Banner

Jim James

Uniform Distortion

7.5
Jurgen Boel - 11 juli 2018

Toen de band My Morning Jacket in 2015 het album The Waterfall uitbracht, dacht men dat een tweede plaat slechts een kwestie van tijd zou zijn. De groep had immers 24 nummers opgenomen of (half) geschreven. Intussen blijft het echter nog altijd wachten op een teken van leven. Frontman Jim James toont zich met maar liefst drie platen in drie jaar wél van zijn meest productieve kant. Nauwelijks een jaar na het wisselvallige coveralbum Tribute To 2 (2017) is James terug met het los uit de pols gespeelde Uniform Distortion.

Het is niet (opnieuw) James die de cover siert, maar wel “The Illuminated Man”: een foto van Duane Michaels die terug te vinden was in het tegencultuurmagazine The Last Whole Earth Catalogue uit 1971 (het magazine kende zijn hoogdagen tussen 1968 en 1972). James krijgt bij de foto het gevoel alsof hij een stortvloed aan info over zich heen krijgt in deze moderne tijden. Het gevoel dat die info vaak verstoord is, maar ook dat er een uitweg kan gevonden worden. Nadat de fotoaanvraag aanvankelijk geweigerd werd, stuurde James een persoonlijk schrijven aan Michaels waarin hij zijn beweegreden uiteenzette.

De wat warrige brief laat vooral een James aan het woord die zich niet meer thuisvoelt in de moderne wereld en daarom besloot `off the grid` te gaan’. Hij trok zich (tijdelijk) terug in de woestijn en zijn verhaal raakte duidelijk een snaar bij Michaels, die dan toch toestemming gaf voor het gebruik van zijn foto. De brief en foto vormen elk op zich een uitstekende aanvulling en vertaling van hoe de plaat klinkt, want het mag duidelijk zijn dat James op Uniform Distortion verschillende weifelende duivels ontbindt. Op enkele richting ballads sturende songs na mag het hele album dan ook als een schaamteloze ode aan de `classic rock` beschouwd worden. Daarbij horen ook vuile, soms zelfs overstuurde gitaren en een ritmesectie die wars van tierlantijntjes een stevige bodem legt.

Al klinkt de hele plaat ongelooflijk speels en vrij, “You Get To Rome” steekt er nog een tandje bij door zoveel joy de vivre in de song te steken dat het haast belachelijk wordt: er wordt breed met de heupen gezwaaid, de gitaren gillen, achtergrondkoortjes gaan de hoogte in en James laat er op het einde een nonchalante, niet ironische “Let`s rock!” uitrollen, alvorens de gitaarsolo hoge toppen mag scheren. Het nochtans zwaar in `seventies rock` gewortelde “Just A Fool” klinkt zowaar ingetogen, terwijl James zijn klassieke stem laat rollen boven een ingehouden gitaar en strak gehouden rockritme. Het verschil tussen de twee songs is tekenend voor hoezeer James op de plaat een breed spectrum aan `stadionrock` de revue laat passeren zonder ooit berekend te klinken.

Zo mag “Throwback” dan wel geen ballade zijn, er zit wel degelijk een hoogst aanstekelijk, meezingbaar refrein in, terwijl het muzikaal het meest toegankelijke en poppy geluid van My Morning Jacket oproept. Het mag niet verbazen dat ook in “No Secrets” de link met James` band duidelijk in de verf gezet wordt, terwijl de muziek terugschakelt naar een ingetogen(er) aanpak. Het is een van de weinige `rustpunten`, want in “Better Late Than Never” wordt het publiek onbeschaamd opgevrijd met een aanstekelijk openend mantra (de titel), waarna James Ramones-poppunk combineert met seventiesrock en er nog mee wegraakt ook. Een zuivere ballad is “Too Good To Be True” (zowat het kalmste nummer) evenmin, maar de manier waarop James croont en zich een nazaat van Elvis waant, kan niet genegeerd worden.

In “Over And Over” ploegt James zich door gruizig klinkende gitaren, maar het vergt geen aandachtig luisteraar om te horen hoezeer hier (uiteraard mede dankzij de achtergrondkoortjes) een ode gebracht wordt aan de rock van de voorbije eeuw en de jaren vijftig tot zeventig in het bijzonder. Iets eigentijdser gaat het er aan toe in “All In Your Head”, al hoeft niemand zich de illusie te maken dat niet de voorbije eeuw de hoofdmoot vormt. Hetzelfde geldt voor het naar oude hardrock knipogende “Out Of Time” dat zich log voortsleept middels een pompende bas, terwijl de gitaren continu in het rood gaan en James zich samen met een koor door de tekst en song sleept, loom maar zeker niet ongeïnteresseerd.

Hoewel James de noodzaak voelde om Uniform Distortion op te nemen, omdat hij zich in een wereld van digitale contacten en `fake news' niet langer thuis lijkt te voelen, valt er van enig doemdenkerij of wanhoop weinig te merken. Het is duidelijk dat James zich met de opnames van dit album nog eens ouderwets heeft willen amuseren en een ode aan de rock wilde brengen op een ogenblik dat sommige kwatongen beweren dat rock dood en begraven is. Het is geen groots of baanbrekend album, maar de aanstekelijke lach waarmee 'Yes To Everything” start, vat Uniform Distortion nog het beste samen: hier wordt rock, en bij uitbreiding het leven, gevierd met een levenslust die al te lang uit de muziek geweerd is.

E-mailadres Afdrukken