Banner

Tsar B

The Games I Played

8.0
Jurgen Boel - foto's: Anouk van Kalmthout - 08 november 2018

Toen multi-instrumentaliste Nele Paelinck in 2012 de rockgroep School Is Cool verliet voor de liefde en naar Argentinië verhuisde, zorgde dat plaatselijk voor enige nieuwsdeining. Per slot van rekening had de band aardig wat faam verworven in Vlaanderen sinds haar debuut Entropology het jaar ervoor. Met Hanne Torfs en Justine Bourgeus werd het gat opgevuld dat Paelinck had achtergelaten, maar beide dames waren en zijn duidelijk niet tevreden met een louter dienende rol.

alt

Torfs heeft sinds 2017 haar eigen synthpoptrio Fortress, terwijl Bourgeus in 2015 zich al liet opmerken door als Tsar B de gastzang op zich te nemen voor de Amy Winehousecover “Back To Black” van Oscar & The Wolf. Het nummer kreeg aandacht als titeltrack van de Belgische film Black en plaatste meteen ook Bourgeus` solowerk in de kijker. Datzelfde jaar debuteerde ze immers met “Escalate”, dat ook internationaal opgepikt werd. Bourgeus hield echter het hoofd koel en bracht slechts met mondjesmaat nieuwe songs uit, waaronder de EP Tsar B in 2016 en de singles “Golddigger” en “Rattlesnake” -- allebei proevertjes voor het recent (digitaal) verschenen debuut The Games I Played (de fysieke exemplaren verschijnen pas in december).

Het `lange` wachten heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want waar “Escalate” op de titelloze EP productioneel duidelijk boven de andere songs uitsteekt -- de radiosessies van “Myth” (StuBru), “Swim” en “Fort” (Q-Music) klinken gelukkig wel krachtig -- weet het nummer zich op The Games I Played weliswaar nog steeds positief te onderscheiden, maar verbant het de andere songs niet naar het achterplan. Het al vermelde “Golddigger” dat de plaat opent, speelt bijvoorbeeld meteen de sterkste kanten van Tsar B uit: (Midden-)Oosterse melodieën botsen op een hoekig ritme terwijl Tsar B/Bourgeus haar parlando occasioneel onderbreekt voor een hoog etherisch gezang. Het is een techniek/stijl die ze al treffend uitwerkte op “Escalate”, dat zich als nog hoekiger laat kennen. Het weet ook de start-stopritmiek uitstekend te verzoenen met een Indisch aandoende melodielijn die afgewisseld wordt met droge drumslagen gepaard aan zwoele, hoge zang.

De knap opgebouwde song die speelt met verwachtingen en stijlen is (niet geheel verwonderlijk) bijzonder populair in dansmiddens waarbij bekende en minder bekende choreografen en dansers/danseressen zichzelf (en hun werk) via de song in de kijker zetten, en duikt zelfs nu en dan op in So You Think You Can Dance-shows. Het nummer maakt(e) duidelijk hoezeer Tsar B buiten de klassieke, geijkte paden een publiek heeft gevonden dat zich uitstrekt van clubs in São Paulo tot Istanbul, met een tussenstop in stripclub Cheetah in Los Angeles. Dat The Games I Played inzet op zweterige nachtclubs en strak sensueel dansende lijven mag dan ook niet verbazen, in die mate zelfs dat sommige nummers zozeer op maat ervan geschreven zijn dat ze op plaat aan power lijken te missen. Het beste voorbeeld daarvan vormt “Brazil”, dat tijdens de nachtelijke uren ongetwijfeld voor ongekende orgieën (met wederzijdse toestemming uiteraard) kan leiden, maar op het album te braaf geproduceerd klinkt om echt gensters te slaan.

Dat het anders kan, bewijst onder meer “Medagelous”, dat zowel in de huiskamer als daarbuiten voor een klein feestje kan zorgen dankzij slim geplaatste samenzang en een droge minimale invulling met een nadruk op de ritmes. Toch hoeft niet elk nummer de benen in lichterlaaie te zetten, zo is al lang vastgesteld wanneer het kronkelende “Rattlesnake” -- dat even verontrustend als opwindend klinkt -- het album snakkend naar meer afsluit. Voor het zover is, mag onder meer met het bedachtzame “Alibi” al een eerste adempauze ingelast worden. Ook het slepende “Silver Lion” kiest liever voor een zwoele aanpak, waarbij Bourgeus haar stem laat kronkelen over tabla-gerelateerde percussie. Bezwerender wordt het in “Flesh-Bones”, dat ergens in de jaren negentig in embryonale toestand ontstaan is, waarna het op clandestiene raveparty’s opgroeide.

Tsar B heeft duidelijk de nodige uren op de dansvloer doorgebracht om daar alle mogelijke invloeden te absorberen, wat nog beter tot uiting komt in het meest naar soul hintende “Syzgy”, dat duidelijk leentjebuur speelt bij dubstep, maar toch zijn plek binnen de plaat opeist. Ondanks zijn merites blijft “Untitled” een van de zwakke broertjes; Bourgeus weet weliswaar een “Unheimlich” verdriet op te roepen, maar ondanks het vakmanschap en de knappe structuur weet de song zichzelf geen plek te geven binnen het album. Het is jammer dat de song samen met “Brazil” het peloton mee afsluit, want Tsar B legde ervoor een haast vlekkeloos parcours af en bewijst met “Velvet Green” dat ze wel degelijk een weifelende, minimale song kan brengen die zich kan meten met het betere werk van FKA Twigs.

Geen wonder dus dat in reviews geregeld de naam van FKA Twigs wordt bovengehaald als vergelijking of ijkpunt voor Tsar B, maar hoewel bepaalde gelijkenissen zeker te horen zijn, geldt dat evenzeer voor de verschillen. Want waar FKA Twigs zich duidelijk in soulwateren begeeft en daar een abstract-intellectuele variant van tracht te maken, is voor Tsar B de dansvloer, dark room en `chillruimte` veeleer de natuurlijke habitat. Want ook al houdt Bourgeus duidelijk de teugels strak in handen wat het totaalbeeld en imago (inclusief videoclips) betreft, mag haar muziek veel meer ademen, zweten en verlangen. Het maakt van The Games I Play een album dat zowel heel herkenbaar aanvoelt als één dat sterk op zichzelf staat. Mag FKA Twigs als het frêle prinsesje van de “artsoul” gelden terwijl Beyoncé alom wordt aanzien als Queen B, koningin van de stadionsoulpop, dan regeert Tsar B met recht en rede over de nachtclub.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Tsar B