Banner

Steiger

Give Space

Guy Peters - 17 september 2018

Dat het format van het pianotrio nog verschillende richtingen uit kan, werd in deze contreien uitvoerig aangetoond door de jongelingen van LABtrio, De Beren Gieren, Donder, het Wout Gooris Trio en Steiger, om slechts enkele voorbeelden te noemen. Kort nadat Donder een even gewaagde als geslaagde koerswijziging liet horen, maakt ook Steiger duidelijk dat formulemuziek uitmelken geen optie is. Give Space is een ode aan (het belang van) de ruimte.

De omgeving waarin je het liefst musiceert, verschilt natuurlijk naargelang de context. Wil je een coherent geheel afleveren, dan wend je je het best tot een studio waar je maximale controle over het eindresultaat hebt. Improvisatoren gedijen echter vaak beter in een live context, want er is meer mogelijk. Meer vrijheid, meer ruimte in tijd voor improvisatie, maar ook de specifieke akoestische kwaliteiten zijn bepalend. Donder trok zo een kerk in, omdat de schier eindeloze resonanties de levensduur van klanken gevoelig verlengden en de band zo noopten tot een andere manier van spelen. Steiger – Gilles Vandecaveye-Pinoy (toetsen), Kobe Boon (bas) en Simon Raman (drums) - gaat eigenlijk nog een stap verder, en passeerde langs zeven locaties. Zeven plaatsen met elk hun eigenaardigheden en eigen geluid. Binnen en buiten, in de stad en in de natuur, in een galmbak en op het water. Op die manier leverde elke locatie een unieke bijdrage.

Doordat Steiger sowieso al niet vies is van het gebruik van elektronica en effecten, levert het een totaalsound op die blijft fascineren, omdat er voortdurend ‘vreemde’ elementen in opduiken en bepaalde klanken vanzelf uitvergroot worden. Het werkplaatsgemorrel van opener “And There They Stood” probeert zo meteen het maximale uit de eindeloze echo van een lege of grote(re) ruimte te halen, met aanhoudend cimbaalgetik dat een dwingende urgentie krijgt en vergezeld wordt van gestreken bas en zoemende toetsen die onwillekeurig ook aan Peenoise doen denken. De band gaat zich te buiten aan herhalingen, met wervelende geluidjes met een dramatisch effect, voortdurend slalommend langs en door het jazzidioom, met zijstappen richting klassiek, ambient/minimalisme en hedendaagse muziek. Meteen ook een fors contrast met “Captain Hooker”, dat de weidsheid inruilt voor een intimistischer geluid.

Daarom levert het nog geen intieme muziek op, want met die fanfareroffels, spookachtige toetsen en dat bonkende thema heeft het haast iets van Zorns uitvoeringen van Morricone. Het dreigt allemaal even te ontsporen, om uiteindelijk aan het zwalpen te slaan op een manier die herinnert aan Too Noisy Fish. Meer schizofrenie in “Chin-de-Dah” en “Cripplewood”, met helften die grondig van elkaar verschillen. Heeft het eerste in z’n aanzet nog iets van de openheid die Donder ook zo gretig verkende, dan wordt er omgebogen naar een groove, opgestart door een baslijn die steeds opnieuw een trap op dondert, en die verderop ook wordt overgenomen door piano. De boswandeling van “Cripplewood” beweegt van pastoraal gemijmer naar een knappe trance-beweging.

En zo slaagt de band erin om in een duidelijk afgelijnd concept toch behoorlijk wat variatie te stoppen. “Female Pope” gaat met die combinatie van rococospeelsheid à la De Beren Gieren en introspectief melodrama ongetwijfeld uitgroeien tot een live hoogtepunt, terwijl het ritualistisch getinte onderwateronderzoek van “Deimos” wordt bepaald door de piano die noten druppelt. De uitersten worden misschien nog het sprekendst bij elkaar gebracht in “Henri’s Entropic Blimp Flight”, waarin het drama wordt uitvergroot door de ruimte tussen de zorgvuldig geplaatse uithalen en accenten. Hier gaat het trio voor een resoluut hedendaags geluid, versierd met dwarrelende arpeggio’s, effecten als nabij oorlogsgedruis en spooky motieven die zo weggegrepen lijken uit een unheimliche soundtrack. In combinatie met het sjofele getsjingeltsjangel van “The Lady, The Llama And The Dog” goed voor een geinig contrast.

Steiger zat hiervoor in een unieke positie, waarbij ze enerzijds konden rekenen op behoorlijk wat media-aandacht en tegelijkertijd vrij genoeg waren om (eventuele) verwachtingen aan hun laars te lappen. Dat ze dit doen met een project dat gretig buiten de lijntjes kleurt en zoveel meer is dan een gimmick, maar toch ook voldoende aanknooppunten biedt om dat diverse publiek te blijven aanspreken, is een bonus. Als And Above All al een mooi visitekaartje was, dan bewijst Give Space dat Steiger ondanks de verwantschap met een paar andere bands toch ook een heel eigen hoekje afgebakend heeft binnen de Belgische jazz. Zonder toegevingen en met een resultaat dat regelmatig de oren doet spitsen.

Steiger stelt zijn album op 27 september voor in de Handelsbeurs.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Steiger