Banner

CHVRCHES

Love Is Dead

5.0
Philippe Nuyts - 01 juni 2018

Kent u de term “chasse patate”? Een wielerterm die op de weg gebruikt wordt wanneer één of meerdere renners vanuit het peloton naar de kop van de wedstrijd demarreren en halverwege blijven hangen. Het overkomt CHVRCHES met Love Is Dead. Doodzonde.

Geen popmuziek die tegelijk plezanter én potiger was dan die van CHVRCHES de afgelopen jaren. Bozemeisjespop gebracht met een fluwelen stem door een van dé frontvrouwen van het moment. Giftige teksten en beukende elektropop die met honingzoete melodieën werden doorgeslikt. Synthpop voor de indieliefhebbers. CHVRCHES spon twee platen lang goud uit zulke contrasten. Maar op Love Is Dead stokt het spinnewiel.

Want die contrasten leidden hoe dan ook tot een spreidstand: té pop om de ambities vertaald te zien in de hoogste plaatsen op festivalaffiches, te weinig écht toegankelijke pop om de kopgroep van de mainstreampop met onder meer Sia en Ellie Goulding in het vizier te hebben. CHVRCHES stond voor een keuze in hun verstandshuwelijk tussen alternatievere en mainstreampop. Ze kiezen voor het tweede, maar dan ook weer niet zo resoluut. Hun demarrage is te aarzelend. Ze klampten immers Greg Kurstin aan, die doctoreert aan de popuniversiteit door z’n werk voor onder andere Lily Allen, Adele, Lana Del Rey en Lykke Li, maar anderzijds recent ook Beck en Foo Fighters producete. Geen van allen namen die tot die mainstreampop-categorie horen, zoals Dua Lipa, Calvin Harris en Ariana Grande. Op papier een uitstekende zaak.

Maar het leidt wel tot een uiterst wisselvallige plaat van een band die ergens wél tot die categorie wil behoren, maar meer schuifelt en twijfelt dan dat ze die stappen ook daadwerkelijk zet. Het gevolg zijn songs die gemaakt lijken met een recept voor de perfecte popsong in de hand, om dan met verkeerde doseringen het gerecht te verknallen. Vanaf de eerste luisterbeurten leiden de talloze herhalingen in de refreinen tot irritatie die nooit wegdeemstert. “Get out, get out / Get, get, get out” (x18) in, tja, “Get Out”. “Never, never, never, ever / Never ever ever say die” (x14) in, welja, “Never Say Die”. “I told you I would hate you 'til forever / Forever, forever, forever, forever (Oh, oh) / Forever, forever, forever, forever (Oh, oh)” in, nee toch, “Forever”. Het dieptepunt is het dreinerige “Deliverance”: “You better give up, give up, give up / You better give up on giving up / Is it deliver-iver-iverance / If you can never, never change?”.

Herhalingen maken goede songs catchy, maar te veelvuldig gebruik duidt vooral op iets anders: bloedarmoede. In tegenstelling tot de vorige twee, uitstekende platen, zijn er geen klaterende refreinen als in pakweg “Never Ending Circles” of “The Mother We Share” die vér boven het maaiveld uitsteken. Openingsnummer “Gravity” pikt wel nog aan bij dat niveau: hier mag de vuist nog naar omhoog – al is het met de ogen naar beneden gericht (“I've been waiting for my whole life to grow old / And now we never will, never will”). Alsof de band zichzelf even uitwuift, om dan de afrit naar beneden te nemen. Dan is het immers wachten tot “Graves” en het onderkoelde “Heaven/Hell” in de tweede helft op een chorus in plaats van bore us.

Want dat is nog een pijnlijke vaststelling: het beukt en botst, bonkt en bottert een pak minder dan op de vorige platen. Denk aan “Lies”, aan “Bury It”, aan “Tether”. Weg is de spannende opbouw zoals in datzelfde “Tether” of “Clearest Blue”, met een pay-off die op plaat én live hoogtepunten bleven. Wanneer “Miracle” die belofte even waar lijkt te maken, slaat de boiler af wanneer er een break volgt die van, horresco referens, Imagine Dragons of Bastille had kunnen zijn. Vloekend de koude douche afzetten dan maar. Vaak gemakzuchtige synthmelodieën beklemtonen die leegte nog sterker. Kurstin heeft het stuurser geluid afgeroomd, wat de songs veel makkelijker in het gehoor doet liggen tijdens de kantooruren. Maar door het gebrek aan sterke melodieën, hooks en ja, refreinen die naam waardig, is de schuimkraag van de pint geschraapt. Double loss.

Zo kan het mooie “My Enemy”, met Matt Berninger, zich ontpoppen tot een hoogtepunt – ironisch genoeg zowat de enige keer dat de balans tussen meer alternatieve en mainstreampop perfect is afgesteld. Niet toevallig is het een van de weinige nummers van alleen het trio zélf, net als “God’s Plan”. Ook een muzikaal hoogtepunt trouwens – nog een veeg teken aan de wand -- door een urgentie en jachtigheid die doet terugdenken aan hun debuut. Alleen verknalt de band het door ook hier de verkeerde keuze te maken en Doherty z’n drie minuten voor het voetlicht te gunnen. Laat gewoon het meisje zingen, jongens, echt.

Over dat meisje gesproken: Mayberry is ook niet écht op dreef, net op het moment dat ze als frontvrouw live én in interviews zo gegroeid was. Vijf jaar geleden stond ze al op de barricade terwijl de #MeToo-meute nog fluitend wegkeek van alle smerigheid die toen gemeengoed was, en dreigde ze tijdens een interview ons op ons gezicht te kloppen als we haar schattig noemden. Nu blaft en bijt ze veel minder. Ging ze er prat op dat geen van haar exen nog met haar sprak doordat ze zo natrapte, legt ze nu de schuld ook bij zichzelf (à la “Maybe I was too much for you” in “Forever”). Ze mijmert en stelt veel vragen die helaas de puberpoëzie te zelden overschrijden – alsof het ook weer een tip van Kurstin was om het venijn weg te laten. Ook die peper en zout zijn weg. Enkel in “Graves” doet ze ook haar zeg over de koortsige staat van de wereld: “They're leaving bodies in stairwells / Washing up on the shore (…) / You can look away / While they're dancing on our graves / But I will stop at nothing”. Maar het mist de urgentie, de opgestoken vuist in een refrein dat eerder bier in de hand en een bloemenkrans rond een halfdronken nek verdraagt. Het is trouwens ook een van de songs waarin Mayberry met schijnbaar dichtgeknepen strot op de limieten van haar stem botst.

Dus ja, CHVRCHES. Quo vadis? We kunnen cynisch zijn en zeggen dat de bandleden die allemaal de donkerdere kant van de muziekwereld hebben gezien met hun vorige bands nu wél vol voor het succes willen gaan en daar opofferingen voor willen doen. We kunnen gokken dat ze zich daarbij toch niet volledig op hun gemak voelen, wat deze halfslachtige plaat verklaart. Dat ze de volgende keer weer wél vanuit hun eigen sterkte vertrekken. Dat ze live ons, en misschien ook hún ongelijk bewijzen. Maar die echte kopgroep van het poppeloton bereiken ze niet, dat momentum passeert met Love Is Dead. Chasse patate.

E-mailadres Afdrukken
Tags: CHVRCHES