Banner

MDC III

Dreamhatcher

Guy Peters - 28 september 2018

Zo rond 22u speelt rietblazer Mattias De Craene regelmatig een stomende cocktail van donderrock en noir jazz met Nordmann. Tussen 2 en 3u, wanneer de meerderheid zich laveloos gezopen en uitversierd naar huis begeven heeft, worden de lichten verder gedimd en dan neemt MDCIII het over met zijn broeierige medicijnmantrance.

Het woord ‘voodoo’ viel her en der al, en dat is niet onterecht. MDCIII gaat zich gretig te buiten aan ritualistisch gezweet, met peyote-dromen en exotische percussie, wat iets oplevert tussen onheil uit de Bayou van de soort die zelfs Dr. John op een afstand houdt, en referenties aan de kosmische dwaalpartijen van Sun Ra of de obsessieve rootsoefeningen van het Art Ensemble Of Chicago, al duwt De Craene het niet zozeer naar de avant-garde, maar een mengvorm van koortsige rock, trance en bedwelmende trip. Daarvoor kan hij ook rekenen op de steun van drummers Lennert Jacobs (The Germans, Public Psyche,…) en Simon Segers (De Beren Gieren, Stadt,…), volk dat ook al niet vies is van een grillige uitspatting.

Dus nee, dit is geen nostalgische freejazzplaat, al heeft De Craene ongetwijfeld al zitten luisteren naar Coltrane die aan de slag ging met drummer Rashied Ali, zijn drummende kompaan die samen met Pharoah Sanders ook al eens werd toegevoegd aan het befaamde Coltrane Quartet (zoals te horen is op Meditations). Een line-up met twee drummers is niet zo’n zeldzaamheid. The Grateful Dead deed het decennialang, Soulwax experimenteerde er recent nog mee en Kamasi Washington kan het evenmin laten. Ook John Lurie, een held van De Craene die met The Lounge Lizards en solo tekende voor filmische jazz (en jazzy filmmuziek) deed zijn duit in het zakje met zijn National Orchestra. Bij De Craene groeit het ook uit tot een meerwaarde, want Jacobs en Segers zijn creatief complementair en doen er door het gebruik van elektronica nog een gulle schep bovenop.

Dat suggereert dat het zootje elk moment zo’n beetje uit z’n voegen kan barsten door een teveel aan spielerei, maar op dat korte stereogezwiep in “Sandman” na, valt het allemaal erg mee. Het sluit vooral ook aan bij de experimenten die eerder te horen waren bij Sublime Frequencies of, dichter bij huis, Dijf Sanders. Het mag niemand verbazen dat die laatste een livegezel van De Craene werd. Die stapelt de lagen knap op elkaar in vroeg hoogtepunt “TinniT”, dat je het ene moment de Amazonejungle in stuurt, en wat later meesleept over een woelige markt in Marrakesh. Het is dwingende trancemuziek die haast een techno-drive in zich heeft.

Het strekt De Craene ook tot eer dat hij het zoekt in diverse oorden: de twee “Miniatures” houden het daadwerkelijk klein en fragiel, met iets dat lijkt op een twinkelend muziekdoosje, waarbij de Ornette Coleman-referentie in het eerste moeilijk te missen is. Ook een topper: “Call 349”, dat op gang gezwengeld wordt met een pruttelende introductie, en halverwege omslaat in een knetterende groove die ei zo na uit z’n voegen barst. Met “The Overthrow” wordt nog eens aansluiting gezocht bij de kleurrijke etnografie van Dijf Sanders en de freejazzgroten die zich in de jaren zestig ook graag lieten inspireren door volkse muziek en instrumenten. Ook zonder Berghain-vibe word je hier naar een ondergrondse schuilplek gevoerd.

Opvallend is ook afsluiter “Harry”, een song van zijn in 1990 overleden oom, Wim De Craene. Met die droge voice-over en het repetitieve blaaswerk groeit het uit tot een fraai elegisch brokje. Het bevestigt ook dat MDCIII meer is dan zomaar een nevenproject van deze drie muzikanten. Dit is duidelijk een project waarover werd nagedacht, en door rond te hangen in een stilistisch niemandsland en een eenvoudige labeling af te houden bevestigt het meteen ook nog eens de eclectische weelde waar we vandaag mee opgescheept zitten. The horror!

E-mailadres Afdrukken
Tags: MDCIII