Banner

JP Soars

Southbound I-95

8.0
Kathy Van Peteghem - 22 juni 2018

In 2009 won JP Soars de International Blues Challenge in Memphis, hét festival om als aanstormend talent te worden opgemerkt. Bovendien nam hij dat jaar ook de Albert King Award, de bekroning voor de beste gitarist van het festival, mee naar huis. Southbound I-95 is het vierde album van JP Soars & the Red Hots en bevestigt dat de gitarist zijn kunde met elk album verfijnt en bijwerkt, wat hem zonder twijfel nog op veel internationale festivals zal doen verschijnen.

Het begon nochtans allemaal veel bescheidener: Soars groeide op in ruraal Arkansas, in een kroostrijk gezin dat de eindjes soms moeilijk aan elkaar kon knopen. Eind jaren tachtig verhuisde de familie naar Florida én won Soars met een tombola een gitaar en twee tickets voor een BB King-concert. De ontmoeting met de bluesgrootmeester was een aardverschuiving voor de jongeman. Soars begon als een bezetene gitaar te spelen, al ging zijn voorkeur in eerste instantie uit naar metal. Hij bleef echter trouw aan de blues, die voor hem jarenlang enkel een hobby was. Op zijn 38ste echter besloot de muzikant om metal definitief vaarwel te zeggen en zich toe te leggen op blues. Ondertussen had hij ook kennisgemaakt met de muziek van Django Reinhardt en begon hij diens jazz- en swinginvloeden meer en meer te verweven met zijn blues.

Het winnen van de IBC gaf de toen veertigjarige muzikant het nodige vertrouwen om verder te gaan op de ingeslagen weg. Op Southbound I-95 is de vooruitgang ten opzichte van vorige albums niet zo groot, maar hij weet toch te boeien met gitaarspel om duimen en vingers van af te likken. Bovendien weet hij zich te omringen met een diversiteit aan muzikanten, zoals bluesgitaristen Jimmy Thackery en Albert Castiglia (nog zo'n bluesnaam uit Florida om in de gaten te houden), maar ook saxofonist Sax Gordon blaast zich de ziel uit het lijf in “The Grass Ain't Always Greener” en “Satisfy My Soul”.

Dat JP Soars graag in thuisstaat Florida verblijft en van zon en strand houdt, schreeuwt hij uit in opener “Ain't No Dania Beach”, een bluessleper van jewelste. Titeltrack “Southbound I-95” raast dan weer erg snel voorbij, maar gelukkig weet drummer Chris Peet het ritme strak te houden. Naast een Gibson- of Epiphone-gitaar speelt JP Soars ook op een zelfgemaakte, tweesnarige cigarbox. Met dit instrument haalt de vingervlugge gitarist zijn metalkant naar boven, maar hij haalt uit dit instrument meer dan alleen maar wat lawaai. Op dit album staan daarnaast twee covers, een van Albert King en een van Soars' grootste bluesheld, Muddy Waters. Van die laatste covert hij “Deep Down In Florida”, hoewel hij er zijn versie van maakt met blazers en extra vocale steun van Albert Castiglia. Verbluffend hoe ze dat nummer de 21ste eeuw in trekken, zonder het origineel al te veel geweld aan te doen.

Een groot zanger zal JP Soars nooit worden, bijgevolg zijn de instrumentale nummers de verrassing van het album. “Arkansas Porch Party” draagt een grootse filmische sfeer in zich en ook “Across The Desert” gaat diezelfde kant op, dankzij zijn subliem samenspel met mondharmonicaspecialist Lee Oskar.

Southbound I-95 is een album waarop JP Soars niet altijd verrast, maar toch toont dat hij nog niet aan het einde van zijn kunde is. Hij blijft zoeken en verfijnen om tot de essentie van zijn gitaarspel te komen. Een aanrader voor wie niet in hokjes denkt.

E-mailadres Afdrukken