Banner

Richard Ashcroft

Natural Rebel

5.0
Kim Timperman - 09 november 2018

Zijn sterkste verzameling songs ooit, dat is Natural Rebel. Althans toch volgens de man zelf. We zouden hem maar al te graag willen geloven, maar helaas maakt Richard Ashcroft het ons ditmaal wel bijzonder moeilijk om hem te volgen in zijn grootspraak. Natural Rebel wil een feelgoodplaat zijn, maar mist daarvoor de songs en vooral de geloofwaardigheid.

Ooit behoorde Richard Ashcroft tot de meest gevierde songschrijvers van zijn generatie, en had hij songs en geloofwaardigheid in overvloed. De reputatie die hij met The Verve en Urban Hymns had verworven, werd solo bevestigd. Niet altijd vlekkeloos, maar wel altijd in stijgende lijn. Maar na de reünie met The Verve in 2007-2008 ging het schip vervaarlijk zwalpen. Halfslachtige vernieuwingspogingen ondermijnden zijn aura van ongenaakbaarheid, en op persoonlijk vlak leek Ashcroft niet meer goed in zijn vel te zitten. Ook vandaag nog minimaliseert hij in interviews verbitterd de inbreng van de andere groepsleden op Urban Hymns, en op Instagram verdedigt hij zich in een onsamenhangende videoboodschap (denk Kanye West in het Witte Huis) tegen vermeend drugsbezit én filmt hij hoe hij een oude NME in brand steekt als weerwraak op een slechte recensie.

Natural Rebel wil met dat alles korte metten maken. Wilde experimenten worden achterwege gelaten en er wordt gekozen voor een opgewekte toon. Een te verdedigen keuze, maar helaas weinig overtuigend. De songs van Ashcroft hadden -- met uitzondering van “C’mon People (We’re Making It Now)” en “Music Is Power” -- altijd een donker randje. Je zou dan ook verwachten dat de weg naar het optimisme gepaard gaat met het uitdrijven van demonen, maar daarvan geen spoor op Natural Rebel. In plaats daarvan negeert Ashcroft krampachtig hun bestaan. Song na song wordt in een uptempo dwangbuis gewrongen, en heel af en toe werkt dat. Zo is “All My Dreams” een aardige, aanstekelijke binnenkomer die onwillekeurig herinneringen oproept aan Bob Dylan in de vroege jaren 70. Dat het resultaat eerder aanleunt bij New Morning dan bij Blood On The Tracks, kunnen we aanvankelijk nog wel door de vingers zien. Ashcroft wil het duidelijk over een andere boeg gooien, en wie zijn wij om zijn artistieke evolutie in de weg te staan?

Maar denk je tijdens “All My Dreams” nog dat er gerust meer van dit mag komen, vraag je je twee nummers later af wat Ashcroft wil bereiken met die obsessief-compulsieve dwang om zich voor te doen als een zorgeloze optimist. Het komt “Birds Fly” allerminst ten goede. Het nummer circuleerde al jarenlang op het internet in een tragere demoversie uit de Urban Hymns-sessies, als een sprankelend bewijs van de weelde waar Ashcroft als songschrijver ooit in baadde. Het maakt het des te pijnlijker om te horen hoe zo’n song hier de nek wordt omgewrongen. Ook voor “Suprised By The Joy” werkt die uptempo aanpak niet. Ashcroft wil de wereld uitdagen, tonen dat hij er terug staat en dat niks hem klein zal krijgen. Maar je voelt geen vechtlust. Hooguit slaat het nummer je met een slappe vod in het gezicht. Neen, dit klinkt niet als de onoverwinnelijke Ashcroft van weleer.

Heel even lijkt een bluesy “Born To Be Strangers” beterschap te brengen, maar de riff speelt leentjebuur bij Sheryl Crows “My Favourite Mistake” en uiteindelijk blijft het allemaal heel safe, heel erg middle of the road. En ook elders op Natural Rebel durft Ashcroft geen risico’s te nemen. Het is een schril contrast met de onverschrokkenheid die zijn eerdere solowerk typeerde. Critici zullen zeggen dat Ashcroft solo altijd het comfortabele midden heeft opgezocht, maar toen hij op zijn eerste soloplaten zijn arrangementen vol stak met strijkers, dwarsfluiten, saxofoons en pauken, was dat niet minder dan een middenvinger richting tijdsgeest die gedomineerd werd door postpunk en garagerock.

Zijn wij te streng voor Ashcroft, of is Ashcroft niet streng genoeg geweest voor zichzelf? Het is een vraag die ons tijdens het beluisteren van Natural Rebel als een kwelgeest bleef achtervolgen. Maar als tijdens de laatste drie nummers de oude magie alsnog komt bovendrijven, is het antwoord duidelijk: Ashcroft heeft tot dan toe ondermaats gepresteerd. Is het gemakzucht of toch een gebrek aan zelfvertrouwen? Wat het ook moge zijn, tijdens “A Man In Motion” lijkt Ashcroft plots alle last van zich af te schudden. Het is het soort nummer voor die dagen waarop de hele wereld aan je voeten ligt en alles mogelijk lijkt. Vervolgens ontpopt “Streets Of Amsterdam” zich tot een donker en meer dan waardig vervolg op “Break The Night With Colour”. Waarna Ashcroft tegen zichzelf lijkt te zeggen: “Fuck ja! Zo moet het dus!”, en tijdens “Money Money” zijn duivels ontbindt. Goed, het is rechttoe rechtaan rocken met verstand op nul, het duurt net iets te lang, en hoe geloofwaardig is een multimiljonair die “I want my money!” schreeuwt? Maar dat alles is op dat moment niet meer dan detailkritiek, want Ashcroft blijkt zijn bezieling dan toch niet kwijt te zijn. Godzijdank.

In het Verenigd Koninkrijk liep Ashcroft met Natural Rebel op een haar na een nummer één mis. Mooi dat er nog altijd zo veel volk op hem zit te wachten, maar hopelijk bevestigt het Ashcroft niet in zijn overtuiging dat het goed is zoals het is. Hopelijk beseft hij dat het zo niet verder kan, en komt hij de volgende keer serieus uit zijn pijp.

E-mailadres Afdrukken