Banner

Zwerm

Badminton In Tehran

Guy Peters - 12 november 2018

“En als we nu eens een grooveplaat zouden maken?” Dat was zo ongeveer de insteek voor Badminton In Tehran, de eerste plaat waarvoor gitaarkwartet Zwerm vertrok vanuit eigen materiaal. Het resulteert in een langeafstandsbeweging in tien delen, met hypnose als rode draad.

Nu, die groove, dat is iets waarbij de gemiddelde muziekliefhebber vermoedelijk denkt aan de funkexploten van James Brown & co., maar dat is niet noodzakelijk de beste referentie. Hier wordt eerder gedacht aan repetitieve structuren, ritmische hardnekkigheid, het eindeloos voortmalen met een aanhoudende wentelbeweging. De inspiratie werd opgedaan bij verschillende insteken. Eerst en vooral was er een festival in het Iraanse Teheran waar de band speelde. Daar was de band - Toon Callier, Johannes Westendorp, Bruno Nelissen en Kobe van Cauwenberghe - onder de indruk van de warmte van de bevolking, al bleef er ook het besef sluimeren dat vrouwen er enorm gediscrimineerd worden. Het beeld van twee in traditionele hijab geklede, badmintonnende vrouwen blijft zolang nazinderen tot het een albumtitel wordt. Daarnaast is er de documentaire Beats Of The Antonov, over het zoveelste militaire conflict in Soedan, maar ook hoe de muzikale culturen er spontaan worden aangrepen om het leven van alledag toch zin te geven.

Het leidt tot een album vol gelaagde songs waarin de gitaren van het kwartet niet alleen aangevuld worden met bas, Fender Rhodes, elektronica en talloze effecten, maar ook exotische luiten als de sinter en saz, die meteen zorgen voor een Midden-Oosterse flair. In opener “Sinter”, opgesmukt met geinige Duitse samples over het instrument uit de Gnawa-cultuur, leidt het meteen tot een gedoseerde potten- en pannensound, met gitaarlagen die ingenieus op elkaar geplaatst worden en een wiegend-sensueel ritme dat stapsgewijs een dromerig-spookachtige sfeer krijgt. “Lass uns den Groove beginnen”, luidt het verderop in “Der Groove”, waar wordt gewerkt met een vergelijkbare trance, waarin ontregelde synth opduikt die herinnert aan Pere Ubu’s dwarse artrock. Gaandeweg wordt melodie steeds sterker bedolven onder manipulerende ingrepen, een benauwende tactiek die wat herinnert aan de samenwerking van Andy Moor en Yannis Kiriakidis

Soms is Badminton In Tehran ook een plaat met een potige rock-‘n-rollallure. Zo is het hakkende en stompende “Cradles” met die bokkige gitaren iets dat in ontmantelde vorm zo op de latere Beefheart-platen had kunnen staan, en heeft “Mabok Laut” even iets van een sludgemetalband die uitpakt met laaggestemde gitaren en iel onheil, alvorens het ook nog eens in een industrieel getinte betonmolen belandt die op zijn beurt afstevent op een haast symfonisch gewicht. Net zo groots: “Sotol”; met in de kop vooral in reverb gedrenkte gitaren, maar na een reeks toevoegingen uitmondend in een breed uiwaaiende, melancholische Morricone-grandeur.

De titeltrack daarentegen is net een oefening in een meer ingetogen opbouw, met zinderende tremologitaar, statige spoken word-passages en excentrieke klankeffecten die een onbestemde onderwaterwereld oproepen. Afsluiter “Inclined To A Narrow Way Of Life” schiet dan weer de ruimte in, met verdwaalde, verlaten blieps die in fascinerende patronen rond elkaar wentelen. En zo beland je hier van de ene verrassing in de andere, met het Residents-achtige “Bob’s Infinite Household Appliance Groove”, waarin gitaarverbuigingen op akelige manier menselijke stemmen imiteren, de bijna-pop van “Having A Tendency To Routine”, waarin het gitaarwerk neigt naar de psychedelische gruispartijen van Michio Kurihara en de elektronische ontregeling naar Nintendo, en “Leftovers” die een lichtvoetiger versie van de latere Coil suggereert, voor zover iemand zich daar iets bij kan voorstellen.

Een resem referentiepunten, maar die wijzen niet op creatieve bloedarmoede bij Zwerm. Integendeel. Op Badminton In Theran ontpopt het kwartet zich met de hulp van producer Rudy Trouvé tot een gezelschap dat met sprekend gemak over genremuurtjes wipt en een centraal idee verwerkt doorheen een opnameproces dat uiteindelijk deze tien songs opleverde. Ontpopten ze zich in het verleden al tot de rechtmatige troonopvolgers van het legendarische gitaarkwartet van Fred Frith, dan zijn ze na meer dan een decennium activiteit uitgegroeid tot een band die niet alleen andermans materiaal naar zijn hand zet, maar ook zichzelf met hetzelfde aplomb blijft heruitvinden. “An obvious contender for album of the year,” blokletterde The Wire in 2010 over The World’s Longest Melody, het album met muziek van Larry Polansky waar Zwerm aan meewerkte. Woorden die terug van stal gehaald mogen worden voor deze klepper. Of toch voor wie beschikt over open oren.

Zwerm stelt het album op 29 november voor in deSingel (Antwerpen). Voor volgend jaar staan er concerten gepland met Fred Frith (Utrecht en Gent) en speelt de band in de Londense Barbican.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Zwerm