Banner

Jeffrey Foucault

Blood Brothers

7.5
Bjorn Weynants - foto's: Joe Navas - 19 juli 2018

Als er nieuw werk wordt aangekondigd van Jeffrey Foucault, onze favoriete chroniqueur van het Amerikaanse Midwesten, dan zorgt dat altijd voor hooggespannen verwachtingen. Gelukkig is zijn nieuwe worp weer van de vertrouwde kwaliteit die we ondertussen van hem gewend zijn.

Zeggen dat Jeffrey Foucault de meest productieve muzikant is, zou de waarheid een beetje geweld aandoen. Blood Brothers is zijn zesde solo-album met eigen werk sinds hij in 2001 debuteerde met Miles From The Lightning, al nam hij onderweg een plaat op met covers van John Prine -- een van zijn muzikale voorbeelden -- en bracht hij een paar samenwerkingen uit. De muziek die Foucault brengt, past eigenlijk niet bij deze haastige tijden, bij de cyclus van continu nieuws die de mensen geen moment rust meer gunt. Bij het grote publiek is Foucault nog steeds een onbekende -- nee, met die slinger heeft hij niets vandoen -- maar in het americana-wereldje is hij ondertussen een gevestigde naam geworden.

Voor zijn nieuwe langspeler trok Foucault naar de Pachyderm Studios in Minnesota -- pour la petite histoire: daar nam Nirvana In Utero op -- en deed hij beroep op muzikanten met wie hij al langer samenspeelt. Naast Billy Conway (Morphine) op drums zijn dat Bo Ramsey (gitaar), Jeremy Moses Curtis (bas) en nieuwkomer Eric Heywood op pedal steel. Die laatste zet meteen de toon op het aardse openingsnummer “Dishes”, waarin Foucault met een paar eenvoudige beelden een huiselijke sfeer oproept (“Do the dishes / With the windows open / Soak the dirt / From under your nails”). Laid back folk waarin de geest van JJ Cale ronddwaalt.

Waar voorganger Salt As Wolves wat meer bluesinvloeden had, keert Foucault hier terug naar het geluid van zijn eerste albums: rustige, ingetogen folk als een Amerikaanse pastorale. Enkel “War On The Radio” sluit muzikaal dichter aan bij zijn vorige plaat. Het deemoedige “Blown”, waarop hij de vocale ondersteuning krijgt van Tift Merritt, handelt over een geliefde die weg is. Want de nummers van Foucault kleuren grotendeels sepia, al schijnt er hier en daar hoop en licht door. Ook in de organisch klinkende titeltrack heerst die sfeer van terugblikken op wat voorbij is. Op het prachtige “Little Warbles” weet Foucault in vier strofen een krachtig beeld te schetsen van een huwelijk dat niet standhoudt.

Momenteel woont Jeffrey Foucault in New England, maar oorspronkelijk is hij afkomstig uit de staat Wisconsin, in wat de Amerikanen flyover country noemen -- het deel van de VS dat veel mensen enkel zien vanuit het vliegtuig tussen de economische en culturele centra op beide kusten. Het is een staat uit de rust belt die economisch hard getroffen is door de teneergang van de maakindustrie. Foucault kruipt hier en daar in de huid van Joe Sixpack; de ene keer kleurt het gitzwart (“There are so many things to buy / Desolation chief among them””), de andere keer (“Cheap Suit”) is er de muziek als escapisme.

Soms leunt het geluid wat dichter aan bij country (“Rio”, “I Know You”) of situeert het nummer zich in de sfeer van een Bert Jansch (“Pretty Hands”). Maar bovenal weet Foucalt toch indruk te maken met hoe hij kleine, diepmenselijke portretten schetst, zoals in “Dying Just A Little”, dat stilstaat bij de eindigheid van het leven. “My heart is like a small town / Most of the best parts are hard to find”, zingt Foucault ergens op het einde van het album. Maar op Blood Brothers is het alvast niet zo moeilijk om de goeie dingen te vinden.

Op 8 september treedt Jeffrey Foucault op in N9 (Eeklo).

E-mailadres Afdrukken