Banner

Don Kapot

Don Kapot

Guy Peters - 05 juni 2018

Belgische jazz is een parapluterm voor een bonte mix van geluiden. Van retro tot uitgesproken hedendaags, van traditioneel tot avant-garde, van lyrisch tot abstract, van klein tot XXL: we hebben het allemaal. Maar een trio dat de kaart trekt van rock-‘n-rollenergie, onstuitbare ritmes en de vlammende intensiteit van de beste freejazz, dat kon er nog wel bij. Eén nieuw adres: Don Kapot.

Don Kapot brengt drie muzikanten bij elkaar die zich al langer ophouden in de uitdagendere contreien van de jazz en improvisatie, regelmatig in de Brusselse scene. De Griekse gitarist/bassist Giotis Damianidis was al vaker te horen aan de zijde van João Lobo en Giovanni Di Domenico, twee andere Zuid-Europeanen die in Brussel spilfiguren geworden zijn. Daar komen we regelmatig ook drummer Jakob Warmenbol tegen, die niet niet enkel bij popband Robbing Millions zit, maar ook in Di Domenico’s Abschattungen, samen met Damianidis. Baritonsaxofonist Viktor Perdieus op zijn beurt speelt met Warmenbol in Nest en samen met Damianidis in het kwintet Punk Kong. Kortom, een combinatie die er zat aan te komen.

Met hun compacte debuutrelease (zes songs in 26 minuten) vullen de drie de ruimte op die in het Hoge Noorden al jarenlang ingenomen wordt door de knallers van The Thing. Of meer precies: The Thing in rockmodus, die van Shake en van de denderende garagecovers. Er vallen op Don Kapot wel wat solo’s te horen, maar de plaat wordt doorgaans strak in handen gehouden, door de ritmesectie (Damianidis speelt hier enkel elektrische bas) die er vooral op uit is om het boeltje te laten rollen met een hoog energiepeil en een forse stuwing.

Vanaf “GBGHB” gaat het vuur aan de lont, met een baritonsax die met openslaande deuren binnen gestoven komt en vervolgens richting Afrika buigt met een springerige, zonovergoten melodie. En hop, het trio is vertrokken met vet klokkende bas en gejaagde drums. Het elastiek wordt grondig uitgetest, maar het geronk en geraas verzandt nooit in totale vrijheid, laat staan willekeur. Die vieve start wordt vervolgens aangehouden met het door een funky baslijn gedragen “I Do Babies”, dat even herinnert aan het meest opzwepende van Black Flower, terwijl de melodie en repetitieve swing van “Duur Duur” misschien nog het best vergelijkbaar zijn met de knalstukken van MannGold De Cobre. Hier stellen ze het maar met drie, maar het effect is er niet minder om.

Pas bij het korte “The Universe Does Not Exist” wordt er even teruggeschakeld. Er wordt een wereld van nachtclubs-rond-sluitingstijd gesuggereerd met veel sigarettenrook, verschaald bier en wanhopige, last minute-versierpogingen, maar het is slechts van korte duur. Het potig rollende “Baboleiro” laat je eerst in een wereld belanden waarin Perdieus de sax kan laten gieren én grommen, om het trio vervolgens naar een rauwe, opwindende blues te pleuren. Live moeten hier wel de gensters vanaf springen. En als de boodschap ervoor nog niet aangekomen was, dan maakt afsluiter “Jimakos” duidelijk dat de muziek van Don Kapot zich bijzonder goed leent voor opwindende dansfeestjes.

Catchy melodieën, aanstekelijke vitaliteit en overduidelijk speelplezier komen samen in een hecht verbond. “The Thing meets Fela Kuti” werd intussen al ergens aangekondigd en dat is er niet naast. De combinatie van energie en sterk ritmische songs is er een die de temperatuur meteen de hoogte in jaagt en live gegarandeerd goed zal zijn voor zweterige feestjes, maar wie zich het schijfje aanschaft kan intussen al beginnen oefenen. Aanrader!

Don Kapot speelt op 8 juni in Bolwerk (Kortrijk), 9 juni in De Singer (Rijkevorsel), 14 juni in Le Lac (Brussel) en 15 juni in Le Hangar (Luik). Luisteren en kopen kan via Bandcamp.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Don Kapot