Banner

Jeff Cosgrove, Scott Robinson & Ken Filiano

Hunters & Scavengers

Guy Peters - 10 augustus 2018

“Improviseren, hoe doe je dat?” Het is een vraag waar andere platformen ongetwijfeld geschikter voor zijn, maar wel eentje die regelmatig de kop opsteekt bij het beluisteren van vrije muziek. Als je een poging zou willen doen om een antwoord te geven, dan is een album als Hunters & Scavengers misschien wel een handige leidraad, al is het maar omdat het principe van de gelijkwaardigheid zo mooi gehanteerd wordt.

Het is eveneens een constante in het kwantitatief beperkte, maar kwalitatief rijke oeuvre van drummer Jeff Cosgrove. Die imponeerde een jaar of zes geleden al met een fraaie ode aan Paul Motian en zocht sindsdien vooral vrije wateren op. Zo speelde hij aan de zijde van Matthew Shipp en William Parker (Alternating Current), Shipp en Ivo Perelman, en Frank Kimbrough en Martin Wind. Stuk voor stuk releases die Cosgrove in het hokje van de coloristen plaatsen (niet dat hokjes nodig zijn). Cosgrove is een muzikant die altijd denkt in functie van het totaalbeeld. Hij speelt functioneel en laat z’n collega’s rustig excelleren, maar dan zonder zoutloos te gaan klinken. Zonder toevlucht te nemen tot gemakkelijkheidsoplossingen of al te voorspelbare tactieken, is hij er vooral op uit om de flow van de muziek te bewaren. Niet met een kloppende puls, maar met een continue beweging en aandacht voor klankkleur.

Met Scott Robinson, een multi-instrumentalist die zich hier beperkt tot sax, en bassist Ken Filiano beschikt hij over ervaren collega’s die al decennia bewegen in de vrije muziek, zowel aan de zijde van de groten van het genre als klasbakken die in de schaduw opereren. Op Hunters & Scavengers, een plaat die net wat minder bloederig klinkt dan de titel suggereert, bundelen ze negen vrije improvisaties en een interpretatie van een classic (“Lonely Woman”) die getuigen van een onbevangen blik en hechte interactie. Soms krijg je wel eens te horen dat de improvisatie en freejazz zich al jaren vastgereden hebben, en hoewel er periodes zijn geweest dat het klassieke, bluesy geharrewar soms inwisselbaar begon te worden, bewijzen albums als Hunters & Scavenger dat de stelling getuigt van een verkeerde invalshoek. Zolang de artiesten communiceren op een manier die persoonlijkheid en inventiviteit laat blijken, blijft het resultaat fris en waardevol.

Doorheen relatief korte improvisaties laten de drie een vrij breed bereik horen, zonder daarbij echt uit de band te springen. “Eyes Of The Hunter” start nog met een sereen aanzwellende elegantie, maar al snel wordt de interactie beweeglijker, lijfelijker. Een titel als “Don’t Look (Just Run)” heeft vermoedelijk iets te maken met het thema uit de titel, maar je zou het natuurlijk ook kunnen beschouwen als een invulling van de freejazz, die de voorbedachte rade steevast buitenspel zet (of dat toch probeert). “Patterned Behaviour”, met heel even een Coltrane-vibe, zou een verwijzing kunnen zijn naar gedragscodes die al dan niet in de weg staan van de interactie. Of “Instinct”, een kompas in een woelig heen-en-weer ketsen, met scheurende saxkreten en een rollende ritmesectie. En als “High Low” er al eentje is met een kloeke, bijna swingende stuwing, dan is “Field Test” een duik in de abstractie voor bas en drums.

Een vergelijkbaar contrast valt er op te tekenen tussen “Rays Of Dawn” en “Simple Justification”. Het ene een zachtaardige ballade waarin Robinsons lyrische spel mooi wordt gekaderd door de subtiel accentuerende ritmesectie, en het andere een nummer waarin net grovere texturen opgezocht worden, met Filiano die zich te buiten gaat aan diep stoombootgegrom met z’n strijkstok. “Song Of The Cuddle Fish” koppelt dosering aan een spel van klanken, terwijl “Lonely Woman” tenslotte niet op gang gebracht wordt door de ritmesectie, zoals doorgaans het geval is, maar een eensgezind trio dat zijn verdeelde verantwoordelijkheden in de kijker zet met een driestemmige en emotioneel geladen interpretatie. Hunters & Scavengers is dan ook geen album dat het moet hebben van een radicaal tabula rasa, maar van een stel klasbakken die binnen bepaalde parameters komen tot een synergie die zowel vrij als doordacht en integer aanvoelt, en dat gaat eigenlijk nooit vervelen.

E-mailadres Afdrukken