Banner

Seabuckthorn

A House With Too Much Fire

Guy Peters - 15 juni 2018

Al een jaar of tien brengt Andy Cartwright onder nom de plume Seabuckthorn zorgvuldig geconstrueerde breedbeeldmuziek uit die een brug maakt tussen folkgetokkel en zachtjes uitdijende klankgoven. Op A House With Too Much Fire leidt het tot een geluid dat even fascinerend als persoonlijk is.

Zet je uiteenlopende ideeën of werelden bij elkaar, dan heeft het vaak vooral iets van een soort muzikaal epateren. “Kijk eens wat ik hier voor mekaar krijg” voor de maker, maar voor de luisteraar vooral iets dat de aandacht naar de combinatie van elementen trekt, en niet de mate waarin ze al dan niet geslaagd samengaan. Een avontuurlijke instelling vergt meer dan A en B bij elkaar leggen. Idealiter levert het iets nieuws op, of je het nu C of iets anders noemt. En dat is iets waar Cartwright goed in slaagt. Het is even wennen aan de combinatie van folkgetinte melodieën – of gewoonweg de akoestische gitaar – en dobberende tanpura-achtige golven, maar hij creëert er hier een tussenvorm mee. Die sluit zowel aan bij dromerig meanderende ambient als folk, hier en daar zelfs met een antieke flair alsof hij een middeleeuwse bron heeft aangeboord.

In de titeltrack van de plaat lijkt het meteen alsof de metalige snarenklanken oprijzen uit een hooglandmist. Geen idee hoe die klanken precies worden gemaakt (met een slide, strijkstok, andere objecten?) of welke effecten er aan te pas komen, maar het effect is er. Dit doet een gure wind waaien door een doorregend, onherbergzaam landschap van herfsttinten. Alsof het onheilspellende van Woven Hand samengaat met de peinzende meditaties van Syndrome. Er zit een donker randje aan, misschien zelfs een hint van onheil, maar tegelijkertijd is het rustgevend, berustend. Idem voor de slow motion-processie van “Blackout”.

Het palet van Cartwright blijft bovendien niet beperkt tot gitaar en banjo, hij gebruikt ook klarinet, synthesizer en percussie, al heb je er soms het raden naar in welke mate en met welke combinaties. In “Inner” krijg je wel een aanhouden synthpuls te horen die een mooi contrast vormt met het zachtmoedig psychedelische gitaargeluid. In het korte “Disentangled” ligt de focus dan weer op de combinatie van akoestische gitaar en ambienttexturen. Het is een ongewoon geluid, maar het wérkt. Idem voor de manier waarop in “It was Aglow” en “What The Shepherds Call Ghosts” gitaar, banjo en talloze toegevoegde klanken een nieuwe wereld creëren. Er gebeurt weinig, en sommigen zouden het ongetwijfeld onderontwikkeld noemen, maar het is de ideale soundtrack bij nachtelijke autoritten over kronkelende wegen zonder tegenliggers.

Cartwright speelt ook mooi met dosering. Voor elke track die ook maar een beetje neigt naar een voluptueuze graad van bewerking en manipulatie, krijg je er ook eentje die uitpakt met een naakter geluid, zoals “Submerged Past” waarin zijn akoestische gitaarspel centraal staat. Dat is minder sterk het geval in het slotduo “Figure Afar” en “Sent In By The Cold”, maar daar wordt zo mogelijk nog sterker de link gelegd met een ontglippend verleden dat net als een herinnering steeds troebeler wordt. Erg mooi hoe de combinatie van gitaar en strijkstok (zo klinkt het althans) zowel cello als accordeon oproept. “Sent In By The Cold” volgt dan weer het tribale marsritme van een dikke trom.

Al die elementen bij elkaar opgeteld maakt van A House With Too Much Fire een brokje introspectie dat toch buiten de lijntjes kleurt. Het is avontuurlijk en toegankelijk, en op maat van wie die zones genegen is waar uiteenlopende elementen mooi in balans gehouden worden. Bovendien roept het automatisch al een rijke wereld van beelden op, dus hij kan er nog meerdere kanten mee uit. Menig regisseur zou er goed aan doen om Cartwrights nummer bij de hand te houden.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Seabuckthorn