Banner

Shht

Love Love Love

8.5
Freek Lauwers - 12 november 2018

Wie het Gentse vijftal Shht al eens het kot zag afbreken, weet dat de band garant staat voor wervelende, absurde en aan waanzin grenzende shows. Live houdt de band op eclectische wijze het midden tussen een hardrockband en een soort van psychedelische circusact. “What the fuck just happened?” Dat gevoel.

De reacties lopen na hun shows vaak uiteen. “Kunst”, zegt de ene. “Kitsch”, murmelt de andere. Wij persoonlijk keken uit naar hun debuutalbum Love Love Love zoals een kind naar de komst van Sinterklaas: handen wrijvend en met hooggespannen verwachtingen. Zou Shht ook op plaat weten te overtuigen met zijn mix van ijzersterke gitaarriffs, knallende drums, absurde teksten en maffe synthesizergeluiden?

Het antwoord is volmondig: ja. Love Love Love is een muzikale uppercut die geen seconde verveelt – in elke song zitten zo veel ideeën gepropt dat een andere band er vijf songs uit zou trachten te puren. Het is een debuut dat nu al doet verlangen naar wat in de toekomst nog gaat volgen. Met een productie die een pak talent verraadt en songs die intelligent in mekaar zitten en vooral veel sturm und drang uitwasemen. Speelsheid ook. En liefde voor het leven, de mensen en de wereld.

De muziek van Shht is niet gespeend van enige humor en zelfrelativering. Maatschappijkritiek ook. Zo lijken de teksten op Love Love Love nonsensicaal, maar vaak zit er ook een filosofische dubbele bodem in. Al lachend zegt de zot de waarheid, zeker? Neem nu de zinsnede “What’s about me/Everything’s about me/Other people’s problems I cannot see/Everything is digital/And nothing is original” in opener “Soup”. Of de openingsregel van “Say My Name”: “Say my name/If I do it myself it doesn’t feel the same”, waar we keer op keer om moeten gniffelen. Bespeuren we daar enige kritiek op de sociale media die vandaag de dag zo alomtegenwoordig zijn?

Ook muzikaal komt Shht grappig uit de hoek. Met behulp van allerlei studiosnufjes, spitsvondige melodietjes en ander muzikaal vernuft weet de band de luisteraar in elke song minstens een handvol keren te verrassen of op het verkeerde been te zetten. Hét perfecte voorbeeld is “Profit”, een magistraal werkstukje dat uit de startblokken schiet met een hoekige metalriff om dan te vervellen naar een dromerige ambientdeun en weer terug. En aan het eind zit nog een telefoongesprek verwerkt met de terminaal zieke vader van William, vaste fotograaf van de band, die door de telefoon een liedje zingt. Een snippet of life dat door de band vakkundig in de song werd verwerkt.

Toegegeven: dat de band volop autotune gebruikt doet in het begin even raar aan. Maar na enkele luisterbeurten geraak je eraan gewend en na nog een paar wordt het zelfs dé reden waarom je naar de plaat terugkeert. Het maakt dat Shht heel erg hard een eigen en origineel bakkes heeft. Hen vergelijken met andere bands is dan ook moeilijk. Als we het toch proberen, dan maar met Evil Superstars, Faith No More/Mike Patton, Primus en Ween. En zei daar iemand Zappa? Overigens: zonder de vocale tovenarij zou Shht weliswaar nog altijd een interessante rockband zijn maar mét is de band uniek.

Niet dat de jongens van Shht het zingen niet machtig zijn. Een paar keer - zoals in het korte Beatles-achtige intermezzo “Love Love Love” of tijdens “Afrika”, waarin Shht even transformeert tot een barbershop quartet – toont de band dat een gebrek aan vocale capaciteiten niet de reden is waarom ze een liefde koesteren voor autotune. Die moet je eerder gaan zoeken bij de fikse uitbreiding van het muzikaal wapenarsenaal dat de stemsoftware hen oplevert. En hun rabiate bewondering voor de geniale kwiet die Kanye West heet, zal er ook wel wat mee te maken hebben.

Wat de band en de muziek nog gemeen hebben met de Amerikaanse producer? Dat ze het publiek polariseren. Ofwel val je voor hun geschifte songs, ofwel vind je er niets aan. Love them or hate them. Wij zijn alvast mee: wat ons betreft is Love Love Love hét Belgische debuut van 2018.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Shht