Banner

Vinny Peculiar

Return Of The Native

8.5
Matthieu Van Steenkiste - 07 juni 2018

Ook in een voortdurend veranderende muziekwereld zijn er nog zekerheden. Dat het bijvoorbeeld nooit lang wachten is op een nieuwe plaat van Vinny Peculiar, dat de Britse bard wars is van alle trends, en ondanks die relatief hoge productiviteit nooit teleurstellend werk aflevert. Met Return Of The Native is het weer van dattum: de nieuwste worp van Alan Wilkes – zoals hij echt heet - bulkt opnieuw van de tijdloos-annex-eigentijds klinkende klassesongs.

De lat lag nochtans hoog. Twee jaar geleden pas verscheen Silver Meadows, een conceptplaat over het leven zoals het is in een psychiatrische kliniek, die door pers en publiek meteen werd gemarkeerd als een hoogtepunt in zijn inmiddels vrij omvangrijke oeuvre. De emotionele impact van Return Of The Native mag dan niet zo groot zijn als die van zijn voorganger -- de nieuwe plaat is compacter en stilistisch consistenter -- maar laat een Peculiar horen die nooit beter klonk dan vandaag.

Zeiden wij daarnet conceptplaat (sinds de punkgolf zowat de ergste belediging die je een muzikant naar het hoofd kan slingeren)? Dat zal wel, want net als op Silver Meadows en Down The Bright Stream loopt er door de verwijzing naar zijn geboorteplaats Bromsgrove ook nu weer een rode draad door het album.

Na bijna een kwarteeuw Manchester keerde Peculiar onlangs terug naar zijn heimat; Bromsgrove vormde niet alleen in de jaren ’70 het decor van zijn adolescente omzwervingen, maar vandaag dus ook van de elf liedjes op de plaat. Sommige songs zijn bijgevolg sterk autobiografisch. Daarin lepelt hij als een Adrian-Mole-op-jaren enkele episodes op uit zijn geheime dagboek. Zo gaat opener “The Grove & The Ditch” – Britpop-meets-glam – over de naschoolse knokpartijen met het rapaille uit het nabijgelegen Redditch, en mijmert hij in het americanaesque “A Girl From Bromsgrove Town” over de jeugdliefde die voor zijn neus werd weggekaapt door een ander meisje.

In andere liedjes is Peculiar dan weer de dilettant-met-niets-ontgaande-blik en zet hij enkele markante figuren in de kijker. Een daarvan is “David Swan Riverman” (gitaren en cello’s galore), de man die wanneer hij ‘s zondags de zwanen en de eenden gaat voeren zodanig veel zwemvogels aantrekt dat hij intussen zelf een heuse attractie is geworden. De psychedelisch getinte folksong “The Singing Schoolteacher” gaat dan weer over de leraar die eerst zijn liefde voor alternatieve muziek doorgaf aan zijn leerlingen, om vervolgens zelf een redelijk succesvolle popster te worden.

Dat zijn oude/nieuwe woonplaats allerminst het hol van Pluto is, wil Vinny Peculiar aantonen met de erg aanstekelijke en hitgevoelige titelsong, die leest als een - al dan niet gefingeerde - who’s who van het plaatselijke heden en verleden. Wist u dat de grootste rockgoden in de jaren ’60 en ’70 geregeld afzakten naar de Malvern Winter Gardens, de plaatselijke concertzaal? De tuinman van het complex, zelf ook een gevallen muziekster, vertelt er alles over in het (bijna) gelijknamige nummer.

Soms vormt Bromsgrove ook gewoon de achtergrond voor Peculiars bij wijlen absurdistische, humoristische verzinsels. Zo wordt in “Detroitwitch” - pompende beat, vleugje disco - een verdwaalde Eminem door P Diddy op het nippertje gered uit de klauwen van een lokale bende. In “Blackpole” – dat gerust door één deur zou kunnen met “Camouflage” van Stan Ridgway – etaleert hij zijn liefde voor zwarte humor: een acteur komt om het leven tijdens het naspelen van een veldslag uit de Engelse Burgeroorlog, maar blijft als spook terugkeren naar zijn huis. Ten einde raad vlucht zijn geliefde dan maar in de armen van de lokale begrafenisondernemer.

Dat een liefdesbreuk initieel aan de basis lag van de verhuis, hoor je in de meer bespiegelende songs. Het dromerige “Golden City” had - toen het programma nog bestond (en de samenstellers geen oor- en oogkleppen op hadden) - geheid op de playlist van Nachtradio gestaan. Nog donkerder wordt het echter in het akoestische “On Rainbow Hill” en in de in melancholie gedrenkte pop van afsluiter “Game Over”.

Zoals Vinny Peculiar in zijn teksten het doodgewone buitengewoon weet te maken, zo weet hij ook nu weer met ambachtelijk, klassiek songschrijfwerk de middelmaat verre te overstijgen. Van hits of een grote doorbraak ligt Alan Wilkes al lang niet meer wakker. Het voordeel van opereren in de luwte is dat hij zijn eigen baas is, zich niets moet aantrekken van hypes en trends en gewoon zichzelf kan blijven. Zo is het goed, en zo is Vinny Peculiar nu al enkele decennia op zijn best.

E-mailadres Afdrukken