Banner

Kinky Friedman

Circus Of Life

7.5
Bjorn Weynants - 15 augustus 2018

Matlock en Willie Nelson. Daaraan hebben we de tweede muzikale carrière van Kinky Friedman te danken.

In 2015 was Kinky Friedman plots terug met zijn eerste album met nieuw materiaal in ongeveer drie decennia. Niet dat de Texaanse cowboy ondertussen stil gezeten had. Als schrijver bracht hij een schier eindeloze reeks detectiveverhalen uit met in de hoofdrol de New Yorkse detective … Kinky Friedman. Boeken die het evenveel van hun droge humor als van plotwendingen moeten hebben. En passant deed hij nog een gooi naar het gouverneurschap van zijn thuisstaat Texas. Maar qua nieuw muzikaal werk bleven we al die tijd op onze honger zitten. Tot Willie Nelson hem opbelde. Dat ging ongeveer als volgt:
Nelson: “Dag Kinky, wat ben je aan het doen?”
Friedman: “Naar Matlock aan het kijken.”
Nelson: ‘Dat is een eerste symptoom van een depressie. Je kan maar beter opnieuw muziek gaan schrijven.”
Of het echt zo ging, of dit verhaal eerder ontsproten is aan de rijke fantasie van de 73-jarige Friedman weten we uiteraard niet, maar als het niet waar is, is het toch goed gevonden.

Die tweede carrière begon drie jaar geleden met The Loneliest Man I Ever Met, een album dat bestond uit covers en herwerkingen van ouder werk. Voor deze Circus Of Life heeft Friedman echter een reeks nieuwe nummers bij elkaar gepend. Oude getrouwe Little Jewford Shelby is de enige van zijn oude begeleidingsband Texas Jewboys die nog van de partij is. Andere muzikanten die hem deze keer bijstonden in de studio zijn harmonicaspeler Mickey Raphael (Willie Nelson) en Augie Meyers (Sir Douglas Quintet).

De Friedman die op zijn eerste albums bewust de controverse opzocht (“They Ain’t Making Jews Like Jesus Anymore” enzo) en geen heilig huisje spaarde, zonder daarbij zijn kenmerkende humor uit het oog te verliezen, moet hier plaats ruimen voor een gelouterd man. De muziek op Circus Of Life is sober en wordt net gekenmerkt door de uitgepuurde schoonheid van die eenvoud. Opener “A Dog Named Freedom” is zo’n relaxte countrysong. Niets dat je niet eerder gehoord hebt, maar de manier waarop Friedman het brengt, maakt dat het nummer toch blijft hangen. Willie Nelson krijgt een eerbetoon in “Autographs In The Rain”. De tekst is misschien net iets te hagiografisch, maar Nelson verdient alle complimenten die hem toegezwaaid worden.

Circus Of Life wordt gekenmerkt door relaxte, midtempo country. Veel variatie zit er niet in, maar toch stoort dat niet. In het aan Kris Kristofferson verwante “Jesus In Pajama’s” snijdt Friedman thema’s als mentale gezondheid en dakloosheid aan. Kippenvel gegarandeerd. Het titelnummer sluit dan weer dichter aan bij het minimalisme van Leonard Cohen en doorheen “Zoey” waart de geest van zijn oude makker Bob Dylan -- Friedman maakte deel uit van het tweede deel van diens Rolling Thunder Revue -- rond.

Soms ontroert Friedman gewoon. “Spitfire” bijvoorbeeld is zo’n eenvoudig, pakkend liefdeslied dat zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Circus Of Life toont een andere kant van Friedman, een die hij in zijn eerdere albums en boeken op de achtergrond hield. De gevoelige Friedman, de man met bijna 8 decennia levenservaring. Dit is organische, warme country, muziek die het niet van franjes of tierlantijntjes moet hebben. The Loneliest Man I Ever Met was al een straffe terugkeer, maar deze plaat is nog beter. Dank u, Willie Nelson.

E-mailadres Afdrukken