Banner

Hatchie

Sugar & Spice EP

9.0
Matthieu Van Steenkiste - 27 juni 2018

Droompop. Niet meer dan een woord, maar het roept een wereld op. Sugar & Spice, de debuut-EP van de Australische Hatchie, is very droompop en heeft de mooiste songs, de mooiste stem, en -- vooral! -- de mooiste jengelgitaren van dit tijdsgewricht.

De indiejangle! Kent u het nog? In de jaren tachtig was dat het beschermde merk van Johnny Marr bij The Smiths, in de Verenigde Staten gaf Peter Buck er bij R.E.M. zijn eigen draai aan. In de schaduw van die twee reuzen liet iedereen de Rickenbacker rinkelen op zijn Byrds, lieve jongens en meisjes eerst. Het jengelen werd het kenmerk van de antirocker. Tot ze ontdekten wat een koppel goeie gitaarpedalen konden doen en shoegaze een popkantje kreeg.

Dat is waar de Australische Hariette Pilbeam aanknoopte met "Try", haar debuutsingle. Die klonk als iets van op Isn't Anything, die My Bloody Valentine-plaat die niet Loveless is, en dus nog niet wist hoe een holocauststuk echt moest klinken. Goeie gitaren, maar Hatchie -- een liefkozende verbastering van haar voornaam -- kan meer, getuige daarvan de knappe break halverwege: een bloedmooie melodie. Meer pak van dat laken: "Sleep", een tikkeltje potiger, met synths die iets dancy doen op de achtergrond. Het werkt goed.

In "Sure" komen andere jaren negentig terug. Die van The Sundays, die met "Here's Where The Story Ends" een laatste eresaluut aan de jangle brachten voor die door grungegitaren werd verstoten. En ergens in die mix, in haar stem -- horresco referens, maar loop vooral niet weg -- horen we zelfs The Cranberries. Die van Everybody Else Is Doing It So Why Can't We?, die van voor het jodelen. Denk aan "Linger" en steek die haat nu even weg. Toe, blijf bij ons.

We zijn immers bij de titeltrack beland, een parel van een popsong waarvan het refrein smachtend gaat van "you don't call me baby anymore". Het is verloren, maar niet voordat Hatchie dit pleidooi mag houden: "The brightest stars burn out the fastest / But maybe we could still have lost it all / Or we could outlast it all". Lyrisch genie is het niet, maar soms is direct en simpel meer dan genoeg. En alweer: de melodie waarover ze heen zingt, is briljant, die gitaarbreak halverwege geweldig, het bruggetje geniaal.

Het mooiste houdt Hatchie echter voor het laatst. "Bad Guy" is het soort afsluiter die alleen maar achteraan kán werken. Een slowburner die alweer heartbreak als reactor heeft, maar deze keer is het nooit echt iets geworden: "Feels like I waited on you for how long? I don't know." Wat daarna volgt is meer pijn, meer tristesse, gezongen over melodieën die bij ABBA voor gebroken kristallen glazen hadden gezorgd. Elke move, van strofe over pre-chorus naar refrein, wordt beter en is nog wat sterker dan wat vooraf kwam. Wanneer Hatchie in de bridge haar falset opzet, mag het nummer finaal openbloeien.

Zelden heeft droompop meer doen dromen als deze. Sugar & Spice doet hopen op een debuut dat popgeschiedenis schrijft.

E-mailadres Afdrukken