Banner

Sylvain Darrifourcq / In Love With

Coïtus Interruptus

Guy Peters - 01 oktober 2018

Begin 2016 zorgde het trio In Love With met Axel Erotic voor een van de origineelste albums van het moment, met een explosieve cocktail van improvisatie, heftige kamerjazz, dominante dwangneuroses en een onwaarschijnlijke discipline, die ook live bekken deed openvallen. Drummer/voorman Sylvain Darrifourcq componeerde intussen het vervolg en dat doet er nog een schepje bovenop.

Maar eerst toch nog eens even benadrukken wat een ongewone band dit is. Natuurlijk is de overeenkomst groot met God At The Casino, het trio dat Darrifourcq en cellist Valentin Ceccaldi hebben met de Belgische saxofonist Manuel Hermia (de bands deelden ook al een paar magistrale composities zoals “Les Flics De La Police” en “Chauve Et Courtois”), maar in combinatie met violist Théo Ceccaldi klinken de composities van Darrifourcq misschien nog eigenzinniger, strakker en bezetener. Het is ook een plezier om de drie aan het werk te zien, en dan vooral de drummer, die voortdurend verkrampt achter die kit en zijn reputatie van menselijke metronoom keer op keer waarmaakt. Die strakheid zorgt er niet voor dat het trio steriel klinkt, maar als een gezelschap dat met een dodelijke efficiëntie aan het fileren slaat.

Het is ook best mogelijk dat je ronduit nerveus wordt van In Love With, en met Coïtus Interruptus zal dat nog sterker het geval zijn dan ervoor. Naar verluidt liet Darrifourcq zich beïnvloeden door werken van William Faulkner en Samuel Beckett, auteurs wier oeuvre een sterke focus heeft op experimenteren met tijdsbesef en subjectiviteit, wat boeken opleverde die met stream-of-consciousness-passages, verschuivende perspectieven en herhalingen een unieke wereld creëren. Zo ook op dit nieuwe album, dat veertien tracks telt, maar eigenlijk aanvoelt als één lange suite. En als je op het debuutalbum nog behoorlijk wat passages had die vrij aanvoelden, dan blijft alles hier wat compacter en strakker, met een intense en inspannende luisterervaring tot gevolg.

De briesende aanval van opener “Sometimes A Great Notion” is er trouwens eentje met gevolgen, want alsof die kolkende stroom vol cellostoten, staccato viooluithalen en mitrailleurroffels nog niet genoeg is, wordt er ook nog eens haasje-over gespeeld met een handvol motiefjes en elementen, waardoor het trio regelmatig klinkt als een snuivend beest dat terplekke staat te trappelen, wachtend om volledig loos te kunnen gaan. Het neigt soms zelfs naar mathmetal, de acrobatische schizofrenie van Mr. Bungle of in “End Of Love Story” zelfs Naked City. Dit is rondtollende ADHD-gekte, extatisch zappen met muziek, waardoor er een collage ontstaat met een explosieve dynamiek.

Nochtans bewaart het trio die manische intensiteit ook nog altijd in kleinere bewegingen die niet zo sterk voor dat maximalisme gaan. Zo gaat “Prologue” van start met iele, aangehouden klanken, waar gaandeweg een kloppende puls in opduikt. Het blijft minimaal, maar krijgt door rinkelende belletjes en tiktakkende wekkers iets neurotisch en natuurlijk keert nét dan die stormriff van het begin terug en het is goed om je ei zo na een hartaanval te bezorgen. De drie spelen meesterlijk op elkaar in, hanteren een messcherpe start/stop-dynamiek, refereren en passant nog eens aan de voorganger (“Beginning Of Love Story”), wekken de indruk dat de plaat blijft hangen (en noemen dat dan “Repeat”), of stoppen er een stuk in met een hardnekkig strompelende cello (“Repeat Again”).

In “Stress Caramel” verstoppen ze even een lekker aanhoudende groove, maar die trekken ze weer naar de pleuris om zich te amuseren met manisch-repetitieve spelletjes die dan eindelijk zullen zorgen voor de langverwachte ontlading, maar de opbouw loopt over in afsluiter “Total Mezcal”, dat aanzwelt en aanzwelt en z’n climax niet zozeer beleeft met een verlossende knal als met een keihard inslaande stilte. En dan dringt het besef door dat ze misschien net zo goed het hele boek op z’n kop gezet hebben, de hoofdstukken van plaats verwisseld, de inleiding na het midden gegooid, kortom: de chronologie op z’n kop gezet hebben. Je hebt er het gissen naar bij deze plaat, die je nooit het comfort van de traditionele structuur biedt, maar imponeert met z’n intrigerende taal en gepresenteerd wordt met een verbluffende verbeelding en controle.

Het trio stelt zijn nieuwe album op 6 oktober voor in de Jazz Station (Brussel).

E-mailadres Afdrukken