Banner

Arctic Monkeys

Tranquility Base Hotel + Casino

8.5
Philippe Nuyts  - 25 mei 2018

Net zoals de beste tekstschrijver van z’n generatie altijd doet -- want dat is Alex Turner wel degelijk --, kan het geen kwaad om woorden te wikken en te wegen. Maar toch dit: Tranquility Base Hotel + Casino moet de moedigste plaat zijn die een band met een status als Arctic Monkeys heeft uitgebracht sinds – komt ie – Kid A.

De vergelijkingen tussen Radiohead post-OK Computer en Arctic Monkeys post-AM zijn legio. Beide kroonprins in het land der rockmuziek, een genre dat zowel in 1997 als 2018 op zoek is naar relevantie en een injectie van frisse impulsen. Beide bands gaven die elk op hun eigen manier, maakten de relevantste rockplaat in/voor jaren. Nog een plaat verder in die richting had hen meteen de grootste band van de prille eeuw gemaakt. Maar het liep anders: de sessies voor een volgende plaat mondden uit in loopbaanbegeleiding, waar Yorke en Turner instapten met de vraag: “Is dit het nu?”

Muzikaal valt er één parallel te trekken: de gitaar mocht zich tijdens schrijf- en opnamesessies voor een groot stuk in stilte bezighouden in een hoekje. Ed O’Brien gaf tijdens de opnames van Kid A aan dat hij zich eerst weer moest verzoenen met z’n gitaar. Turner kreeg een piano cadeau voor z’n dertigste verjaardag en merkte al snel dat nummers schrijven met dat instrument veel vlotter ging. Vooral ook omdat Turner meer dan ooit verhalen wil vertellen. Dat werd al duidelijk op de tweede plaat van The Last Shadow Puppets, waar de muzikale bombast van het debuut week voor vaak dromerige, verhalende mijmeringen. Liefdessongs schrijven was hij beu. Het was wennen, maar een teken aan de wand van wat komen ging.

Geen wonder dan ook dat Tranquility Base Hotel + Casino vooral tekstueel een meesterwerk is, waarin Turner op redelijk briljante wijze z’n vaak sarcastische bedenkingen bij de roem en druk die dat met zich meebrengt, koppelt aan zorgen over de bedenkelijke staat van de wereld (nog één keer: Kid A, iemand?). Het regent verwijzingen naar de sciencefiction van de jaren 70 (onder andere Kubrick is een duidelijke invloed) en zeker ook naar de jaren 80, waarin een donker toekomstbeeld ook al overheerste en het publiek dan maar en masse z’n heil zocht in het escapisme van blockbusters en popidolen. Turft u er maar op los.

De teksten van TBH + C worden grondig geanalyseerd op het web. In interviews wauwelt Turner in een brede boog rond de concrete betekenissen van de talloze referenties en beeldspraak. Stof genoeg voor een thesis. Turner vindt de technologische vooruitgang anno nu ook niet altijd bepaald heilzaam voor het hellend vlak waarop de wereld zich bevindt. Dat hij uitgerekend een slogan van het in Instagramtijden haast ter ziele gegane fotobedrijf Kodak gebruikt (“You push the button and we do the rest”) om de leegte van te verregaande digitalisering te beschrijven (“The exotic sound of data storage”), is een van de tientallen voorbeelden van spitsvondigheid die best wat research vergt. Maar overinterpretatie dreigt: of Mark, de receptionist van het hotel, een verwijzing is naar Mark Zuckerberg en de bedenkelijke rol die Facebook vandaag speelt, is dan weer sinds de release voer voor discussie. Maar zulke discussies verdraagt een festivalpodium niet bepaald, that doesn’t look good on the dancefloor.

Dat zal trouwens voor veel nieuwe songs gelden op Werchter en in het meer dan waarschijnlijke Sportpaleis wat later. Vooral bassist Nick O’Malley zal met een zwoele groove het glijmiddel moeten zijn voor de nieuwe nummers in een setlist vol moderne klassiekers. Hapklare singles staan er niet op, geen zinnen die op pancartes gekribbeld kunnen worden, geen refreinen meegebruld. TBH + C is één lange flow, waarin synths een slow opzoeken met onder andere de Berlijntrilogie van Bowie (verwijzingen naar hem zijn trouwens ook legio). Ook Cohen, Gainsbourg, likjes jazz en psychedelica zijn hoorbaar en dragen bij tot een mood waarin het heerlijk zwelgen is. Uitschieters noemen is dan ook van de pot gerukt. Stellen dat de songs van deze plaat de vaart uit de livesets zullen halen evenzeer. “Four Out Of Five”, het titelnummer, en “Science Fiction” behoren cum laude tot het beste dat de band al heeft geschreven.

En toch is TBH + C puur muzikaal best een natuurlijk vervolg op Turners laatste escapades met The Last Shadow Puppets (luister nog eens naar pakweg “The Dream Synopsis”) en songs als “No 1 Party Anthem”. An sich was de stap van Favourite Worst Nightmare naar de stonerinvloeden van Humbug groter. Het is vooral de verrassing van de minst evidente weg die deze plaat zo veelbesproken maakt. In tijden waarin hiphop de nieuwe popmuziek is, was een verdieping van die kant van AM een logische en verwachte volgende stap geweest. Quod non. Zeker omdat de wat gesloten, teruggetrokken concerten van de Monkeys met deze vijfde plaat waren verveld tot solide rockshows waarin Turner zich eindelijk verzoend leek te hebben met z’n rol als een van dé frontmannen van z’n generatie. Ook hier: quod non, lees en analyseer maar.

Het is opvallend hoe Turner zich met deze pseudo-soloplaat tegen andere grote songschrijvers als Bowie, Cave en Cohen wilt aanschurken. Daar zal deze artistiek moedige move ook niet vreemd aan zijn. Het ware aandoenlijk geweest als het niet zo briljant gedaan was. Dat hij voor het eerst deze plaat voor een groot deel mee producet en het artwork zelf verzorgt, maakt duidelijk dat dit allemaal zeer persoonlijk is. Dat de andere drie Monkeys hierin meestappen is opvallend en doet vragen rijzen over de toekomst. Blijkt dit op termijn een overgangsplaat naar Turners solocarrière te zijn?

Voor nu is Artic Monkeys’ zesde zonder meer een tekstueel briljante, muzikaal uitstekende en artistiek moedige plaat van een band die met een evidentere opvolger van AM grijnzend groter dan Coldplay had kunnen worden, maar zich daar mompelend van afwendt om z’n eigen koers te varen. Dat hoeft gelukkig niet ten koste van het succes te gaan. Het publiek reageert weliswaar verdeeld (vertel eens iets nieuws), maar Tranquility Base Hotel + Casino is ondertussen wel mooi de snelst verkopende vinyl in de UK in 25 jaar. Zo kan het dus blijkbaar ook, toch Thom? Die door Turner fel betrachte sokkel in de galerij van grote songschrijvers is weer een stap dichterbij. Een paar stappen.

E-mailadres Afdrukken