Banner

Tony Joe White

Bad Mouthin'

8.0
Kathy Van Peteghem - 28 september 2018

Niemand verwacht van een 75-jarige blueslegende dat hij de wereld nog verrast met een nieuw album, maar Tony Joe White komt voor minder de deur niet meer uit. Bad Mouthin' maakt voor eens en voor altijd duidelijk waar het volgens hem om draait: low down and dirty blues.

De bluesmuzikant verhuisde voor de opnames naar een voormalige paardenstal naast zijn huis. Het ene deel werd opnamestudio, het andere een technische ruimte. Die ruwe productie zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat White slechts centimeters van jou verwijderd zit. Je hoort hem grommen en mopperen met die onaardse bas, je hoort hem de snaren van zijn gitaar aanslaan. Om dan met een lijzige “are we rollin'?” het startschot te geven. Producer en zoon Jody White heeft door waar het om draait.Hij weet perfect hoe hij het beste uit zijn vader kan halen.

De titeltrack is een oldie: een van de eerste nummers die Tony Joe White ooit opnam als prille twintiger, samen met “Sundown Blues”. Het is verbazingwekkend hoe sterk en relevant beide nummers na vijf decennia nog klinken. White is een meester in het verpakken van sfeer: met weinig woorden, een riff hier en daar, en een verschroeiende uithaal op die Fender bouwt hij een hele wereld op. Eenvoudig, maar doeltreffend.

Van de 12 songs op het album zijn er slechts 5 eigenhandig geschreven, met ronkende titels als “Cool Town Woman”, “Stockholm Blues” en “Rich Woman Blues”. Het zijn stuk voor stuk verhalen die je doen grijnzen, want de uiterlijk norse White heeft een geweldig gevoel voor humor. Zo droomt hij over zijn ideale vrouw in “Cool Town Woman” : “I was dreaming 'bout you when the dog woke me up last night, dreamin' 'bout you baby and the dog just howled all night”, maar of hij die gevonden heeft in “Rich Woman Blues” is ons nog altijd niet duidelijk: “Got a telephone call this morning, my baby wrecked her Mercedes Benz”, waarna hij ons onderhoudt over de geneugten van een rijke vrouw (met een “three bedroom condominium in Florida”). Iets wat heel handig kan zijn als arme bluesmuzikant.

De covers zijn niet zomaar lukraak gekozen. Naast John Lee Hookers “Boom Boom” is er een opvallende rol weggelegd voor Elvis Presley's “Heartbreak Hotel”. Presley coverde in 1973 “Polk Salad Annie” en nu zijn de rollen omgekeerd. Die cover uit 1973 bracht White wel wat op, maar of de Presley-erfgenamen hetzelfde lot te beurt valt, is nog te bezien. Ook al slaagt White erin om het lied volledig naar zijn hand te zetten.

De minst geslaagde cover is Charley Patton's “Down the Dirt Road Blues” omdat het tempo zo on-Tony Joe White is: iets te swingend en niet swampy genoeg om lang te blijven hangen. Daarentegen is Jimmie Reeds “Big Boss Man” er wel boenk op: de urgentie van de verdrukte werkman die zijn onderdrukker duidelijk maakt dat hij een andere baas gevonden heeft, klinkt duidelijk door in de dwingende manier waarop White zingt en zijn slapping op de gitaar maakt het nog indrukwekkender. Lightin' Hopkins' “Awful Dreams” klinkt nog dreigender en onheilspellender dan het origineel, met dank aan die diepe bas.

De volgorde van de songs is goed doordacht, wat van Bad Mouthin' een langgerekte, swampy en tranceachtige trip maakt. Nooit gedacht dat Tony Joe White ons nog kon verrassen, maar hij is er met verve in geslaagd: hoe iemand met zo weinig middelen zoveel emotie kan overbrengen, is een ferm mysterie.

E-mailadres Afdrukken