Banner

Ben Lamar Gay

Downtown Castles Can Never Block The Sun

Guy Peters - 15 november 2018

Het gaat snel met International Anthem. Een paar jaar geleden nog een snoepje voor liefhebbers van het betere, over-de-muurtjes-loerende improvisatiewerk uit Chicago, maar intussen uitgegroeid tot een shit hot label dat steeds vaker bedolven wordt onder superlatieven als “toonaangevend” en zelfs “visionair”. Zo tekenden ze recent voor een aantal opmerkelijke releases van Makaya McCraven, Jaimie Branch en Irreversible Entanglements. De meest ongrijpbare aanwinst op het label is ongetwijfeld Ben Lamar Gay. Op 18 november bespeelt hij de AB Club als onderdeel van een labeltweedaagse. Een reden om ’s mans debuut nog eens onder de loep te nemen.

Nu ja, het verhaal van deze muzikant laat zich niet zomaar vertellen. Hoewel hij al twee decennia actief is, en hand- en spandiensten verleende aan een resem gelijkgezinden (zoals aan Fly Or Die van Jaimie Branch), is zijn eigen productiviteit vrij beperkt. Of toch de officiële, want in alle stilte componeerde, speelde en puzzelde Ben maar liefst zeven onuitgegeven albums bij elkaar, die onlangs werden gedistilleerd tot Downtown Castles Can Never Block The Sun. De reeks is een vijftiendelige achtbaanrit door een muzikale en mentale ruimte die enkel maar bestempeld kan worden als waanzinnig excentriek. Lamar Gay deed daarvoor beroep op een klein leger bevriende muzikanten, waardoor het album soms aanvoelt als één grote meltingpot van stijlen en ideeën, waarin zijn eigen kornet (en een resem andere instrumenten) aangevuld wordt met sax, basklarinet, tuba, banjo, viool, fluit, synth en hopen beats en effecten. Het totaaleffect is er eentje van gulzigheid, maar tegelijkertijd ook eentje van een uitgekiende collagedrift.

Downtown Castles Can Never Block The Sun is daarmee een door-en-door hedendaags werkstuk, maar kan je net zo goed beschouwen als een logische verderzetting van het pionierswerk van sonische avonturiers als Sly Stone, Miles Davis, George Clinton, De La Soul, Lee “Scratch” Perry, Outkast, Thundercat, Flying Lotus, en ga zo nog maar even verder. De weelde die verspreid is doorheen deze vijftien tracks wordt meteen al aangekondigd in de eerste dertig seconden van “Vitis Labrusca”, een stapeling van blazers, strijkers en wie-weet-wat-nog, alsof een compleet symfonisch orkest staat te stemmen. Met “Muhal” krijg je meteen een mix van groovy barrage van opdringerige beats, hijgerige vocals, donker pompende basklarinet, synth en meer, maar dan verpakt in complexe arrangementen en voorzien van een titel die ongetwijfeld verwijst naar Muhal Richard Abrams. Nog zo’n pionier en co-oprichter van de in 1965 opgerichte AACM, die tot vandaag een grote invloed heeft op wat er in Chicago gebeurt (zie ook: Matana Roberts, Mike Reed, Nicole Mitchell, etc).

De collagekunst zet zich daarna met een bonte gretigheid verder, via een manische ode aan Steve Reich, de beste in tijden (“Music For 18 Hairdressers: Braids & Fractals”), en een instrumentale ontregeling die zo op die fabuleuze Madvillain-plaat gepast had. Verderop klinkt “A Seasoning Called Primaveira” met z’n combinatie van exotische percussie, raps en stoorzenders allerhande als een futuristisch brokje etnomusicologie. En zo zet het zich dan verder, met New Orleans-accenten en gypsy jazz, compleet met banjo, viool en cartooneske gekte die in de blender belanden (“Miss Nealie Burns”), naar uitgedunde blazersvrijerijen (het aandoenlijke “Me, Jayve & The Big Bee), latin zijstapjes (“Swim Swim”), zweverige niemendalletjes (“Melhor Que Tem”) en een fluorescerend oplichtende jazzsoep (“Oh No… Not Again!”).

De optelsom is er eentje van schizofrene bandeloosheid, want home- en field recordings worden hier extensief gecombineerd met repetitieve elementen, funkgrooves, hiphopbeats en -breaks, en een collaboratieve, experimentele spirit die de beste avant-garde jazz en vrije improvisatie uit Chicago al decennialang kleurt. Stadsgenoot Makaya McCraven toonde zich al een behendig knipper en plakker, maar Ben Lamar Gay gaat nog een paar stappen verder, en ruilt McCravens ontbeende ritmes in voor een voluptueuze soep. Dat hij er in geslaagd is om er een kierewiet, maar nog vrij coherent statement van te maken, eentje dat bovenal een ode is aan de onstuitbare ideeënflow, is nog het mooist van al, ook al hebben we er absoluut geen benul van hoe dit in Godsnaam naar het podium vertaald gaat worden.

Ben Lamar Gay staat op 18 november in de AB Club. Info en tickets HIER. Zopas verscheen ook Grapes, de eerste van zeven albums die uiteindelijk leidden tot Downtown Castles Can Never Block The Sun. De digitale versie is beschikbaar via de Bandcamppagina van International Anthem.

E-mailadres Afdrukken