Banner

Chris Pitsiokos, Susana Santos Silva & Torbjörn Zetterberg

Child Of Illusion

Guy Peters - 21 november 2018

Trompettiste Susana Santos Silva en bassist Torbjörn Zetterberg werkten voor het eerst samen in 2012, toen ze Almost Tomorrow opnamen. Sindsdien begeven ze zich samen en apart langs diverse paden die doorgaans weinig uitstaans hebben met de comfortabele middelmaat. Hun samenwerking met de New Yorkse altsaxofonist, improvisator en componist Chris Pitsiokos belicht weer een heel ander facet.

Met die Pitsiokos gaat het trouwens verbazend snel. Amper 28 is hij, maar hij heeft al een knoert van een reputatie opgebouwd als een avontuurlijk muzikant, origineel componist en scherpe geest. In zijn essay ‘Extra-Musical Considerations’, opgenomen in Arcana VIII, een uitgave van John Zorns Tzadik-label, gaat hij dieper in op hoe kapitalistische processen creativiteit de mond snoeren. Als improvisatie toch overal rond ons is, van de manier waarop we met onze vrienden omgaan, koken (wanneer we geen recept volgen althans) of ons gedragen in crisissituaties, hoe komt het dan dat die improvisatie zo veel minder aandacht krijgt van de gevestigde machten (conservatoria, media,...) dan de compositie? Simpel: een macht houdt zichzelf in stand met wetten, bureaucratie, codes, vergunningen, afspraken; door dingen vast te leggen, net als een compositie. Anderzijds: “(…) improvisation and the power of human choice, or alternative strategies in governance that allow for freedom of expression, open up the possibility for chaos, indeterminacy, change and empowerment on the level of the individual.” (p. 269)

Het is natuurlijk genuanceerder dan dat, en ook Pitsiokos beseft maar al te goed dat de twee elkaar niet hoeven uit te sluiten. En bovendien: “(…) sometimes I feel whole communities stagnate and rather than actually improvise – that is, reacting in a meaningful way to those around themselves – they begin to stick to their tropes, much like old men continue to respond with the same stories, tired analogies and aphorisms.” (p. 270) Net om de dingen in een nieuw licht te zien, houdt de rietblazer ervan om compositie en improvisatie te combineren op inventieve manieren (bvb. door à la Zorn de deelnemers mee te late beslissen over een aantal vastgelegde paradigma’s), al lijkt Child Of Illusion voort te spruiten uit de vrije interactie, weliswaar met die bedenking dat het luisteren naar de ander voorrang moet krijgen op het naar voren schuiven van de eigen identiteit. Wat dat betreft is het album een mooie oefening in geven en nemen, een vorm van interactie waarbij niemand de ander probeert te overtuigen van z’n gelijk, maar net gestreefd wordt naar een maximale vorm van zelfexpressie én luisterbereidheid, die ook kan betekenen dat je je eigen standpunten moet bijstellen.

Dat maakt van Child Of Illusion geen evidente, makkelijk verteerbare plaat, want doorheen de vier stukken (allemaal tussen 12-16 minuten) vallen er geen terugkerende melodieën of duidelijke scharniermomenten te rapen. In plaats daarvan krijg je passages die soms erg lang inzetten op lang aangehouden, onbestemde geluiden en extended techniques, en vervolgens worden gecombineerd met erupties die het kleurenpalet plots verdrievoudigen of waarin plots stiltes vallen (“Now Then”); inzetten op een frenetiek heen-en-weer-gekaats dat wordt afgewisseld met momenten van relatieve harmonie en lyriek (“Yeah Well”); een stevige contrastwerking op poten zetten tussen expressionistisch geklieder vol springerige intervallen en verkenningen richting totale abstractie (“Find Nothing”); of iets tussen dat alles in (“What Now”).

De muzikanten spelen zelden met een explosieve terreur die Pitsiokos op een paar vorige releases liet horen, maar zijn wel stuk voor stuk assertief, waarbij Santos Silva al net zo excentriek te keer kan gaan als haar Amerikaanse collega. Ze klonk zelden zo intimiderend als in “What Now”, waarin ze vettig uitgesmeerde vegen combineert met voorzichtig dansende lyriek en kreunend, introvert gesputter. Pitsiokos gaat al net zo gevarieerd tekeer met staccato effecten, uitgebreid smak-, smek- en plofgeluiden, en hier en daar een aciditeit die herinnert aan John Zorn. Zetterberg lijkt op papier een beetje naar de achtergrond gedwongen, maar gaat ook een breed arsenaal af, van koppig draaiende ostinati tot zwalpende strijkstokverkenningen en vlugge loopjes die de link met de jazz wat tastbaarder maken.

Bij elkaar opgeteld leidt het tot een instinctieve discussie die soms opgaat met een gelijkgezinde densiteit of voorkeur voor texturen en technieken, maar net zo vaak een bewegende, contrasterende opeenstapeling van klanken is; een nukkige combinatie van temperamenten die er niet zozeer op uit zijn om eensgezind de uitgang te vinden, als een evenwicht te zoeken waarin elk z’n persoonlijkheid kan behouden, maar ook vanzelf nieuwe standpunten durft innemen. Met dit resultaat en de respectievelijke discografieën van deze muzikanten in het achterhoofd, heeft het er alles van dat ze in hun opzet geslaagd zijn. Dat levert wel geen hapklare brok op, maar het is wél expressie op het scherp van de snede van artiesten die duidelijk nog niet klaar zijn om zich terug te trekken in comfort.

Het trio sluit donderdag 22/11 de eerste dag van het BRAND! Festival in Mechelen af. Die dag wordt een paar uur eerder geopend met een soloconcert van Santos Silva in de Sint-Romboutskathedraal. Meer info HIER.

E-mailadres Afdrukken