Banner

Dirty Projectors

Lamp Lit Prose

8.0
Roel Joosen - 13 augustus 2018

Dirty Projectors is terug van kort weggeweest, but what a difference a year makes. Hoorden we vorig jaar spilfiguur David Longstreth nog moeizaam de break-up met bandmate Amber Coffman op plaat zetten, dan is er nu terug ruimte voor meer lucht en optimisme, zij het gemixt met een scheut politiek engagement.

Dirty Projectors, is dat niet die folky band met de moeilijke sound? Of dat hipsterachtig r&b/hiphopproject? Een soort one-man band uit Brooklyn die ooit doorbrak op hetzelfde moment als Grizzly Bear, Yeasayer en Vampire Weekend, toch? "Ja" is het antwoord op al die vragen, dus welke kleur heeft kameleon en hoofdprojector David Longstreth deze keer gekozen? Blijkbaar is hij toe aan een opgewekte terugblik en op het nieuwe album Lamp Lit Prose grijpt hij regelmatig terug naar geluiden en stemmingen die al eerder passeerden in de discografie van Dirty Projectors. Meta genoeg, maar gelukkig zijn er ook de songs om dat te ondersteunen.

Toen Longstreth vorig jaar aan Lamp Lit Prose begon te schrijven, moet elke klik op een nieuwswebsite tijdens de koffiepauze een déjà vu van tien jaar geleden geweest zijn. Ook toen lag de allergezelligste versie van de Amerikaanse droom, die van een kansrijke en open samenleving, stevig onder vuur door allerlei overreacties van Bush na de aanslagen. Woorden als ‘Afghanistan’, ‘Abu Ghraib’ en de ‘Patriot Act’ zijn ondertussen al lang verdwenen uit de krantenkoppen, maar extreem overreageren en ijverig vijandbeelden creëren, dat doet de machtigste persoon ter wereld anno 2018 liefst al voor zijn ontbijt. Even de endeldarm evacueren en tegelijk twitteren dat de deportaties mogen beginnen, zo banaal is fascisme blijkbaar geworden.

Mocht Dirty Projectors met dit album nog eens een introvert break-up thema verkennen (zie Dirty Projectors uit 2017) of iets voor de dansvloer hebben gemaakt, dan was de politieke context irrelevant geweest, maar Longstreth is zo’n type dat al wel eens graag een petitie ondertekent en er muzikaal van houdt om te spelen met het concept zeitgeist. Leg bijvoorbeeld de nieuwe hoes naast die van het oudere Bitte Orca (2009) en je ziet duidelijk de verwijzing.

Opener "Right Now" besluit vanaf de eerste strofe de dystopie in te ruilen voor hoop: "The sky has darkened, earth turned to hell / Some said a light got shined where darkness dwelt/ So I won't cry or collapse, overwhelmed / Time like a song just might rhyme with itself". Een passend mission statement voor een opgewekte plaat en besluit om menselijke warmte niet alleen te laten overleven maar te laten openbloeien in een bar klimaat.

In een interview lazen we dat Avicii een inspiratiebron was voor de productie van "Right Now". Longstreth’s kronkels zijn ondoorgrondelijk, wij horen enkel een klassieke Dirty Projectorstrack: falsetto’s in de stem, hiphopbeats, het betere digitale knip-en-plakwerk in New Wave fluokleuren en opnieuw die klaterende gitaren die we nog kennen van op Bitte Orca. Vooruitgeschoven track "Break Thru" is een dartel dingetje met daarin alweer een halve bibliotheek aan chille breakbeatjes verwerkt, en wordt afgetopt met een Afrikaans dansriffje en een neuriënde robot op tweede stem. Lamp Lit Prose mist zijn start niet.

De achtste van Dirty Projectors is opnieuw een tegendraads album dat zich niet zomaar wil laten vatten. Longstreth duikt op dit album voeten vooruit in uiteenlopende popexperimenten: "Blue Bird" is een 21e eeuwse showtune, klaar voor een Broadwaymusical die nog geschreven moet worden, "I Feel Energy" is een topper in het tot nu toe onbestaande genre Ethiopian-jazz-disco, "(I Wanna) Feel It All" reanimeert Sinatra met een fles chloroform… gekker en beter dan dit wordt een ‘last call’ jazzbespiegeling niet. Even nuanceren: niet alles beklijft en "You’re The One" is ronduit saai, maar toch slaagt Dirty Projectors erin om ons op een kort album van tien nummers mee te nemen naar een lekker lange reeks universums.

Danielle Haim geeft een extra dimensie aan "That’s A Lifestyle", een aparte popsong die dient om de meest monsterlijke kant van de Amerikaanse seats of power anno nu te bezweren: "Cause the monster eats its young / Till they're gone, gone, gone / and the rules are there to hurt / and that's the way it’s done / The monster eats its young / till it's satisfied and done / it wants blood, blood, blood". Enough said.

"Zombie Conquerer" krijgt versterking van stemacrobate Empress Of en evoceert de openingsmontage van een all-American horror movie: "The stakes are raised / The townspeople are anxious and alert / The surface of the reservoir is mirrored and inert / The flag is hanging motionless on the pole outside the court / And in their homes the people look with stares they can’t avert". Popcorn is optioneel, maar de old school fuzzy gitaren krijg je er gratis bij en die geven het nummer een unieke, punky identiteit binnen het digitale indie opus dat Lamp Lit Prose is.

Dirty Projectors heeft een vinnig album afgeleverd dat op hetzelfde degelijke niveau staat als Swing Lo Magellan (2012) en Dirty Projectors (2017), maar -- ondanks de verwijzingen naar dat eigen magnum opus – toch niet Bitte Orca naar de kroon steekt. Desalniettemin een welverdiende 8 op de schaal van hipster.

E-mailadres Afdrukken