Banner

Giuseppe Doronzo

GOYA

Guy Peters - foto's: Joris Jan Bos - 13 september 2018

Een solosaxofoonplaat opnemen, daarvoor moet je een beetje zot zijn. Toch is het wat Giuseppe Doronzo deed na eerdere omzwervingen langs hedendaagse en geïmproviseerde muziek. Onvermijdelijk in zijn traject of ingegeven door de creatieve broeihaard die zijn nieuwe thuis Amsterdam is? Wat het ook moge zijn, het leverde een fraai werkstuk op.

Doronzo is er eentje uit het lange rijtje jonge muzikanten dat bij onze Noorderburen belandde en niet meer vertrok. Hij groeide op in de hiel van het Italiaanse schiereiland, waar hij klassieke sax en hedendaagse muziek studeerde, voor hij naar Groningen kwam om jazz te studeren bij Michael Moore. Sinds zijn afstuderen in 2015 trok hij naar Amsterdam, waar hij actief is met eigen bands op de wip tussen folklore en hedendaags, en lid werd van o.m. Michael Moore’s Bigtet, het Xavier Pamplona Septet van Raoul van der Weide en Eric Boerens All Ellington. Stuk voor stuk grote bezettingen waarbinnen hij met zijn baritonsax zorgt voor extra body. Op GOYA, uitgegeven via zijn eigen Tora Records, doet hij het solo.

En dat is best wel opvallend, want binnen de jazz en improvisatie is de baritonsax zelden in solocontext te horen. Spontaan denken we aan releases van Daunik Lazro en Simon Rose, maar voor de rest lijkt de baritonsax zelden exclusief gekozen te worden. Op zijn release wordt gesproken van “compositions”, al zal niet altijd duidelijk worden in welke mate dit daadwerkelijk vastgelegd werd op voorhand. Doronzo maakte ook een redelijk ongebruikelijke keuze door het album te starten met twee stukken die niet zozeer inzetten op melodieuze verhalen, maar draaien rond de techniek van de multiphonics. In “Arundo Choir” gebeurt dat meteen met trillende droney effecten die getuigen van een indrukwekkende beheersing. De bedachtzame golven zijn sereen en meditatief, maar ook afgemeten, uitgevoerd met ijzeren controle.

De titel van “Flusso di Coscienza” (stream-of-consciousness) kon moeilijk beter: hier worden de golven nog langer aangehouden en blijven ze schijnbaar ongedwongen rollen. Het is een uiterst minimaal geluid, dichter bij het lage register, waarbij er gaandeweg een split opduikt met een gelijklopende stroom in het iele register. Doronzo bevindt zich hier in een nauwe zone, waardoor de muziek ondanks zijn Zen-achtige insteek ook een obsessief randje krijgt. Dat is een indruk die oplost vanaf het derde stuk, want dan breekt GOYA helemaal open, met meer melodie, ritme en stilistische variatie. Zo start “Conversation” nog traag en met grotere intervallen, maar gaat het steeds sneller en sneller, omslaand in loopjes over de toonlader die steeds intensifiëren, zodat het bij het einde bijna iets dierlijks heeft.

Nog beter is “Nesciobrug”, dat van start gaat met zachte plopklanken, maar steeds ongeduriger en extremer wordt, waarbij Doronzo effecten introduceert die het doen klinken alsof de muziek teruggespoeld wordt. Uiteindelijk belandt hij bij schril gekwetter en gefluit waarmee je honden aan het janken krijgt en dat vooral doet denken aan de onwereldse technieken van John Butcher. “Engaku-Ji” en “Rotunda” laten vervolgens een lyrischer geluid horen, waarbij het eerste regelmatig doorkruist wordt door percussieve effecten (alsof er een balletje zit te tikken) en een broeierig timbre dat een beetje herinnert aan een Martin Küchen, terwijl het tweede sterk zijn klassieke invloed verraadt. Het is een meeslepende brok muziek die verovert met een genereuze, pastorale zwier.

Groot is dan ook het contrast als hij met afsluiter “Canti dal Grano” terugkeert naar de microtonale experimenten uit de kop van de plaat. Deze keer met circulaire ademhaling en een textuur die steeds feller en ruwer wordt, om na vijf minuten manisch af te ronden met een laatste, lillende uithaal, waarna de stilte maximaal kan inslaan. Het maakt van GOYA een beetje een lepe plaat, die avontuurlijk, maar ook vrij taai op gang komt en pas gaandeweg z’n rijkdom prijsgeeft. Wie de rit uitzit krijgt echter een artiest te horen die een knap verhaal te vertellen heeft en zijn imposante techniek aanvult met poëzie en emotie. Ja, toch wel een ontdekking.

E-mailadres Afdrukken