Banner

SRSQ: Unreality

7.0
Sylvia Eeckman - 15 november 2018

In 2016 liet Kennedy Ashlyns beste vriend en mede-groepslid bij shoegazeband Them Are Us Too het leven in een tragische brand. Op haar debuut als SRSQ (seer-skew) verkent de zangeres de verschillende facetten van dat allesoverheersende verlies.

Doordrongen van een gitzwarte rouwsfeer hoeft het niet te verbazen dat Ashlyns soloproject onderdak heeft gevonden bij Dais Records, het label waar artiesten als Merzbow, Cold Cave, Drab Majesty en Prurient elkaar gedag knikken in zwak verlichte gangen. Op Unreality zijn de sleutelwoorden echter “warmbloedig” en “met de blik op oneindig”, in plaats van “kil” en “hard”. De ruggengraat van SRSQ’s sound bestaat uit een plamuursel van synthlagen en een atmosfeer vol donkere ambient, die in combinatie met Ashlyns stemgeluid onvermijdelijk Dead Can Dance en Cocteau Twins in gedachten brengen. Het gevaar van pastiche of goedkope doorslag loert om de hoek, maar Ashlyn omzeilt die stempel door voldoende eigen smoel toe te voegen aan de zwarte romantiek van de jaren tachtig. Zo valt de single “Cherish” nog het best te omschrijven als een beklijvende draaikolk die wegtrekt en aanzwelt als de getijden. Het enige wat de luisteraar moet doen, is ontspannen en het over zich heen laten spoelen. “The Martyr” klinkt dan weer alsof Beach House zich aan een gothic ballade heeft gewaagd. Zowel de woorden als de minimale instrumentatie omarmen een zekere leegte en een wereld vol mist, regen, ondoordringbare wolkendekken en golven die je de diepte in sleuren. Het zijn beelden die bijna stereotiep en eigen zijn aan het genre, maar in deze context niet aan glans moeten inboeten. Het bloedmooie, kloppende hart van de plaat “Procession” gaat verder op dat elan en zindert het langst na. Het is een naar de hemel reikend nummer waar je als luisteraar in wil wonen en waarop de zangeres in dialoog gaat met haar verdriet, wanhoop en verloren vriend. “While we all watch the world burn/Are you there, standing by, do you still carry us?/It’s an impossible hurt/But you’ll never ever leave my heart”. Uit een andere mond zou dit generisch klinken, maar Ashlyn, die het effectief beleeft, gelóóf je ook.

Nog voor verveling of eentonigheid kunnen toeslaan, doet een zekere experimenteerdrang zijn intrede op abstracte nummers als “No Reason” en “Mixed Tide”. In plaats van de neoklassieke zangstem die tot nu toe overheerste, speelt SRSQ met gesproken woord en desoriënterende geluidseffecten. Vooral “Mixed Tide” sleept te lang aan om te blijven hangen en verdampt nog voor het een vaste vorm kan aannemen. Zo ongrijpbaar en vormloos is rouw natuurlijk, maar de beige geluidsversie valt iets te mager uit. Verrassend is dan weer het uit een deep house-set weggelopen “Permission”. Na twee openingsminuten vol dreigende digitale tonen en een zwaar vervormde stem ontpopt het zich tot een surrealistisch dansnummer met een strakke elektronische beat. “I will not ask permission” klinkt het haast triomfantelijk, als een donkere elegie die je de kerk wil doen uitwalsen. Toestemming waarvoor? Aarzelend verdergaan met leven na een periode waarin de tijd leek stil te staan.

Een aanraking met de dood doet wat met een mens. Er is een “voor” en een “na”. Op Unreality toont SRSQ het “tussenin”. Er zit ergens een cliché verborgen in pijn ombuigen naar schoonheid, maar zolang deze wereld overloopt van lelijkheid, laten we het ons welgevallen. Dit is zelfzorg in acht nummers, zowel voor de artieste als de luisteraar.

E-mailadres Afdrukken
Tags: SRSQ