coast, hoe mooi de songs ook in elkaar steken, een album dat onder de huid kruipt.

Het is echter niet zo dat dit muziek is om bij weg te kruipen in een hoekje. Je gaat je immers zitten afvragen hoe het gitaargetokkel en drumritme van “In Circles” zo vanzelfsprekend in elkaar passen. Of “Slowed It To A Stop”; het trio in popmodus en een song om er op uit te trekken, de fiets op, het veld in of de stad uit. Het is een combinatie van lichtvoetigheid, ingetogenheid en – helemaal aan het einde – frivoliteit (“The hottest summer / That I still remember / You never wore the same thing twice”). Wat verderop struint “Wandering” op wolkjes van zacht arpeggio’s en vocale stokjes die doorgegeven worden.

Maar natuurlijk ga je onvermijdelijk ook op sleeptouw genomen worden door songs waar een snedige wind door waait, die gebukt gaan onder een zwaarmoediger teneur, eentje van onwezenlijk voor je uit zitten staren, je hoofd breken over welke puzzelstukken nu ook alweer op welke positie horen te zitten, maar niet van het gevoel afraken dat sommige stukjes er dubbel in zitten en andere ontbreken. “Look At My Feet” roept dan weer een turbulente woestijn op, geografisch en emotioneel, maar dan wel in het oog van de storm, een tijdelijke respijt waar kracht uit te putten valt.

Of het drieluik “Don’t Go Dark On Me”, “Good Luck With That” en “Walking Downhill”. De ene z’n depressie is de andere z’n zwaarmoedigheid, en het is net daar dat de combinatie van die twee stemmen maximaal uitgespeeld wordt, als een gespiegelde weergave van heen en weer gesleurd worden tussen pessimisme en doorzettingsvermogen. “You don’t need December / When November does the trick”, een zin waar je de winter mee door kan, en dan moet de rest nog volgen. Dan komen ook de dalende akkoorden van “Walking Downhill”, een song waarin die engelachtig kervende stem van Acda al net zo hard brandt als de stilte waar ze het over hebben. En Thielemans, zachtjes rollend en wentelend, zich bewust van het feit dat het voortbestaan van de song afhangt van het bloed dat hij erdoor laat stromen.

Als uitsmijter: “Throw”, beginnend op de plaats waar de drummer zich goed voelt, een klankatelier, en van daaruit wordt een laatste keer de ongedwongen en organische verhouding van Distance, Light & Sky benadrukt. Het is een wereld die even vertrouwd als cryptisch is, op z’n mooist wanneer de grond onder je voeten wordt weggerukt en je tegelijkertijd een uitgestoken hand aangereikt krijgt. “It’s a time of darkness” én “Don’t think we will get used to it.” Misschien maar goed ook. Om de donkerte aan te kunnen moet je er soms van proeven zonder te gaan zwelgen. Dat hebben de drie begrepen en het leverde alweer een pakkend mooi album op.

Albumvoorstellingen: 10/1 in Café Café (Hasselt), 11/1 in AB (Brussel), 12/1 in Handelsbeurs (Gent) en 13/1 in De Studio (Antwerpen).

E-mailadres Afdrukken