Banner

Becky Warren

Undesirable

8.0
Bjorn Weynants - foto's: Anna Haas - 11 december 2018

Becky Warren is heden nog een nobele onbekende in de rootswereld, maar daar zou met deze Undesirable wel eens verandering in kunnen komen.

Niet dat Warren met dit album aan haar proefstuk toe is. In een ver verleden was ze deel van rootsrockband The Great Unknowns -- een band die haar naam waargemaakt heeft -- waarmee ze twee ondertussen niet meer te vinden albums uitbracht. Maar het was met haar solodebuut War Surplus dat de naar Nashville verhuisde Warren in 2016 voor het eerst echt indruk maakt. Dat album vertelt het verhaal van de op de klippen lopende relatie van een echtpaar waarvan de man een oorlogsveteraan was. Deels autobiografisch want Warrens ex-echtgenoot was daadwerkelijk een Irak-veteraan die na zijn terugkomst aan het post-traumatische stress-syndroom leed dat uiteindelijk hun huwelijk deed stranden.

Ook door het in eigen beheer uitgebrachte Undesirable loopt er een rode draad. De sociaal geëngageerde Warren -- ze is actief in de non-profit organisatie Girls Write Nashville die kwetsbare jongeren via muziek extra kansen wil bieden -- werd geraakt door gesprekken met de verkopers van The Contributor, Nashvilles daklozenkrant. Niet dat het album een zwaar op de maag liggend maatschappelijk traktaat geworden is. Warren slaagt er immers steeds in om de nadruk te leggen op de muziek. Soms is de link tussen tekst en het onderliggende onderwerp zelfs behoorlijk dun.

Het grote verschil met voorganger War Surplus is dat de nummers op Undesirable steviger rocken. De meest voor de hand liggende referenties voor Warrens muziek zijn Lucinda Williams en Jason Isbell. Neem bijvoorbeeld het stevige openingsnummer “We’re All We’ve Got” met Amy Ray van de Indigo Girls op backing vocals. Dat is een stevige countryrocker á la Williams waarin ze met een paar rake zinsneden de troosteloosheid van het daklozenbestaan beschrijft (“Just a bunch of half empties / a couple of last shots / a pile of forgotten forget-me-nots / We’re all we got”).

Het knappe “Sunshine State” wordt verteld vanuit het standpunt van Michael, een man die er 20 jaar in de gevangenis op zitten heeft. Een sprankelende rocksong die ergens tussen Isbell en Springsteen in zit. Deze referenties gaan ook op voor “Highway Lights”. “Nobody Wants to Rock And Roll No More” is een rauwe mijmering over vroegere tijden. Op “You’re Always Drunk” waagt Warren zich aan pure country, met de twang van een 21ste-eeuwse Hank Williams. Voor variatie zorgt “Carmen”, het buitenbeentje, dat gedragen wordt door een heerlijke groovy baslijn.

Warren weet ook met rustigere nummers te imponeren. “Half Hearted Angel” is zo’n slepende countrysong waar Margo Price een patent op heeft, “Valentine” is een countrysleper op de snelweg van de gebroken harten. Maar de twee allerbeste nummers op de plaat zijn weemoedige waltz “Dabbs Avenue” -- over het universele thema van de verloren liefde -- en het van een stuwende gitaarpartij voorziene “The Drake Motel”. Dat laatste nummer schreef Warren over Shawn Lesley, een verkoper van de daklozenkrant die in het gelijknamige hotel moet overleven omdat een gewone huishuur te hoog gegrepen is.

Met Undesirable bevestigt al het goede van haar eerste album. Muziek is voor Warren duidelijk niets verblijvend, maar toch voelen de nummers ondanks hun boodschap nergens prekerig aan. Zwevend tussen country en rock situeren haar nummers zich in hetzelfde universum als Lucinda Williams en Jason Isbell. Als je weet dat ze daar geen mal figuur slaat dan is het duidelijk: Undesirable is een straffe plaat.

E-mailadres Afdrukken