Banner

The Bony King Of Nowhere

Silent Days

8.0
Maarten Langhendries - 28 september 2018

Soms moet een mens gewoon zwijgen. Soms moet een muzikant stoppen met zingen. Kan hij niet anders. En dan gebeurt het leven en volgt er een plaat.

In het leven van The Bony King Of Nowhere, alias Bram Vanparys, gebeurde er veel. Silent Days, de plaat waarop hij deze turbulente periode verwerkt, is bijgevolg óók veel: een poging om artistieke twijfels te bedwingen, een relaas van vervreemding, een rauwe klets van een relatiebreuk, een verslag van isolement. Stilte loopt als een rode draad door de teksten. Stilte aan een keukentafel, wanneer alles gezegd is. Stilte van de tijd die je nodig hebt. De stilte die overblijft wanneer je slechts een passage wordt in iemands leven, met een voor en een na, in plaats van een nu – zoals Vanparys perfect vat in “Like Lovers Do”. Stilte omdat de muziek dan even moet zwijgen. De meeste nummers waren in de maanden vóór het leven van Vanparys door elkaar geschud werd al geschreven en in demovorm opgenomen.

Vanparys had een Bon Iverke kunnen forceren, en de schriele demo’s die hij in zijn bevroren caravan opnam als een natte dweil in je gezicht kunnen gooien. Hij koos ervoor dat niet te doen, maar in plaats daarvan een geluid te zoeken dat zijn hartzeer op inventievere manieren kon overbrengen. De uitgebeende werkwijze van zijn titelloze derde en Wild Flowers was gaan tegenzitten, en Vanparys herontdekte het vollere geluid van zijn eerste platen. Er werd geprutst in de studio, geknipt en geplakt, geprobeerd en gevloekt. Silent Days illustreert de vruchten van dat maandenlange monnikenwerk. De eerste keer hoor je (te) veel War On Drugs. Dat ebt weg, gelukkig. In de plaats komt een eigen stem. En dat is nodig, want er ligt veel op het hart van Vanparys. Verdriet dat juist door die muzikale koers nooit als zelfbeklag aanvoelt. De plaat beklijft ook pas echt als je ze in zijn geheel kan beluisteren. Zowel tekstueel als muzikaal is ze een open boek van begin tot einde. Als u de singles naast u neerlegde wanneer ze op de radio passeerden– u was niet alleen – geef dan op z’n minst het album een kans: het is een wereld van verschil.

Dat blijkt al van opener “Going Out”, het enige juiste nummer om deze plaat mee te beginnen. Traag trekt de song zich op gang, met folktokkel en een schreiende elektrische gitaar op de achtergrond. “I wish I could just disappear” zingt Vanparys al op het einde van de eerste strofe. Er wordt getobd en getwijfeld, verlangd naar verandering, af en toe een piano aangeslagen, en altijd weer die lichte feedbackgolven die het geheel coherentie geven. Tot naar het einde toe alles toch nog opstijgt. “Every Road” is minder slepend, maar beklijft evenzeer. Zeker wanneer alles eerst wordt neergelegd in het nummer, om daarna met “Now lately I was up all night/ and I couldn't help but think/ of how you left that afternoon/ and vanished in the daylight” terug op te staan. De gitaar uit de stal waar ook Crazy Horse vertoeft, krijgt u er gratis bij. De titeltrack sluit het openingstrio af. Geen kwade terugblik, wel een “I’m not complaining in any way”. Andere horizonten laten zich kennen, en het nummer weet die sfeer met zijn iets losse attitude perfect te vatten. De zanger looft de band die hem bijstond in het heruitvinden van zichzelf, en daar kan je alleen maar volmondig akkoord mee gaan.

Daarna kleurt Silent Days - net als je begint te denken dat het allemaal wel goed komt – donkerder. Herfst wordt winter, de takken staan net zo kaal als op de hoes. Het tempo gaat de hoogte in en de tred wordt zenuwachtig. “Whenever We Meet Again” kijkt met paniek in de ogen in het rond, wil de stilte aan stukken slaan. De stem van Vanparys zoekt nieuwe, rauwere regionen op dan hij ooit deed. Iets later is ook “Through The Night” opgejaagd wild. De basis is americana, maar dan opnieuw ingekleurd en vervormd, tot er van de traditie weinig overblijft. Het zijn nummers die de plaat op cruciale momenten voortduwen, die nieuw bloed injecteren in de zwarte groeven. “Like Lovers Do” weet die paranoia vol te houden, nestelt zich onderhuids, en stijgt vervolgens op als een murder ballad.

Tussenin neemt de groep af en toe wel nog gas terug. “Waiting For Your Sign” staat gelaten bij het raam naar buiten te staren, blik op oneindig. Of dat tafereel per se door strijkers moest worden ingekleurd, is een andere vraag. Wij hadden ze in ieder geval niet gemist. “Now That I Know” is daarentegen een niemendalletje, maar wel eentje dat we niet meer kunnen missen.

"Still Around" neemt afscheid op z'n Dylans. Onrust en berusting sluiten elkaar niet uit, maar komen schuchter tegen elkaar aan staan. Het is het afscheid van een prachtplaat. Het gemoed van Vanparys wisselt, schiet soms van hier naar daar. Want zo is het leven: irrationeel. Elk nummer van Silent Days voelt zo aan als een perfect geplaatst hoofdstuk in het verhaal van Vanparys. Een verhaal waarin hij zijn eigen feilbaarheid omarmt en zich neerlegt bij de kronkels van het leven die vaak onvermijdelijk zijn, tegelijk “ I'm not longing for something I'll never have” smachtend. Het is een verhaal dat misschien even tijd nodig heeft om onder de huid te kruipen, maar kan je iets anders verwachten van een artiest die wel degelijk iets te vertellen heeft? Silent Days is een verhaal van The Bony King Of Nowhere, maar ook van elk van ons.

E-mailadres Afdrukken